
Of je nu op de barricaden staat voor het klimaat, voor de zorg of tegen racisme: je vecht tegen hetzelfde systeem van roofbouw en afleiding.
Terwijl de wereld om ons heen er voor niemand beter op wordt - met oorlog, een klimaatcrisis, steeds duurdere woningen, duurdere energie en onzekerder werk - slaagt links er niet in de agenda te bepalen of kiezers terug te winnen. De recente massale protesten tegen klimaatbeleid, woonbeleid, racisme en genocide hebben zich nauwelijks vertaald naar electorale verschuivingen. Dat is geen toeval. Het onderliggende probleem hier is dat links, van politieke partijen tot maatschappelijke bewegingen, geen gedeeld verhaal meer heeft. Geen gezamenlijk kader om deze verslechteringen te begrijpen.
Rechts laat op dit moment het tegenovergestelde zien. Het is de afgelopen jaren steeds succesvoller geworden, terwijl het tegelijk steeds verder losgezongen is geraakt van de feiten. De framing van GroenLinks-PvdA als ‘extreem’ of migratie als permanente ‘crisis’ zijn daar recente voorbeelden van. Het gaat ze dan ook helemaal niet om de feiten; wat rechts deelt, is een wereldbeeld. Van VNO-NCW en de VVD tot Vandaag Inside en de PVV klinkt steeds dezelfde kernboodschap: niet multinationals maar migranten ondermijnen de economie en niet radicaal rechts maar links en activisten bedreigen de democratie. Over hun onderlinge verschillen - Oekraïne, Europa, herbewapening, verzorgingsstaat - zijn ze relatief stil. Het gedeelde verhaal gaat voor.
Links mist zo’n gedeeld wereldbeeld. Decennia nadat het zijn ideologische veren afschudde, is de behoefte aan een samenhangend, herkenbaar links verhaal terug van nooit weggeweest. Toch is dat verhaal er niet. En zonder zo’n ideologisch kader mist een gemeenschappelijke taal om belangen, macht en conflicten te duiden. Er is geen gedeeld verhaal over wat er structureel misgaat en door wie. Wat dan overblijft is incidentele verontwaardiging. Terwijl rechts consequent hetzelfde offensieve frame herhaalt - dit zijn de problemen, zij zijn de schuldigen - blijft links zoeken naar het gedeelde verhaal.
Juist in deze tijd van permanente crisis en steeds machtigere hufters ontbreekt het links aan een gezamenlijk ijkpunt. Dat geldt voor linkse partijen, linkse instituties, opiniemakers en kiezers. Zonder zo’n gedeeld wereldbeeld gaan we de macht niet naar ons toetrekken. Maar hoe zijn we hier beland? Waarom lukt het rechts wel om tot een gedeeld verhaal te komen? En is een gedeeld links verhaal - een verhaal dat ons niet verdeeld en geen verstikkende dogma’s oplegt - nog wel mogelijk?
Een vervlogen ideologie
Tot ver in de jaren tachtig beschikte links over duidelijke ideologische kaders. Ze waren niet altijd flexibel en zeker niet vrij van interne conflicten - met scheuringen rondom kernenergie, pacifisme, internationale solidariteit, hoe links de PvdA moest zijn en hoe Marxistisch de CPN nog was - maar ze boden richting. Ze gaven structuur aan hoe macht werd begrepen, hoe belangen werden gezien en waar de politieke strijd over moest gaan. Er bestond een gedeelde taal over klassenstrijd, solidariteit, herverdeling en democratisering. Arbeid stond tegenover kapitaal. Vakbonden tegenover werkgeversorganisaties. Persoonlijke vrijheden tegenover conservatieve instituties.
In de jaren negentig werd dat kader doelbewust losgelaten. Onder invloed van de derde weg, ‘professionalisering’ en bestuurlijke logica werd ideologie verdacht of op zijn minst ervaren als ballast. Klassenanalyse maakte plaats voor marktdenken met een sociaal randje. De tegenstelling tussen arbeid en kapitaal verdween uit het politieke vocabulaire. Ongelijkheid werd een kwestie van kansen, niet van macht. Dit was het einde van de geschiedenis en wat er van de toekomst overbleef, hoefde alleen nog goed gemanaged te worden. Dit bleef het dominante denken tot ver na de eeuwwisseling. Al voelt die technocratische droom inmiddels als een vage herinnering.
De windstilte van de paarse jaren is de afgelopen jaren immers omgeslagen in een hyperpolitieke storm. Sinds de financiële crisis van 2008 en alle crises die sindsdien volgen is de politiek weer prominent terug in ons dagelijks leven. Helaas heeft die herpolitisering niet geleid tot een nieuw en gedeeld verhaal op links. Integendeel: zoals journalist Vincent Bevins in zijn boek If We Burn (ondertitel:The Mass Protest Decade and the Missing Revolution) pijnlijk nauwkeurig analyseert, leven we in een decennium van massaprotesten zonder revolutie. We gaan met meer mensen dan ooit de straat op, de explosies van verontwaardiging volgen elkaar in hoog tempo op, maar onder de streep verandert er nauwelijks iets aan de machtsverhoudingen.
De wereld om ons heen wordt in de fik gezet. Daarom staan we steeds vaker en luider op de barricaden. Dat die energie zich niet vertaald naar macht komt doordat we geïsoleerd vechten tegen verschillende kwaden, in plaats van ze aan elkaar te verbinden. De klimaatactivist, de woningzoekende en de gediscrimineerde Nederlander herkennen elkaars woede wel, maar zijn geen strijdmakkers. Bovendien: zonder een overkoepelend verhaal blijft elk protest een tijdelijke uitbarsting die in rook opgaat bij het oprollen van het laatste spandoek. De problemen waar de ene beweging tegen strijdt, komen in de volgende niet terug. We missen de ideologische lijm die deze ‘losse’ incidenten en ‘verschillende’ slachtoffers aan elkaar verbindt.
De puinhopen van de jaren ‘20
We hoeven het niet over alles eens te worden - dat gaat voorlopig ook niet lukken. Maar we hebben ook geen gedeelde blauwdruk nodig voor een utopie; een gezamenlijke diagnose is al genoeg. De denker bell hooks vatte het overkoepelende systeem waar we tegen vechten krachtig samen als het ‘imperialistische kapitalistische wit-nationalistische patriarchaat.’ Om dat systeem te lijf te gaan, moet links het ‘kleurklasse narratief’ omarmen: de analyse die laat zien hoe de alliantie tussen het grootkapitaal en radicaal-rechts werkt. Het legt bloot hoe zij raciale verdeeldheid zaaien om de aandacht af te leiden van hun economische roofbouw. Door de zondebokpolitiek te ontmaskeren als een doelbewust instrument van de rijken, verbinden we de strijd tegen racisme direct met de strijd tegen het roofkapitalisme.
Een gedeeld verhaal begint bij het doorprikken van de afleidingstactieken en het aanwijzen van de krachten die het ons nu, en in de toekomst, onmogelijk maken om fatsoenlijk te leven. Dit zijn een aantal van die krachten:
Een solidaire strijd
We hoeven niet te wachten op dé blauwdruk van dé utopie waar iedereen van GroenLinks-PvdA tot de meest radicale actiegroep zijn handtekening onder zet. Dat gaat nooit gebeuren en dat hoeft ook niet. Onze kracht ligt niet in eenstemmigheid over de toekomst, maar in een gezamenlijk vijandbeeld in het heden. Of je nu op de barricaden staat voor het klimaat, voor de zorg of tegen racisme: je vecht tegen hetzelfde systeem van roofbouw en afleiding. De vastgoedbelegger die je huur opdrijft en de fossiele lobbyist die de planeet opstookt, drinken uit hetzelfde glas.
Wanneer we het eens worden over de vijanden waartegen we strijden stoppen we met het blussen van losse brandjes en worden we één front. Daarvoor is geen verstikkend dogma nodig, maar een nieuw links paradigma dat we tot vervelens toe kunnen herhalen. Dus benoem de diefstal aan de top, ontmasker de zondebokmachine en maak van dit ijkpunt de nieuwe standaard. Of je nu werkt bij een NGO, de woordvoering doet bij een woningbouwcorporatie, kaderlid bent bij de vakbond, in het weekend de snelweg bezet, columns schrijft over radicaal rechts, podcasts maakt over roofkapitalisme of een linkse zuil op aan het zetten bent: we delen dezelfde vijanden en onderling verbonden problemen, benoem ze. Als we gezamenlijk inzien tegenover welke krachten we staan, smeden we de vuist die nodig is om de macht daadwerkelijk terug te pakken.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.