
Inventarisatie van planten op Rottumeroog door Floris van Rees
© Ane van Rees
Vogels die leven en broeden in begroeide kustgebieden, zoals duinen en eilandjes, bouwen niet alleen nesten maar richten ook, onbedoeld, hun eigen leefomgeving in. Dat ontdekte de Utrechtse aardwetenschapper Floris van Rees. Hij onderzocht vijf onbewoonde eilanden in het Waddengebied en zag daar hoe zeevogels een grote invloed hebben op de plantengroei. “Dankzij vogelmest groeien er juist meer plantensoorten die zand beter vasthouden en dat is weer gunstig voor duinvorming.” Dit is extra belangrijk nu door zeespiegelstijging en kusterosie het leefgebied van veel kustvogels onder druk staat.
Zeevogels brengen met hun uitwerpselen (guano) veel voedingsstoffen aan. Deze zijn niet lokaal geproduceerd, maar worden door de vogels van elders aangevoerd. Op kleine, onbewoonde eilanden – waar weinig andere voedingsbronnen zijn – kan guano daarom een grote invloed hebben op de plantengroei. “Op plekken waar veel gebroed wordt, en waar dus veel guano in de bodem belandt, zie je de vegetatie veel sneller opschieten dan op andere plekken,” constateerde Van Rees aan de hand van satellietbeelden.
“En zogenaamde duinbouwende grassen zoals helmgras en biestarwegras kunnen zand goed vasthouden, dus het is ontzettend belangrijk voor duinvorming.” De planten op broedplekken groeien vroeg in het seizoen ook nog eens sneller, dankzij de voedingsstoffen uit de guano. “En ook daardoor kunnen ze weer meer zand vasthouden.” Naast genoemde grassoorten profiteren op zandige bodems ook eenjarige kruidachtige planten van de guano-bemesting. “In organisch rijkere bodems zijn het juist soorten als strandkweek en meldes die gedijen bij vogelbroedplaatsen.”
Van Rees’ onderzoek toont nog maar eens de dynamiek van het Waddengebied aan. “We hebben het hier natuurlijk over laaggelegen eilanden die kwetsbaar zijn voor hoge golven. Soms, na een storm, is er dan ook even sprake van een terugslag in de vorm van erosie, maar de natuur is er veerkrachtig: op de broedplekken zie je bijvoorbeeld een snellere vergroening in de lente, en herstelt het landschap dus ook eerder. Als het aantal broedparen verandert, kan dat niet alleen gevolgen hebben voor de vogels zelf, maar ook voor het landschap waarop ze broeden en rusten.”
Een cruciaal bestanddeel van guano is stikstof. “Dat is er in twee varianten of isotopen: een lichte en een zwaardere variant. Kustplanten zitten vooral vaak vol met de lichte variant; ze halen hun stikstof uit lucht en water. Maar planten kunnen stikstof ook opnemen via vogelmest en daarin komt vooral die zwaardere variant voor. En die troffen we aan in de begroeiing op de eilanden.” Deze nutriëntenstroom maakt deel uit van een natuurlijk ecosysteemproces. “Terwijl een grootschalige aanvoer van voedingsstoffen in andere natuurgebieden juist kan leiden tot een ongewenste verrijking en verlies aan biodiversiteit.”
Bron: Universiteit Utrecht - Faculteit Geowetenschappen
Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.