
Waarom slachtoffers van seksueel geweld vaak niet vechten of vluchten
In een bedreigende of angstige situatie denken veel mensen dat ze zullen vechten, vluchten of zich verzetten. Maar in de praktijk reageert het lichaam vaak anders. Toch verwachten we van slachtoffers van seksueel geweld dat ze dat wel doen.
Bij de fight-reactie, ook wel vechten, probeer je jezelf te verdedigen door je lichamelijk te verzetten, te schreeuwen of de dader tegen te spreken. Bij flight probeert je lichaam te vluchten voor het gevaar, bijvoorbeeld door weg te rennen. Wanneer vechten of vluchten niet lukt, kan het lichaam overschakelen op freeze. Je verstijft als het ware. Je kunt niet bewegen, schreeuwen, weglopen en verzetten.
Deze reacties zijn geen bewuste keuzes. Ze zitten diep verankerd in ons brein en helpen mensen en dieren al heel lang om te reageren op gevaar, zoals een roofdier. In de moderne samenleving komen we niet meer zo snel roofdieren tegen, maar wordt datzelfde systeem geactiveerd in situaties die als bedreigend worden ervaren. Denk aan een onverwacht conflict, een overal, een ernstig ongeluk of een onveilige situatie, zoals bij seksueel geweld. Tijdens zulke momenten schiet het lichaam vaak in de overlevingsstand freeze. Dit gebeurt bij slachtoffers, omstanders en hulpverleners. Ook bij mannen.
Er is ook nog een vierde instinctieve overlevingsreactie die minder bekend is: fawn. Oftewel: de vrede bewaren. Het slachtoffer probeert de dader tevreden te stellen en mee te bewegen, om de situatie zo veilig mogelijk te houden. Het lichaam schat in: als ik meega, is de kans op verdere schade kleiner.
Bij seksueel geweld kan dit zich uiten in vriendelijk gedrag, meewerken of ingaan op de wensen van de dader. Zo kan iemand bijvoorbeeld de volgende ochtend een eitje bakken voor degene die hem of haar die nacht heeft aangerand. Van buitenaf lijkt dat dus misschien vrijwillig of zelfs vriendelijk, maar in werkelijkheid is het een overlevingsreactie om de kans op nieuw geweld of verdere schade zo klein mogelijk te maken.
Tijdens seksueel geweld kan het lichaam ook een automatische genitale respons hebben. Jongens en mannen kunnen een erectie krijgen of klaarkomen. Meisjes en vrouwen kunnen vochtig worden. Dat betekent niet dat iemand opgewonden was of toestemming gaf, maar is onderdeel van het overlevingssysteem.
Bij verkrachting komt de freeze-reactie relatief vaak voor. Het Centrum Seksueel Geweld geeft aan dat zo’n zeventig procent van de slachtoffers verstijft of meebeweegt tijdens het geweld. Het brein schakelt op dat moment naar de reactie waarvan het inschat dat die de grootste kans op overleven biedt: niet verzetten maar verstijven. De hersenen reageren als het ware vanuit het idee: beter verkracht dan vermoord. En zo is het in de realiteit dus ook. Onderzoekers Agnes van Minnen en Muriel Hagenaars benadrukken dat de kortetermijnuitkomsten bij seksueel geweld beter zijn voor mensen die in een freeze belanden. Als je dus verstijft of meegaand bent, is je overlevingskans groter. Agressie lokt namelijk vaak agressie uit.
Best gek eigenlijk, want bij een winkeloverval zeggen we allemaal: geef het geld, niet de held spelen. Mensen realiseren zich niet dat seksueel geweld ook vaak dodelijk afloopt.
Uit onderzoek blijkt dat er harder geoordeeld wordt over slachtoffers van verkrachting die zich niet hebben verzet. Zo krijgen ze onder andere te maken met verwijtende reacties uit hun omgeving, zoals van hulpverleners, familie en vrienden. ‘Waarom heb je je niet verzet?’ Of: ‘Kon je niet weggaan?’ Dit wordt ook wel victim blaming genoemd: het slachtoffer (deels) verantwoordelijk maken voor wat er is gebeurd.
En dat terwijl slachtoffers die reageren met freeze of fawn zichzelf vaak al harder beoordelen. Ze schamen zich en leggen de schuld bij zichzelf. Op de lange termijn ontwikkelen zij sowieso al vaker PTSS of een depressie. Negatieve reacties uit de omgeving dragen daar nog eens extra aan bij, terwijl geloofd worden, erkenning en sociale steun het herstel juist kunnen bevorderen.
Juist daarom is het belangrijk om te beseffen dat deze reacties niets zeggen over wat iemand wilde of had moeten doen, maar dat het automatische reacties zijn van het lichaam om te overleven.