
Tien dagen geleden sloot ik mijn vorige column – De grap die werkelijkheid werd – nog af met een klein sprankje hoop. Niet omdat de situatie goed was, maar omdat er ergens diep van binnen nog de mogelijkheid bestond dat deze oorlog niet volledig uit de hand zou lopen.
Die hoop is inmiddels verdwenen.
Niet alleen vanwege de duizenden doden die deze oorlog inmiddels heeft geëist. En laten we eerlijk zijn: het zijn zelden generaals, militairen of oorlogsstokers die onder het puin vandaan worden gehaald. Het zijn gewone mensen. Kinderen. Zoals die 168 meisjes op een school in Minab. Een tragedie waarover onlangs zelfs in de Nederlandse pers nieuwe informatie naar buiten kwam dat de aanval mogelijk door Amerikanen werd uitgevoerd.
Een detail in een oorlog die inmiddels zo groot is geworden dat zelfs zulke cijfers haast achteloos worden uitgesproken.
Mijn hoop is ook niet verdwenen door de verwarrende politieke communicatie vanuit Den Haag. Eerst was het verhaal dat Nederland nog moest nadenken of we überhaupt mee zouden doen. Maar vreemd genoeg mocht het fregat Evertsen ondertussen alvast met de Fransen meevaren. Daarna werd het ineens een besluit om Franse schepen te “beschermen”. En nog geen dag later heette het plots een “nadrukkelijk defensieve inzet”.
Wat dat precies betekent, weet inmiddels niemand meer. Ministers spreken elkaar tegen, staatssecretarissen geven hun eigen interpretatie en de premier voegt daar weer een nieuwe uitleg aan toe. Het resultaat: veel woorden, maar niemand die nog kan uitleggen waar Nederland eigenlijk precies aan meedoet.
Het doet me denken aan eerdere momenten waarop Nederland zich in internationale conflicten manoeuvreerde zonder precies te weten wat het eigenlijk deed. Of het nu Srebrenica, Kunduz of Hawija heet: besluiteloosheid heeft in onze geschiedenis zelden tot wijsheid geleid.
Maar zelfs dát is niet de reden dat mijn laatste restje hoop verdwenen is.
Ook niet de honderden foto’s en filmpjes die via een enkele Twitter-account uit Iran naar buiten komen, terwijl het land al ruim tien dagen grotendeels van het internet is afgesloten. Als je door die berichten scrolt, zie je een land dat op duizenden plekken tegelijk lijkt te branden. Meer dan vijfduizend bombardementen, zo wordt er geschat.
En ook niet omdat ik door diezelfde black-out – net als in januari van dit jaar – opnieuw nauwelijks contact kan krijgen met mijn ouders in Isfahan. Een stad waar inmiddels meer dan honderd doelen zijn gebombardeerd.
Nee.
De reden dat mijn laatste sprankje hoop is verdwenen, komt uit Washington.
Afgelopen zondag zat geopolitiek analist Alex Krijger bij WNL. Hij schetste een scenario dat hij zelf het “cynische einde van deze oorlog” noemde.
Er is, zo vertelde hij, een eiland in de Perzische Golf dat militair kan worden ingenomen. Als je dat eiland controleert, heb je in één klap negentig procent van de Iraanse olie-industrie in handen.
Dat eiland heet Kharg.
Een klein stukje land, ongeveer 25 kilometer uit de Iraanse kust, waar zo’n negentig procent van de Iraanse olie-export wordt verwerkt.
Vanuit strategisch perspectief is het bijna een schaakzet uit een handboek: neem Kharg in, verlam de Iraanse economie en de oorlog heeft zijn doel bereikt.
Niet omdat Iran verslagen is.
Niet omdat er vrede is.
Maar omdat de geopolitieke balans verschuift.
De Verenigde Staten hebben de olie uit het Midden-Oosten inmiddels nauwelijks nog nodig. China daarentegen wel. En geopolitiek draait uiteindelijk zelden om idealen, maar om hefboomwerking.
Als je de energietoevoer van je grootste concurrent kunt afknijpen, dan heb je je doel bereikt.
Trump heeft dat overigens nooit geheim gehouden.
En daarna?
Dan begint het echte drama.
Dan zullen Koerden, Balochi’s, Arabische gemeenschappen in het zuiden en Azeri’s in het noorden autonomie eisen. Het regime verliest macht, verliest geld en verliest controle.
De Golfstaten zitten ondertussen zo diep in hun eigen geopolitieke strijd dat Gaza, de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogten en Libanon voorlopig van de agenda verdwijnen.
En al die dappere Iraniërs die de afgelopen jaren hebben geprotesteerd?
Honderden, misschien duizenden, zullen worden opgepakt als vermeende handlangers van het Westen. Gemarteld. Opgehangen.
Daarna kondigen we in Europa waarschijnlijk nog een paar nieuwe sanctierondes af, waardoor dezelfde bevolking opnieuw de economische rekening betaalt.
En zo eindigt deze oorlog dan misschien precies zoals Krijger het beschreef: cynisch.
Je zou bijna denken dat een columnist bij zulke vooruitzichten suïcidale gedachten krijgt.
Maar nee.
Vanmorgen belde mijn vader.
Het regime verkoopt sinds kort nieuwe simkaarten waarmee je precies zestig minuten naar het buitenland kunt bellen.
Mijn ouders leven dus nog.
Alleen zijn de kaarten dit keer maar één week geldig. Men heeft blijkbaar geleerd van de vorige internetblack-out dat zelfs oorlog een verdienmodel kan zijn, zolang je het maar goed organiseert.
Dat laatste is uiteraard cynisch bedoeld.
Maar het geeft me wel een kleine opluchting.
Sinds vanochtend kan ik mijn collega’s, vrienden, kennissen – en vooral mijn twee kinderen – eindelijk weer antwoorden wanneer ze me vragen: “Heb je al iets van je ouders gehoord?”
Hoe klein die opluchting ook is, de meeste lezers kunnen zich waarschijnlijk niet voorstellen hoe het voelt om in een vergadering te zitten terwijl je elke paar minuten een filmpje binnenkrijgt van een nieuwe raketaanval in Iran.
En je jezelf telkens weer afvraagt: ligt daar misschien iemand onder het puin die jij kent?
Of erger nog.
Iemand van wie je houdt.
Terwijl de rest van de wereld ondertussen gewoon doorgaat.
En alsof het nog niet genoeg is, komt vlak voordat ik deze column afrond het volgende bericht binnen: Nederland verplaatst tijdelijk zijn ambassade in Iran naar Azerbeidzjan.
Consulaire hulp, mocht die ooit nodig zijn, bevindt zich dus voortaan honderden kilometers verderop.
Ik moet eerlijk zeggen: ik heb geen idee hoe iemand in het huidige Iran überhaupt Azerbeidzjan zou moeten bereiken.
Maar één ding weet ik inmiddels wel.
Als deze oorlog eindigt zoals steeds meer analisten voorspellen, dan zullen niet Washington of Tel Aviv de grootste verliezers zijn.
Maar de ruim 90 miljoen inwoners van Iran.
Dezelfde mensen die al jaren gevangen zitten tussen sancties, dictatuur en geopolitiek schaakspel.
En die nu opnieuw dreigen te betalen voor een oorlog waar ze zelf nooit om hebben gevraagd.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.