VARAgids

Interview met Jeroen Elshoff

14-11-2022
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
221 keer bekeken
  •  
Prepr_artikel interview 47 jeroen elshoff
Door Roger Abrahams

We zijn nog maar net begonnen aan een interview over het omstreden WK voetbal in Qatar wanneer, niet toevallig, een collega Jeroen Elshoff (45) komt halen voor een interne informatiebijeenkomst. Over Qatar. ‘Ik laat het even schieten’, reageert de NOS-voetbalcommentator. Iemand zal hem bijpraten, belooft hij, maar dit gesprek gaat voor. Niet dat Elshoff onverschillig staat tegenover de omstandigheden waaronder het aankomende WK plaatsvindt. Hoe zou dat ook kunnen? Mensenrechtenorganisaties schatten dat in gastland Qatar minimaal 6500 gastarbeiders zijn omgekomen bij de bouw van stadions en andere infrastructuur. Ondertussen ontbreekt in Nederland de Oranjegekte.

Heb je er zin in? Ja, omdat het een WK voetbal is. Wel kijk ik met enige pijn naar hoe dit allemaal tot stand is gekomen. Dat neemt een groot deel van de voorpret weg. Tegelijkertijd zie ik er toch naar uit. Het is de eerste keer in mijn carrière dat ik commentaar ga geven bij wedstrijden van het Nederlands elftal op een WK. Dat is iets waar ik als jochie, tja, van droomde. Toen ik commentator werd van Oranje, na het WK van 2014, brak er een zwarte periode aan (het Nederlands elftal wist zich niet te plaatsen voor het EK van 2016 en het WK van 2018, red.). Ik heb in het begin alleen maar ellende becommentarieerd. Dus in zekere zin heb ik acht en een half jaar gewacht op dit moment

Eindelijk is het zover. Ja, maar dat voelt niet prettig, snap je? Gelukkig werk ik bij een organisatie die ook, op een journalistieke manier, laat zien wat daar allemaal misgaat en mis is gegaan.

Verheug je je buiten de wedstrijden nog op Qatar? De hoofdstad Doha is geen Berlijn of Rio de Janeiro. Los van het feit dat het in Qatar plaatsvindt, wat jammer is: een WK voetbal is met niets te vergelijken. De sfeer is fantastisch. Ik heb er drie meegemaakt: 2010 in Zuid-Afrika, 2014 in Brazilië en 2018 in Rusland. Het mooie vind ik dat je van plek naar plek gaat, het gastland leert kennen, mensen ontmoet. Maar in Qatar zitten we vier en een halve week in hetzelfde hotel. We gaan met de metro naar het stadion. Dat maakt het minder avontuurlijk. Nou doe ik in de eerste zeven dagen vijf live-wedstrijden op televisie, waarvan de aftrap meestal om tien uur ’s avonds plaatselijke tijd plaatsvindt, dus als ik op een normale manier wil functioneren, is er weinig ruimte voor iets anders.

Jeroen Elshoff (45) komt niet uit een journalistiek nest. In het ouderlijk huis in Heerhugowaard gingen de gesprekken meestal over de gezondheidszorg. Zijn moeder was verpleegkundige en zijn vader zat in de directie van verschillende psychiatrische inrichtingen. Beiden leven nog. Hij heeft een oudere zus, die ruim vóór hem het huis uitging. Wel hadden zijn ouders belangstelling voor sport. Nog steeds is Elshoff zijn vader dankbaar dat hij hem af en toe meenam naar wedstrijden van AZ en Ajax. ‘Dat vond ik geweldig.’

Was je een voetbaljongetje? Ja. Ik zat op een club, en mijn vader was erbij. Door de week zag ik hem weinig, maar hij was als voetbalvader aanwezig bij mijn team. Daar heb ik dusdanig warme herinneringen aan, dat ik er ook bij mijn eigen kinderen áltijd bij wil zijn. Op vrijdagavonden zit ik als analist in Eredivisie op vrijdag en kom ik pas om één uur ‘s nachts thuis. Of ik nou vier, vijf of zes uur slaap: als mijn dochter zaterdagochtend om half acht moet hockeyen, dan wil ik mee. Dat vind ik het allerleukste wat er is.

Wilde je als kind al voetbalcommentator worden? Ja.

Echt? Ik voetbalde altijd met commentaar erbij. Vaak ging ik in mijn eentje naar het veldje bij ons achter en gaf voorzetten op niemand, terwijl in mijn fantasie die bal erin vloog. Hardop verzon ik het begeleidende commentaar. Daarna ging ik de bal halen. Toen Nederland in 1988 Europees kampioen werd, verscheen er een boek met een muziekcassette waarop het radiocommentaar van Jack van Gelder stond. Dat bandje heb ik helemaal grijs gedraaid. Het televisiecommentaar van al die EK-momenten ken ik nog steeds uit mijn hoofd, en het radiocommentaar heb ik ook heel lang gekend. Nu niet meer.

Je bent naar de school voor journalistiek in Utrecht gegaan. Heb je daar het vak geleerd? Nou, de man die daar de sportdifferentiatie gaf heeft vanaf dag één bewust geprobeerd om ons op andere gedachten te brengen dan de sportjournalistiek in te gaan. Nee, de beste leerschool die ik heb gehad was mijn eerste fulltimebaan, als sportverslaggever bij RTV Noord-Holland. Door alles wat ik daar heb meegemaakt, laat ik me niet snel meer afleiden door de omstandigheden. Mijn eerste wedstrijd was bij de amateurs van Türkiyemspor–KVBV: 0–0. Bij de allereerste flits die ik voor de radio moest doen, woeien mijn aantekeningen weg. Ik moest er over de tribune achteraan, terwijl iedereen klapte. Ik heb op een stoel achter een doel commentaar gegeven. Ik heb tussen mensen gestaan die tegen me riepen: ‘Wat ouwehoer je nou?!’ Een jaar of vijf heb ik er gewerkt.

Lees verder in de VARAgids 47 vanaf bladzijde 11.

Meer over:

#artikelen, interview,

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld u aan voor de dagelijkse VARAgids Avondeditie!