Logo VARAgids
Alles over tv, series, films en podcasts

Pavarotti & ik

11-03-2021
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
578 keer bekeken
  •  
&ik
Door Mirjam Bosgraaf
Hoe Megaster Luciano Pavarotti in 1991 door Harry Mens naar Nederland werd gehaald. ‘Ik had het gevoel dat ik in een Italiaanse Don Camillofilm beland was.’
Een zeldzame scène in de documentaire: De maestro in een gammel bootje op de Amazone, op weg naar het Teatro Amazonas in Manaus. Het zalmroze theater ligt midden in het regenwoud, ooit in alle pracht en praal gebouwd door de rubberbaronnen, nu verlaten. Er moet iemand gehaald worden om de deur van het slot te doen. ‘En wie bent u dan?’ vraagt de man met de sleutel. ‘Ik ben Luciano Pavarotti.’ En daar klimt de maestro op het podium, in z’n gewone kloffie, handen in de zakken. En hij begint te zingen: ‘A vucchella’, een Napolitaans lied uit het repertoire van die andere beroemde Italiaanse tenor, Enrico Caruso. Hij zingt het zachtjes, broos bijna. Maar je hoort waarom zijn moeder de jonge Luciano ooit aanmoedigde geen leraar maar zanger te worden. ‘Als jij zingt, dan raakt dat me in m’n hart. En dat zeg ik niet omdat ik je moeder ben.’ Een handjevol mensen zit in Manaus in de zaal. Die zullen zich wel even in de arm hebben geknepen. Is dit echt gebeurd? Het contrast met het normale speelveld van Luciano Pavarotti, tenor/opera-superster, kon niet groter zijn. Normaal treedt hij op in stadions en concerthallen voor duizenden mensen. Diezelfde week nog heeft hij voor 200.000 man in Buenos Aires gezongen, Donizetti, Puccini, Verdi. De documentaire Pavarotti is er voor een groot deel aan gewijd, dat Luciano Pavarotti (1935-2007), het als zijn missie zag om zijn door od gegeven talent in te zetten om kunst met de grote O, opera, naar het volk te brengen, net zoals Caruso dat eerder had gedaan.

Het was in die tijd, de tijd van Pavarotti’s stadionconcerten, aan het begin van de jaren 90, dat Harry Mens uit Lisse de operaster in het vizier kreeg. Harry Mens, nu van Businessclass, was toen makelaar en nog onbekend. Hij was de zoon van een bollenboer, en had, omdat zijn vader jong was gestorven, vroeg leren ondernemen, eerst in bloembollen, later in onroerend goed. En nu ging het behoorlijk goed in het onroerend goed. Harry was in 1969 al een keer geldschieter geweest voor een concert van Shocking Blue met Mariska Veres in een grote hal in Beek, in Limburg. Een stel studenten had de promotie gedaan. Maar op de dag van het concert, toen Harry als de grote impresario in zijn sportwagen naar Limburg reed, kwam hij erachter dat er precies 8 kaarten verkocht waren. Het concert bleek op dezelfde dag gepland als de carnavalsoptocht in Maastricht. Daar was iedereen. 10.000 bloembollenguldens had het gekost. Een dure les. Voortaan zou hij alles zelf doen.En nu, twintig jaar na Mariska Veres, was daar een nieuwe kans: Luciano Pavarotti, operasuperster. Harry Mens had hem al eens horen zingen en was meteen betoverd. Pavarotti’s O sole mio raakte hem zoals de muziek in de kerk hem vroeger kon raken, toen zijn vader nog leefde en hijzelf zong in het koor van de broeders in Lisse, zoals het zingen van het Wilhelmus hem kon raken in een stadion, rillingen over je rug. Het sprak hem ook aan dat Luciano Pavarotti, de zoon van een eenvoudige bakker uit Modena, zoiets bijzonders had bereikt. Harry had gehoord dat de Zweedse vastgoed-man Lars-Erik Magnusson con-tact had gelegd met de manager van Pavarotti, maar het toch niet aandurfde om Pavarotti te boeken. Het kostte blijkbaar nogal wat. Het moedigde Harry alleen maar aan. Pavarotti naar Nederland halen, dat zou nog eens een stunt zijn. Onmogelijk natuurlijk, maar hoe onmogelijker, hoe meer zin hij kreeg. Wat hem dreef? Toetreden tot de wereld van de beroemde Nederlanders? Iets doen wat de wereld van steen en bloembollen oversteeg? Of gewoon, het doen omdat het kon, omdat je mensen altijd hoorde over hun grootse plannen en ‘die plannen hebben ze dan na een jaar nog.’

Zo kwam het dat Harry Mens in Frankfurt een afspraak had met Tibor Rudas, Pavarotti’s manager. Pavarotti had twee managers, die als een tweekoppige Cerberus over de maestro en in het bijzonder over zijn geldstromen waakten. In de film Pavarotti worden ze zonder omhaal omschreven als ‘schoft’ en ‘man die echt door helemaal niemand aardig werd gevonden.’ ‘Die Rudas, wat een nare man,’ zegt Harry. ‘Er is er maar een die aan Pavarotti geld verdient, zei hij en dat ben ik. Ik heb jou niet nodig om een concert te organiseren. Toen zei ik, ja maar, ik doe het niet voor de winst, maar voor de lol en voor wat publiciteit. Toen het ernaar uitzag dat hij het geld mocht houden, veranderde hij als een blad aan de boom. Maar toen ik op mijn beurt vroeg wat het kostte, zei hij, kom eerst vanavond maar naar Pavarotti’s concert.’ Harry: ‘Ik tuinde erin met boter en suiker natuurlijk. Ik kreeg een prachtige plek op de voorste rij en toen Pavarotti opkwam, schonk hij me een grote grijns. Ik dacht, kijkt hij nou naar mij? Het bloed stroomde naar m’n hoofd. Rudas had hem natuurlijk verteld, doe even aardig tegen die Hollander, want die wil je boeken. Zo werd ik ingepakt. Na de voorstelling gingen we uitgebreid dineren in het hotel en maakte ik kennis met Pavarotti. Ik vond het een lieve en ondeugende man. Hij zei Arrié, tegen me, met de klemtoon op de ‘ie’ en het was heel gezellig. Naderhand kwam die Rudas naar me toe en zei: En? Ik antwoordde meteen: Ik wil Pavarotti. Prachtig, zei Rudas. Maar hij noemde geen prijs.’

Lees verder in VARAgids 11 vanaf bladzijde 25.

Meer over:

#artikelen
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief