
Dit begrip werd in 2023 geïntroduceerd door de politiek econoom Tim Vlandas van de Universiteit van Oxford, en is de afgelopen week veelvuldig in de media voorbijgekomen als mogelijke verklaring voor de extreme protesten in Frankrijk. Hiermee bedoelt Vlandas dat de ouderen in een samenleving de economische en politieke macht naar zich toetrekken, ten nadele van jongeren. Het idee dat deze verklaring correct is, wordt steeds breder gedeeld, waardoor het onwaarschijnlijk lijkt dat dergelijke protesten als in Frankrijk de komende jaren minder zullen worden. Wat is de oplossing?
Het begrip gerontonomie is afgeleid van het veel oudere en bredere begrip gerontocratie, een bestuursvorm waarbij de gehele autoriteit van een samenleving toekomt aan ouderen. Rond de eeuwwisseling treffen we de eerste belangrijke onderzoeken aan die waarschuwen voor een dergelijk systeem in onze samenleving.
Socioloog John A. Vincent had het over grey power, de groeiende invloed van ouderen in de vergrijzende samenleving. Met het werk van de Duitse economen Sinn en Uebelmesser in 2002 werd voor het eerst een concrete waarschuwing gepubliceerd voor een gerontocratie; de onderzoekers gaven als hypothese dat Duitsland na 2016 een gerontocratie zou worden. Een vergelijkbare waarschuwing werd in 2023 gepubliceerd in het onderzoek van de voornoemde heer Vlandas.
De hoofdzaken op een rij
Om de oorzaak van deze gevangenname van politiek en financieel kapitaal door ouderen beter te duiden, is een overzichtelijk beeld van de gevolgen onontbeerlijk.
De benadeling van jongeren begint al op jonge leeftijd. De tabletverslaving van kinderen onder de twaalf is groot en de cognitieve achterstand die zij oplopen door de tekenfilmpjes van miljardenbedrijf CoComelon is eveneens aangetoond. Hoewel de taal- en rekenvaardigheid weer op het niveau is van vóór Corona, is deze nog steeds te laag, mede door de voornoemde oorzaken.
Bij aankomst op de middelbare school verergert de problematiek: de mentale gezondheid keldert, er is ernstige verslaving aan sociale media en vapes, waarbij jongeren doelbewust als doelgroep zijn geselecteerd om verslaafd te maken, en de PISA-scores dalen al bijna tien jaar lang bij alle vakken. Vooral de leesvaardigheid van leerlingen lijkt te verslechteren, terwijl dat juist een van de belangrijkste indicaties is van het succes als de leerling volwassen is, zowel qua opleidingsniveau, inkomen als geluk.
De benadeling wordt bij het aanbreken van de studententijd evenmin gestaakt; naast de lotgevallen van de pechgeneratie zijn de levenskosten voor studenten die na 2022 zijn begonnen met hun studie nog steeds hoog en is studentenhuisvesting duur en schaars. Ook het collegegeld is in de afgelopen tien jaar bijna 75 procent omhooggegaan.
Het merendeel van de ouders, en daardoor hun kinderen vaak ook, is nog steeds geïndoctrineerd met het idee dat hun kind afbrengen bij de universiteit het hoogsthaalbare is; alternatieve carrièrepaden worden wellicht niet meer als ‘mislukking’ betiteld, maar zijn thans secundair te noemen, terwijl we juist praktisch geschoolde mensen nodig hebben in onze economie.
Het ironische is wel dat deze ouders nog steeds een punt hebben: zonder hoger onderwijs zijn je kansen schaars in Nederland, zowel qua inkomen, huisvesting, persoonlijke ontwikkeling als huwelijkskeuze. De diplomamanie in onze maatschappij is een onderbelicht thema dat door een enkeling maar wordt aangekaart.
De gevolgen hiervan, mede gezien de ondervertegenwoordiging van praktisch geschoolden binnen het parlement en hoge overheidsfuncties, zo ook hun positie, met name die van jonge laagopgeleide mannen, binnen de liefdesmarkt, is zeer zorgwekkend te noemen voor een land dat pretendeert genivelleerd te zijn en opkomt voor de rechten van haar minderheden. Ook qua inkomen en wonen wordt deze groep vaak achtergesteld.
Doordat scholieren dus en masse naar het hoger onderwijs worden doorverwezen, is de markt van hoogopgeleiden oververzadigd; waar je in eerdere generaties met een WO-bul gebeiteld zat voor een plaats binnen de (gegoede) middenstand, is men nu dertien in een dozijn.
Mede hierdoor is de studententijd van de student met een beetje ambitie moeilijk relaxt te noemen. Hen ligt een taak klaar om hun plaats in te nemen op het hamsterwiel van bijbaantjes, stages, bestuursfuncties, et cetera, om na hun afstuderen, het liefst cum laude en met twee masterdiploma’s op zak, mee te kunnen dingen naar de schaarse juniorfuncties die beschikbaar zijn. De vacatures van deze functies worden ook veeleisender, met meer jaren ervaring en benodigde aanvullende kwaliteiten en certificaten.
Hoewel economen en politici graag strooien met cijfers over de krappe arbeidsmarkt, wordt daarbij rijkelijk voorbijgegaan aan de kwalitatieve werkgelegenheid voor starters. Voor medior- en seniorwerknemers is de arbeidsmarkt een warm bad, maar voor starters neemt het aanbod af. Deze bezuiniging komt deels door de huiverigheid van werkgevers voor de opkomst van kunstmatige intelligentie, die veel werk van starters kan overnemen, maar ook door andere belangen. Vergelijk hierbij de grootschalige bezuinigingen van resp. junior softwareontwikkelaars en analisten binnen Big Tech en bulge bracket-investeringsbanken als Barclays.
Zelfs binnen de overheid wordt regelmatig gekozen om junior-taken te verdelen onder de ervaren collega’s, in samenloop met meer administratieve ondersteuning, om zo salaris- en inwerkkosten te besparen. Op korte termijn is dat wellicht rendabel, maar leidt dat tot kapitaalvernietiging; je verliest immers jong talent en ervaring, wanneer de senioren met pensioen gaan.
Ook als jongvolwassen starter is de benadeling dus tastbaar. Er is een groeiend probleem van stress- en burnoutklachten binnen deze groep. In tegenstelling tot 50+-ers zijn zij verslaafder aan sociale media en banger voor de ontwikkelingen in de wereld, waaronder oorlogsdreiging. De zorgen rondom de oververhitte woningmarkt en perikkelen binnen de liefde helpen daar evenmin bij. The Guardian heeft recent een documentaire gemaakt over liefde onder millennials en Gen Z. Mede door Corona en de komst van datingapps stellen wetenschappers vast dat de lat voor liefdespartners hoger is geworden, deze eenvoudiger inwisselbaar zijn en daardoor relaties van kortere duur zijn. Dat deze ontwikkelingen binnen de liefdesmarkt resulteren in minder geluksgevoel bij de deelnemers, is geen vreemde conclusie.
Door het voornoemde wordt de Nederlander van geboorte tot zijn of haar 30ste achtergesteld, hetwelk door de overheid moedwillig in de hand wordt gewerkt door het ondergenoemde beleid. Het zijn namelijk geen natuurfenomenen die voor de meeste bovenstaande problemen zorgen; het is beleid.
Het primaat van 50+
Enkele van de bovenstaande problemen behoren niet exclusief toe aan de jongere generaties, maar lijken wel zwaarder op hen te wegen, vooral omdat zij onvoldoende belangrijk lijken voor de politiek. Dat laatste is vrij eenvoudig verklaarbaar.
Zoals reeds eerder opgemerkt, is ruim de helft van het elecotraat in Nederland 50 jaar of ouder, een gevolg van de naoorlogse welvaart in het Westen, waardoor jongeren uit andere Westerse landen met hetzelfde probleem kampen. Ouderen staan dus dichter bij de politici en stemmen ook vaker, dus hun belangen gaan veel vaker voor. Ook zijn ze oververtegenwoordigd binnen de overheid, de Staten-Generaal, de vakbonden en andere pressiegroepen die door Den Haag serieus worden genomen.
We moeilijk over de begroting en sturen de minister van Financiën meermaals terug naar de schrijftafel, terwijl er nog steeds hypotheekrenteaftrek is, geen vermogensaanwasbelasting, en nog het belangrijkste: een discriminatoir universeel basisinkomen genaamd AOW. Dit basisinkomen geldt namelijk enkel voor 67+-ers, ongeacht of je nu klosjaar of miljonair bent, terwijl dit juist het rijkste demografische segment is in Nederland.
De AOW was in de jaren 40 en 50 een goed idee, want toen waren ouderen arm, maar dat is al decennia geleden omgeslagen, en nog steeds blijft het systeem in stand. Als men de AOW een sociaal vangnet zou maken als de Participatiewet, dan scheelt dat tientallen miljarden per jaar uit de begroting. Het merendeel van de middenstand heeft voldoende pensioen en eigen vermogen om het wegvallen van de AOW te kunnen compenseren, en anders kunnen ze desnoods hun huis opeten. Een dergelijk plan versterkt tevens de arbeidsethos, nu men in de meeste gevallen voor het eigen pensioen moet werken.
Ook de zorgkosten zullen de komende decennia door de vergrijzing enorm gaan stijgen, maar 15 euro extra op het eigen risico is politiek een crime, en is zelfs een jaar uitgesteld; dat was voor de meeste jongeren vanzelfsprekend geen heet hangijzer.
Meer dan de helft van de begroting gaat naar zorg en sociale zekerheid, en de overweldigende meerderheid daarvan komt bij 50+-ers terecht, terwijl het merendeel van de belastingopbrengsten bij werkend Nederland onder de 54 vandaan komt; ja, werkenden van 54 tot de pensioengerechtigde leeftijd leveren nog steeds een netto bijdrage aan de schatkist, per capita zelfs het meeste, maar dit staat t.a.v. de bijdrage van werkenden onder de 54 niet in verhouding tot hun hoge mate van financieel en politiek kapitaal.
Economen geven aan dat dit de komende decennia alleen maar zal stijgen door de vergrijzing, en dat dit ook het begrotingsgat tot gevolg heeft waar we nu last van hebben. Het CPB en de OECD stellen heel duidelijk vast dat de vergrijzing meer overheidskosten met zich mee zal brengen en dat het huidige systeem niet houdbaar is.
Ook de subsidiëring van huizeneigenaren, onder andere met betrekking tot verduurzaming, en de tientallen miljarden aan steunpakketten tijdens Corona voor het MKB die later minder noodzakelijk bleken dan verwacht, werken instandhouding van dit primaat in de hand.
Door de financiële ondersteuning aan de houder van een grand café tijdens Corona, in plaats van de economie zijn natuurlijke beloop te laten, kunnen de jongere generaties niet aantreden als horecaondernemer door middel van doorstroom in de markt. Laat staan dat je deze doorstroom als overheid stimuleert door het uitgeven van bedrijfsleningen aan jonge ondernemers, in plaats van de instandhouding van oud kapitaal, zoals dat tijdens Corona gebeurde. Eenzelfde analyse maakte hoogleraar Scott Galloway over de steunpakketten in de VS tijdens Corona.
Terug naar de actualiteit
Hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen is kritisch over de theorie van Vlandas en kaart een vergelijkbaar punt aan als dat van Kate Alexander-Shaw in 2023; hij vindt andere kenmerken van kiezers, bijvoorbeeld of ze links of rechts stemmen, bepalender dan hun leeftijd. Dat is een helder punt, maar beide ouderen die bijvoorbeeld SP en VVD stemmen, hebben een eigen woning, en wat blijkt in ons politieke discours: de gemene deler blijft buiten het mikpunt van grote hervormingen.
Het subtiele kiezersbedrog van de tien steden waar Jetten de verkiezingen mee heeft gewonnen, is namelijk al lang passé, terwijl het een veel prangender onderwerp is dan bijvoorbeeld het eigen risico. Toch krijgt het laatste onderwerp meer gewicht tijdens de onderhandelingen dan het stimuleren van de woningbouw.
De feitelijke realpolitiek waarvan partijen zich in Nederland evident bedien, en waarbij ze vooral beleid doorvoeren van de dominante groep binnen de demografische verdeling en het electroraat, hoort geen plaats meer te hebben in de 21e eeuw. We leven niet in de Oudheid met een directe democratie; het is zaak dat de partijen gehoor geven aan de pretenties van een moderne democratie die ze uitdragen, en ook het belang van ondervertegenwoordigde groepen in voldoende mate mee laten wegen in hun besluitvorming.
Van jongeren wordt verwacht dat ze dadelijk naar het front gaan en in hun burgerleven de helft van het levensonderhoud van een gepensioeneerde moeten bekostigen per maand. Hiertegenover staat weinig tot geen politiek kapitaal.
Vlandas geeft aan dat het het beste zou zijn voor de jongeren om het draagvlak te verbreden door ook andere groepen met afwijkende belangen te betrekken bij hun protesten, zodat ze een sterke coalitie kunnen smeden. Dit is zeker helpend. Vergelijk de coalitie tussen leraren en scholieren aldaar, die meer geld eisen voor onderwijs.
Dat dit uitkomst kan bieden, hebben we deze week in Servië kunnen zien bij de verkiezingsuitslag, waar de Studentenlijst een absolute meerderheid in het parlement heeft weten te behalen. Net als in Frankrijk gingen hier massale protesten aan vooraf en werd er een coalitie van leraren en leerlingen gevormd. Sterker nog, vrijwel de hele kieslijst bestond uit academici en experts. Of een zakenkabinet met technocraten, zoals we dat op de lijst van NSC zagen in Nederland, uitkomst gaat bieden, dat kunnen we mooi afkijken bij Servië.
Black bloc als noodzakelijk kwaad
Echter, de kans dat een dergelijke beweging in West-Europa op zou wegen tegen de belangen van de ouderen, c.q. het geld dat naar pensioen- en zorgkosten gaat, waar juist het geld zit waarmee je in jongeren kan investeren, zie ik somber in. In West-Europa hebben we immers andere problemen dan in Servië; we zijn rijker en de overheid is minder corrupt.
Hoewel Servië net als het Westen een vergelijkbaar vergrijzingsprobleem heeft, met eenzelfde demografische opbouw en onhoudbare overheidsuitgave wat betreft de pensioensvoorzieningen, was dit niet het speerpunt van de Studentenlijst. Corruptie en een treinramp die daarmee verband hield, waren de aanleiding voor de protestbeweging aldaar, en dit maakte het een big tent-partij tegen corruptie die breed gedragen werd binnen de samenleving, ook onder ouderen.
In West-Europa ontbreekt zo'n gemene deler vooralsnog bij de studentenprotesten. Ja, de protesten in Frankrijk werden ook zeker gevoed door de oplopende staatsschuld en het vasthoudende bezuinigingsbeleid van Macron, welke onvrede veel breder wordt gedragen, maar het zijn juist de uitgaven aan oudere generaties de oorzaak zijn voor de economische malaise in dat land, en het is dus voor jongeren niet de oplossing om tegen die bezuinigingen te protesteren.
Evenwel lijkt er niets mis om de robuuste economiën van West-Europa en hun stabiele democratiën wat schuddingen mee te laten maken met de protesten, zoals die de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden in Frankrijk. Kostbaar door de schade die daarmee gepaard gaat, en qua democratische stabiliteit brisant door de massaliteit en de hevigheid van de protesten, kan dat mogelijk tot inkeer leiden ten aanzien van de door hen benadeelde groep jongeren.
Hoewel het gegeven allesbehalve in het belang zou werken van de jongeren, is de dreiging van een bellum intestinum of externum een belangrijk instrument om deze benadeelde jongeren politiek op gelijke voet te stellen met die groep die hen zo erg nodig gaat hebben de komende decennia.