
Hamed is geboren en getogen in Gaza. Deze zomer is hij naar Nederland overgekomen. In vier wekelijkse afleveringen vertelt hij hoe 7 oktober 2023 zijn leven heeft veranderd. Dit is het derde deel.
Leven in een tent voor ontheemden ontneemt je iedere illusie van privacy, comfort en veiligheid. Maandenlang kromp mijn hele wereld tot de omvang van een met andere journalisten gedeelde tent. We leefden, sliepen, aten en werkten zij aan zij onder dat dunne tentdoek. Ver weg van onze moeders, onze families, en wat er over was van ons thuis. Dit isolement was geen keuze, maar een professionele noodzaak; we moesten bij elkaar kruipen op een plek waar maar het geringste spoor van een verbinding met de buitenwereld was: werkende eSIM's zoeken, middenin de nacht achter signaalpieken aangaan, en vertwijfeld speuren naar zonne-generatoren, enkel en alleen om een camerabatterij op te kunnen laden of een clip van dertig seconden naar nieuwsredacties in het buitenland te versturen.
Toch bood de aanduiding 'pers' geen beschutting. Het blauwe flakjack en de helm werden doelwitten in plaats van beschermingsmiddelen. Ik herinner me hoe ik op de koude grond in onze tent lag, luisterend naar het meedogenloze gezoem van drones en het huiveringwekkende gedreun van luchtaanvallen die de grond onder ons liet beven. Tenten van journalisten werden getroffen en collega's werden in hun slaap vermoord.
Elke ochtend begon met een onbenoemd ritueel: de groepsapps checken om te zien wie er nog leefde en wie er nieuws was geworden. Rouw was geen uitzonderlijk moment van rust; het was voortdurend aanwezig. Ik werd wakker, pakte mijn spullen en stapte het veld in met een verstikkend besef: ik weet niet of ik vandaag levend terugkeer naar deze tent.
Toen kwam de hongersnood. De wereld spreekt in statistieken over honger, maar een hongersnood doormaken is een stille, meedogenloze vorm van psychologische en fysieke afkalving. Het duurde ongeveer drie maanden, die gelden als de donkerste, meest uitgeholde periode in mijn hele leven. Ik ging op een volkomen lege maag de felle zon in met zware camerastabilisatoren en lenzen, rennend op pure adrenaline, en niets anders dan die adrenaline.
Het waren vooral de gewone, menselijke verlangens die me tot op het bot opbraken. Midden in de nacht, liggend in de tent terwijl de honger aan mijn ribben knaagde, verlangde ik naar iets zo eenvoudigs als een Snickers, een zak chips, of één stukje chocolade. Je loopt naar daar waar vroeger de supermarkten waren, en de schappen zijn volkomen leeg — er rest niets dan kaal hout, stof en leegte. Soms, wanneer een zeldzame druppel internet me toeliet om door social media te scrollen en newsfeeds te checken, serveerden de algoritmes clips van restaurantgerechten, watertandende kookvideo's en alledaags vermaak van over de hele wereld. Naar dat scherm kijken terwijl je je eigen maag voelt samentrekken, pijn hebt van de honger, was van een ontregelende, surrealistische wreedheid. Als ik nu foto's van mijn lichaam van voor de oorlog zie en vergelijk met deze periode, herken ik de persoon die me aankijkt nauwelijks. Mijn ribben staken uit, mijn wangen waren ingevallen, en mijn fysieke uithoudingsvermogen was volledig opgedroogd.
De tol was hoog, tot in de diepste vezels van mijn lichaam. Ik liep verwondingen op, waaronder een blessure aan mijn hand en vingers, waardoor ik terecht kwam op overvolle, met bloed doordrenkte spoedeisende hulp-afdelingen waar zelfs basale medische middelen niet of amper aanwezig waren. Tot op de dag van vandaag voelt mijn lichaam onherroepelijk anders. Een diep gewortelde fysieke vermoeidheid, chronische uitputting en het stille trauma houden zich nog steeds op in mijn gewrichten en spieren. We hebben daar in het zand hele delen van onze gezondheid en onze jeugd begraven.
Bovenop al die fysieke littekens was er het ondraaglijke verdriet van persoonlijk verlies. Tijdens de breekbare dagen van het eerste, tijdelijke, staakt-het-vuren verloren we mijn broer. Hij had lang tegen een slepende ziekte gestreden, maar de brute werkelijkheid van de oorlog — de totale ineenstorting van de gezondheidszorg, het schrijnende gebrek aan medicijnen en de meedogenloze hongersnood — sloopte zijn fragiele lichaam. Toezien hoe hij definitief uit het leven weggleed, machteloos om dat te stoppen, heeft een pijn achtergelaten in mijn hart en in de ziel van mijn familie die geen tijd en geen afstand ooit kan helen.
Elke keer dat ik mijn camera oppakte, trilden mijn handen — niet alleen van de honger, maar van de ondraaglijke druk om een verhaal te moeten vertellen waarvan ik iedere kwellende seconde ook zelf beleefde.