De door een Deense dierentuin geëuthanaseerde giraf leidde tot veel commotie. Bioloog Midas Dekkers doet z’n best er vrede mee te hebben.
Marius moest dood. Het vonnis was geveld. Maar al móest het wel, daarom hoefde het nog niet. Waarom zou het hoeven? Marius was een gezonde giraf, rank op de poten, vol levenslust. Pas twee was hij, een tienergiraf. Toch moest hij dood. Hij was te veel. Overcompleet. De dierentuin had er al zo-een. Althans, met van die genen. Wilden dierentuinen vroeger van elke soort één exemplaar, tegenwoordig sparen ze geen soorten maar genomen.
In een hok Somalische giraffen probeer je alle Somalische giraffegenen bijeen te brengen. Dubbele genen hoef je niet, die heb je al. Hebben andere dierentuinen ze ook al, dan valt er ook niks te ruilen. Dus weg ermee. Marius moest dood.
Alzo geschiedde. Op een ochtend in 2014 werd Marius, anders dan anders, in zijn eentje naar buiten gelaten. Nog had hij niets in de gaten. Hij had alleen oog voor het roggebrood. Daar was hij ‘dol op,’ volgens de oppasser, die hem al van zijn geboorte af verzorgde. Met het brood werd Marius achter een wandje gelokt. Zodra hij om het hoekje keek om het roggebrood te pakken, zette de dierenarts zijn geweer op de slaap van het dier en vuurde. Het was een winchester, bekend uit cowboyfilms. Dus raak. Marius merkte niet eens dat hij het brood niet meer kreeg. Nooit meer! De Europese dierentuinfokvereniging (EAZA) kon tevreden zijn. De genen waren weer iets netter over haar tuinen verdeeld.
Giraf dood, mensen boos. Waar heb dat nou voor nodig? En de mensen zouden nog bozer worden. De directeur van de Kopenhaagse dierentuin, Bengst Holst, liet de giraf in stukken snijden en voerde die op aan de leeuwen. En plein public. Met kinderen erbij. Schande!
Maar dat gaf de dood van Marius juist zin, zei Bengst Holst. Daar leerden de kinderen van en de leeuwen kregen eindelijk weer eens te eten zoals God het bedoeld had, met giraf in plaats van die eeuwige koe. Leeuwen horen giraffen te eten, mensen, die eten koe. Maar waarom eigenlijk? Waarom niet andersom? Denk daar, dacht Bengst Holst, maar eens over na.
Daar is nu, tien jaar later, volop gelegenheid toe met de film Life and other problems, die nu ook op de Nederlandse televisie te zien is. Filmer Max Kestner denkt niet alleen na, hij denkt ook door. Waarom wel tumult over één dode giraf en niet over al die miljoenen koeien in al die duizenden slachthuizen? Wat is een giraf anders dan een koe met een lange nek? En als een giraf een koe met een lange nek is, wat is een mens dan anders dan een koe met een zwaar hoofd?
Ons hoofd is zwaar van alle hersenen. Onze hersenen zijn zwaar van al het proberen om steeds maar weer te begrijpen. Een giraf komt daar met zijn kleine koppie zo te zien niet aan toe. Het biedt weinig uitzicht om hem in een goed gesprek te doen inzien dat het ook voor hemzelf goed beschouwd het beste is om plaats te maken voor een andere giraf, met nuttiger genen. Daar kan hij met zijn hersentjes vast niet bij. Maar hoe zou je zoiets jezelf uit moeten leggen? Al zijn ze groter, onze hersenen zijn van hetzelfde spul als die van hem. Net als onze nek, onze bloedvaten en onze oogwimpers. In de blik van een giraf herken je die van je kind, in zijn dood die van jezelf.
Hoe meer je inzoomt, hoe meer lijkt al het leven één. Of je nu een kikker ontleedt of een kwal, een naaktslak of een arend, de hersenen van een mens of de schimmel tussen zijn tenen, steeds weer vind je water, glucose, vitamine B, 5-fosforibosylpyrofosfaat, ATP en ammonia. Mensen, giraffen, covidvirussen en pasgeboren poesjes zijn elk druppels van die enorme klodder protoplasma die over de hele wereld is uitgesmeerd. Je kunt er geen giraf wegpoetsen zonder jezelf te raken.
Het protoplasma pruttelt zacht als een stoofpotje. Hier wordt een giraf een leeuw, daar een koe een mens, een drol een madeliefje. Af en toe verschiet een spetter van kleur waar zojuist een evolutietje heeft plaatsgevonden. Kortom: het leeft. Ook als her en der stukjes lijken af te sterven. Of juist dan. Het echte leven lijkt zich niet ín al die plantjes en beestjes af te spelen, maar ertussen. Relaties,’ oreert Max Kerstner, ‘zijn het weefsel van het universum.’ Een losse mier dient nergens toe. Zelfs mensen gaan niet per stuk. Elk molecule lucht dat je inademt heeft al eens in een ander mens gezeten, in een krokodil, in Brigit Bardot, in een of andere Kennedy.
Wordt het zware hoofd al zwaarder? Hoe meer je denkt, hoe meer vragen opdoemen. Wat doe ik hier? Wie ben ik? Wat is ons? Het is mooi om bescheiden te concluderen dat we slechts een radertje in het geheel zijn, maar zal mijn radertje ooit slim genoeg kunnen worden om op zijn eigen klok te zien hoe laat het is? Denken is goed, maar aan het eind blijf je met meer vraagtekens zitten dan er in een column van Youp van ’t Hek staan.
Lees dit artikel verder in VARAgids 49, vanaf dinsdag 3 december 2024 in de winkel, op de mat en in de app (alleen voor VARAgids-abonnees). Word ook abonnee!
Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief