Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Onze economie moet weer middel worden in plaats van doel

Vandaag
leestijd 6 minuten
331 keer bekeken
Scherm­afbeelding 2026-02-19 om 16.29.27

Beeld: Google Streetview

Na twee dagen Lille reisde ik deze week samen met mijn vrouw terug naar Tilburg. Met de trein, wat een fijne ervaring was, zeker toen we een paar files rond Brussel en Antwerpen passeerden. Een paar keer kwamen we langs het spoor een autogarage met de naam Van Mossel tegen. Ik wist dat dit bedrijf Nederland had veroverd, maar nu ook België en Frankrijk, dat was me minder bekend. De geschiedenis van dit van oorsprong Tilburgs autobedrijf laat precies de ontwikkeling van onze neoliberale economie zien vanaf het einde van WOII tot nu. Hoe deze imperialistische economie van middel tot doel is geworden in onze samenleving en hoezeer we daar nu collectief in gevangen zitten.

Ben van Mossel begon zijn autobedrijf in 1948 in Tilburg. Hij startte als kleine autohandelaar. Nederland zat nog in de wederopbouw, auto’s waren schaars. Aanvankelijk ging het vooral om gebruikte auto’s en onderhoud. In de jaren daarna groeide dit typische familiebedrijf langzaam en lokaal. In die tijd bestond de autowereld uit veel kleine, zelfstandige dealers. In de jaren 60-90 groeide het bedrijf uit tot een officiële dealer, onder andere van de Volkswagen-groep. De focus lag op betrouwbaarheid, onderhoud en klantenrelaties. Uitbreidingen vonden daarna plaats naar meerdere merken en een grotere showroomstructuur. De echte economische transformatie kwam toen Eric Berkhof aan het roer kwam. Wat veranderde was een agressieve groeistrategie, professionalisering en focus op schaalvergroting. Dat begon met een dealer per (grote) stad, maar daarna begon Van Mossel ook andere dealers over te nemen. Een ontwikkeling die volgens mij herkenbaar is in vele andere branches.

Deze snelle groei werd ook gestimuleerd door de auto-industrie zelf. Zij wilden minder dealers, grotere dealerorganisaties en sterkere financiële partners. Precies hetzelfde neoliberale principe heb ik zien gebeuren in de WMO-zorg binnen de gemeente waar ik werk. Hierdoor kregen kleine dealers het moeilijk. Grote groepen konden makkelijker investeren en Van Mossel vulde dat gat. Vanaf 2000 tot heden vond er een overnamegolf plaats door wat inmiddels heet de Van Mossel Automotive Group met Berkhof als CEO. Honderden bedrijven van verschillende automerken werden opgekocht en er werd uitgebreid naar België, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk etc. Ook de activiteiten werden verbreed; verkoop nieuwe en gebruikte auto’s, leasing, schadeherstel, fleet management, mobiliteitsdiensten. Inmiddels is Van Mossel een van de grootste dealerorganisaties in Europa, heeft duizenden werknemers in honderden vestigingen. In de Quote 500 staat Eric Berkhof op plek 168 met een geschat vermogen van ongeveer 380 miljoen euro.

Een anekdote. Een kennis van mij uit Tilburg kocht een paar jaar geleden een auto bij Van Mossel. Al na een paar weken had de auto een ernstig mankement. In plaats van dit op een goede manier op te lossen, probeerde het bedrijf de schuld bij de klant te leggen met de regeltjes uit het koopcontract in de hand. Deze kennis werd het zo beu, dat ze tegen de manager zei dat ze met haar vrienden uit Tilburg Noord langs zou komen en de auto door de glazen wand zou rijden. Binnen 5 minuten was het herstel geregeld. Dit voorbeeld laat zien en dat zal voor heel veel mensen in de verschillende branches herkenbaar zijn, hoe een bedrijf van mensgericht naar systeemgericht is verschoven. Ik zie in mijn verbeelding Ben van Mossel staan in zijn overall met smeer op zijn kleren en handen. Nu loop je een soort van glaspaleis met blinkende auto’s binnen en spreken verkoopmanagers je aan vanachter hun marmeren balie. Ik was een paar maanden geleden bij de autokeuring in België en de lichten van mijn auto stonden verkeerd afgesteld. Vlakbij was zo’n officiële Renault garage, die mijn simpele vraag weigerde, omdat ik geen Renault had die ik bij hen had gekocht. Een kleinere garage verderop had mijn probleem in een kwartiertje gefikst.

Een klein familiebedrijf werkte in de vorige eeuw nog vanuit persoonlijke relaties, het herkennen van klanten, flexibiliteit, vakmanschap en betrokkenheid. Inmiddels is de focus verschoven naar efficiëntie, procesgericht werken, targets, cijfers en uniforme serviceprotocollen. Structureel zie je dat medewerkers minder autonomie krijgen, er een hogere werkdruk is door planning en verkoopdoelen. Klanten voelen zich als een nummer behandeld en er is minder lokale verantwoordelijkheid door centrale aansturing. Waarom is deze verandering die we allemaal zullen herkennen, blijkbaar onvermijdelijk? Sinds het neoliberalisme in de jaren 80 van de vorige eeuw zijn aandeelhouders en rendement leidend geworden. Digitalisering heeft een grote invloed gehad op de meetbaarheid en de sturing op cijfers. Risicobeheersing staat centraal aan de hand van regels en protocollen. De voordelen van schaalvergroting worden maximaal benut. Niet voor de klant, maar voor het maken van zoveel mogelijk winst. Hierdoor ontstaat een systeemwereld, waar regels, geld en efficiëntie centraal staan.

De geschiedenis van het autobedrijf Van Mossel houdt ons een spiegel voor van een economie die is verworden van een middel tot een doel. Als een kapitalistische economie doel wordt, dan gaat alles draaien om groei, schaal en rendement. Dan wordt de mens instrumenteel en verdwijnt de natuurlijke begrenzing, omdat geld zelf geen ‘genoeg’ kent. Zowel medewerkers als klanten zijn ondergeschikt gemaakt aan dit doel. Doordat dit neoliberale systeem de mens en het menselijke heeft losgelaten, is deze economie grenzeloos geworden. In een oneindige drang tot expansie. De instrumentele rationaliteit van dit dominante systeem in onze samenleving koloniseert als het ware onze leefwereld als mens. Regels, geld en efficiëntie hebben onze ervaring, zingeving en menselijkheid bezet en overgenomen. Hier zitten we collectief in gevangen. We zijn met z’n allen afhankelijk gemaakt en weten niet meer hoe we ons leven zouden moeten vormgeven zonder dit neoliberale systeem. Zozeer zijn we van onszelf vervreemd. Schokkend als je dit tot je door laat dringen.

Het is absoluut noodzakelijk om deze destructieve ontwikkeling terug te draaien. Niet om terug te gaan in de tijd, maar juist om een stap voorwaarts te zetten. Een economie als middel ondersteunt menselijke behoeften, faciliteert de uitwisseling en samenwerking tussen mensen en blijft begrensd door de menselijke maat en waarden. In een mensgericht systeem ontstaat begrenzing vanzelf door het relationele, door verantwoordelijkheid, door betekenis te geven aan het werk dat je doet. Dan hoeft er minder externe controle te zijn. Morele grenzen hoeven niet opgelegd te worden als betekenis en menselijkheid centraal staan. Een meer linkse overheid probeert met allerlei regels en wetten de op hol geslagen economie te begrenzen, maar weigert de machtsstructuur zelf van de neoliberale economie te veranderen. Omdat de politiek zelf ook gegijzeld is door dit neoliberale systeem en geen onafhankelijke positie meer inneemt. Ons nieuwe door de rechtse VVD gedomineerde kabinet laat dit duidelijk zien. Van de politiek hoeven we in deze weinig te verwachten.

In mijn denkpad zet ik nu een stap verder om zicht te krijgen op de oplossing om uit dit grote probleem te komen. Economie als doel ontstaat in mijn filosofisch idealistische visie als gevolg van onze afgescheidenheid als mens van onze essentie. Als onze persoonlijkheid afgescheiden is van zijn essentie en dus niet diens natuurlijke leiding kan volgen, heeft de mens de neiging een systeem buiten zich te scheppen en dit te gehoorzamen. Vroeger was dat bijvoorbeeld de kerk, nu is het ons kapitalistisch systeem dat we heilig hebben verklaard. Dat dus eigenlijk een surrogaat-oriëntatie is geworden. Het probleem van onze neoliberale economie dat ik in dit artikel schets is dus niet zozeer een economisch probleem, maar een bewustzijnsprobleem.

Als de mens het innerlijke kompas van zijn essentie verliest, zoekt het richting buiten zichzelf in het systeem dat het zelf schept. Wanneer mensen geen contact meer hebben met hun innerlijke vermogens groeien systemen uit tot autoriteit. Het herstel met de eigen essentie is dus noodzakelijk, eerst individueel, daarna werkt dit door in het collectief. Sleutel hierbij is het toelaten van de pijn die verbonden is met die menselijke afgescheidenheid. Ik schreef daar eerder dit artikel over. De weg terug naar het contact met de essentie loopt niet via het denken of het systeem, maar via voelen en het toelaten van pijn die eerder vermeden werd.

Vermijding van pijn is de basis van ons systeem, waarvan onze machthebbers er alles aan doen om dit te behouden. Dat is wel iets waarmee we in de transitie die ik hier beschrijf rekening moeten houden. De macht die niet zomaar loslaat. Als ons (zelf) bewustzijn toeneemt, is het toelaten van de pijn van onze afgescheidenheid geen probleem meer. Maar wordt dit voelen een poort, een bottleneck naar een nieuwe samenleving, die van onderop wordt vormgegeven. Hierin zal de economie kleinschaliger worden. Een middel dat dienstbaar is aan mensen en niet langer een doel dat ten koste gaat van mens en natuur. De grote chaos waar we momenteel inzitten, het gebrek aan houvast in de buitenwereld, de radicalisering en polarisatie, dit alles is in mijn visie een uitnodiging om die innerlijke weg van het herstel van ons contact met onze essentie te gaan. Zo worden we als mens zelf de uitweg uit de crisis die we geschapen hebben.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor