Logo VARAgids
VARAgids brengt verdieping bij tv en media

Catherine Keyl over haar jeugdvakanties: 'Mijn vader vond het heel belangrijk dat wij leerden kamperen'

17-08-2026
leestijd 4 minuten
2021 keer bekeken
Keyl 1

© Privéarchief

Familieverhoudingen worden op vakantie vaak uitvergroot of komen onder druk te staan. Deel 4 van een zomerserie: Catherine Keyl (79) ging als kind met haar vader mee op zakenreis en leerde kamperen alsof de volgende oorlog elk moment kon uitbreken.

Catherine Keyl groeide op in het naoorlogse Den Haag als oudste van drie dochters. Haar vader, importeur van dons voor dekbedden, overleefde concentratiekamp Sachsenhausen. Op gezinsvakantie ging het gezin nooit: ‘Daar was thuis geen geld voor. Niemand in onze omgeving deed dat trouwens. Alleen kinderen met behoorlijk rijke ouders gingen weg, naar het Gardameer bijvoorbeeld, maar dat was zo ver dat het niet eens bij ons opkwam dat je daarnaartoe kon. Wij deden hooguit een dagje weg. Naar Avifauna zijn we weleens geweest, en naar Madurodam, maar dat lag op drie kilometer van ons huis.’

Wel reisde Catherine van jongs af aan mee wanneer haar vader voor de handel in dons de grens over moest. In België en Frankrijk zaten de grote jongens die het spul verkochten.

‘Die importeerden het uit Polen, dat destijds nog achter het IJzeren Gordijn lag. Frankrijk had daar betere relaties dan wij, dus mijn vader had de import via die Fransen voor elkaar gekregen. Toen ik een jaar of tien, elf was, sprak ik door al die zakenreisjes aardig Frans, want als kind pik je zo’n taal snel op. Zelf sprak hij het niet zo goed, dus had hij mij er graag bij om te vertalen. Mijn moeder bleef thuis met mijn jongere zusjes. Zij was ook niet zo’n reiziger, die had echt iets van: laat mij maar lekker thuis. Dat gedoe, je koffer pakken, zenuwen hebben, o nee, laat me met rust.’

Ze sliepen tijdens die reizen nooit in hotels, dat vond haar vader veel te duur. Er werd gekampeerd. En er speelde meer mee, zo vertelde Keyl vorig jaar bij een herdenking in Kamp Vught, waar haar vader gevangen zat: ‘Hij liet ons dan leven alsof we in een kamp zaten, om ons hard te maken.’ In de praktijk trof dat vooral Catherine, die meestal als enige van de zussen meeging.

‘Hij liet ons dan leven alsof we in een kamp zaten, om ons hard te maken’

‘Hij vond het heel belangrijk dat wij leerden kamperen, want als het ooit weer oorlog werd, konden wij ons behelpen. Iedereen noemt tegenwoordig alles een trauma, maar ik denk toch dat ik toen een trauma voor campings heb opgelopen. Tegenwoordig staat niemand meer met zijn wc-rol onder de arm in de rij voor het toiletgebouw, maar ik heb daar wel degelijk gestaan. Er waren altijd wel luidruchtige buren die ons uit de slaap hielden, en anders brak ik mijn nek wel over een tenttouw. Ik vond het werkelijk verschrikkelijk. Het opzetten en afbreken van de tent moest snel en goed gebeuren, want mijn vader maakte er een soort militaire oefening van. Nee, zo moet je dat niet doen, zei hij dan, en deed voor hoe het wel moest. Een natte tent liet zich niet opvouwen, dus soms bleven we een halve dag staan omdat het ding in de zon moest drogen. Ik had daar echt een hekel aan. Zonde van de tijd, vond ik het.’

Een camping was het lang niet altijd, vaak stonden vader en dochter op een landje: in de buurt van Lille, bij Béthune, later ook ten noorden van Parijs. In België trokken ze naar de Ardennen, want haar vader vond het belangrijk dat ze besefte dat Nederland plat was en dat daar bergen lagen.

‘Nou ja, bergen: heuvels. We reden met het busje van de zaak, een privéauto hadden we niet. Negen van de tien keer moest ik dat busje eerst aanduwen. Gekookt werd er op een primus, zo’n sissend petroleumbrandertje. Mijn vader had een lullig pannetje met een afneembare steel, waar dan een blikje in ging: bonen of erwten. Als ik iets erg vind, is het blikvoer. Onze plastic borden wasten we dan af in een sloot, en als die er niet was, moest het met zand. Papa, zei ik dan, dat is toch vies, dan krijgen we dat morgen allemaal in onze mond. Ja, zei hij, maar als je in het kamp zit, heb je ook geen spullen om schoon te maken.’

Keyl 2

Moeder en vader Keyl met dochter Catherine

© Privéarchief

Het kamp was nooit ver weg. Haar vader, van Joodse komaf, werd dankzij een vals persoonsbewijs nooit als Jood opgepakt, maar belandde voor zijn verzetswerk via Kamp Vught in Sachsenhausen, zo reconstrueerde ze in Oorlogsvader (2021), het boek dat ze over hem schreef. Toen hij in 1945 terugkeerde, bleek zijn hele familie vermoord.

‘Zijn vader, moeder, broer en schoonzus. Dankzij het Namenmonument in Amsterdam ontdekte ik pas dat die broer en schoonzus ook nog kinderen hadden, van een jaar of zeven en vijf. Ik probeer me weleens voor te stellen hoe dat voor hem moet zijn geweest, maar het lukt me niet: mijn voorstellingsvermogen trekt het eenvoudigweg niet. Dat zo’n man na de oorlog weer een zaak opbouwt, trouwt, kinderen krijgt: ongelooflijk.’

Zwijgen deed haar vader niet, praten evenmin. In het boek beschrijft ze hoe hij op verjaardagen, met de kamer vol visite, ineens kampverhalen kon afsteken: over gevangenen die voor het eten baden en van wie het eten verdwenen was zodra ze hun ogen weer opendeden. Over wat het met hem had gedaan, sprak hij vrijwel nooit.

Verder lezen?

Lees verder in VARAgids 33-34 (dubbelnummer)

Vanaf dinsdag 11 augustus 2026 in de app, op de mat en in de winkel.

Nog geen abonnee? Lees de VARAgids al vanaf 38 cent per week. 

Koop de VARAgids los bij Bruna, Primera, supermarkten en tabaks- en gemakswinkels voor slechts € 3,25.

Dit is het vierde deel van de VARAgids-zomerreeks Ik ga op vakantie en ik neem mee waarin BN’ers een moeizame familievakantie van weleer opdissen. Lees ook het eerste, tweede en derde deel.

Delen:

VARAgids Avondeditie

Nooit meer zoeken wat u moet kijken: elke werkdag gratis tv-tips, talkshow-onderwerpen en streamingnieuws in uw inbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor