
Bruine eenstaart
© Vroege Vogels
In natuurgebieden wordt alles geteld wat los en vast zit. Er lopen vlinderroutes, zijn loopkevervallen en er wordt gevist naar macrofauna. Maar data uit agrarische gebieden ontbreekt vaak. Dat ondanks dat de helft van alle agrariërs in Nederland maatregelen neemt om de biodiversiteit te stimuleren.
Dat was aanleiding voor LTO Noord, De Vlinderstichting en BoerenNatuur om aan te kloppen bij het ministerie van LVVN met de vraag: kunnen we boeren zelf een bijdrage laten leveren aan een betere kennis van de insectenstand in het agrarisch gebied? Daaruit ontstond het project Boeren InsectenMonitoring Agrarische Gebieden (BIMAG). In 2019 werd een pilot uitgevoerd op 21 bedrijven om ervaring op te doen. Attje Meekma was een van deze boeren. Sindsdien doen meer dan 150 boeren mee door heel Nederland.
Attje heeft haar melkveebedrijf oorspronkelijk in het open landschap van de Friese kleigronden. Sinds 2013 heeft ze ook een locatie in het coulisselandschap. Ze is er dus nieuw, maar waardeert het landschap heel erg. Het vraagt ook een ander type beheer. Op de klei ben je bezig met sloten en weidevogels, hier ben je echt bezig met het landschap als geheel.
Ze is vanuit haar hobby insecten fotograferen eigenlijk in het nachtvlinderen gerold en doet dit nu al zeven jaar. Elke BIMAG-deelnemer moet een emmer op hun erf, op een regulier perceel en op een natuurelement zetten. In het geval van Attje is dat natuurelement een elzensingel. Ze ziet dat ze hier meer soorten vangt dan in haar andere emmers. Ook zijn het andere soorten. Vaak zijn ze te relateren aan de inheemse planten die in de elzensingels staan, die staan namelijk vol met allerlei waardplanten voor de vlinders.
Annick van der Laan, projectleider van BIMAG bij de Vlinderstichting, vertelt dat ze enorm blij zijn met deelnemers als Attje die er vanaf het begin al bij zijn en elk jaar meedoen. Het doel van het project is om uiteindelijk veel consistente metingen binnen te krijgen en een trend te kunnen bepalen voor alle soorten. Hiervoor heb je tien jaar aan data nodig van genoeg boeren. Het volgende doel is om de trends te gaan relateren aan de specifieke maatregelen die de boeren nemen. Met die gegevens kun er vervolgens landelijk stappen genomen worden om de biodiversiteit te vergroten op het boerenland.
Andere voorbeelden van natuurelementen zijn bloemrijke akkerranden of kruidenrijke graslanden. Het gevaar hier is natuurlijk dat er van alles uitgezaaid wordt dat niet inheems is. Daar hebben de boeren met de elzensingels geen last van, want die singels liggen er al eeuwen en staan vol met autochtone beplanting. Dat maakt ze dan ook extra waardevol.
Thema's:
Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.