
Foto: Hamed Isbaita
Hamed is geboren en getogen in Gaza. Deze zomer is hij naar Nederland overgekomen. In vier wekelijkse afleveringen vertelt hij hoe 7 oktober 2023 zijn leven heeft veranderd. Dit is het tweede deel.
De ochtend van zaterdag 7 oktober had de bekroning moeten zijn van drie jaar hard werken. Ik werd wakker met de zenuwachtige opwinding van een net afgestudeerde. Die avond zou onze universiteit de afstudeerceremonie houden, en ik behoorde tot de deelnemers. Mijn afstudeerpak lag netjes klaar, de batterijen van mijn camera waren opgeladen, en ik had me deze dag al tot in de kleinste details voorgesteld: hoe ik over het podium zou lopen, mijn naam horen roepen en mijn medestudenten omarmen terwijl we dan eindelijk officieel de toekomst instapten waar we de voorbije jaren zo onvermoeibaar aan hadden gebouwd.
In plaats daarvan brak de ochtend aan met geluiden die alles zouden verwoestten.
In het begin dacht ik, net als iedereen in Gaza, dat dit weer zo’n militaire escalatie zou zijn – hevig, pijnlijk, en dat het een paar dagen of weken zou duren voordat het leven zijn kwetsbare evenwicht weer kon hervinden. We vertelden onszelf dat we deze storm wel zouden doorstaan, zoals we dat eerder ook hadden gedaan, om dan weer terug te keren naar onze dagelijkse routines. We konden ons niet voorstellen dat de drempel die net werd overschreden het begin was van een eindeloze catastrofe, een meedogenloze oorlog die zich over jaren zou uitstrekken en ons bijna alles wat ons dierbaar was zou afpakken.
Het verlies kwam niet in één keer; het kwam in verpletterende golven. Mijn hele buurt werd systematisch weggevaagd. Onze gezinswoning – de muren die onze lach, onze gezamenlijke maaltijden en onze gedeelde geschiedenis bevatten – werd tot stof gereduceerd. Voor een visueel verhalenverteller is een slaapkamer meer dan alleen een plek om te slapen; de mijne was mijn persoonlijk heiligdom. Ik had die ruimte met zorg ingericht om deze te laten lijken op die van een creatieve veilige haven voor elke jonge filmmaker ter wereld. Er was de juiste sfeerverlichting voor late avonden achter de computer, harde schijven vol met jaren aan straatbeelden, mijn camera-uitrusting netjes geordend op de opbergplanken, en de muren bedekt met projectideeën en creatieve ambities. Om dat allemaal in één klap te zien verdwijnen, liet bij mij een pijnlijke leegte achter die met geen lens kon worden vastgelegd.
Helemaal in het begin was de verlamming totaal. De omvang van de verwoesting, de almaar dreunende hemel en de angst in de ogen van mijn familieleden maakten het me onmogelijk om zelfs maar aan werk te denken. Ik kon mijn camera gewoon niet oppakken. Mijn enige instinct was te overleven. Samen met honderdduizenden anderen, die alleen droegen wat hun handen konden vasthouden, werden we gedwongen om naar het zuiden te vluchten, richting Rafah.
Rafah was een landschap dat in één nacht veranderde in een oceaan van nylon en stof. Terwijl ik door die haastig opgerichte opvangkampen liep, omringd door gezinnen die zich tegen de elementen verzamelden, veranderde er iets in mij. Ik besloot dat mijn camera in mijn tas laten zitten geen optie was. Stilte voelde als overgave. Ik had drie jaar getraind om journalist en documentairemaker te worden; dit was het moment waarop mijn roeping echt op de proef werd gesteld. Als we door deze geschiedenis moesten leven, dan moest de wereld die door onze eigen ogen zien, niet door losse koppen in de krant.
Ik trok mijn persvest aan en pakte mijn camera. Ik begon me een weg te banen door de zee van tenten in Rafah en legde de intieme, hartverscheurende details van de ontheemding vast. Ik fotografeerde blootvoetse kinderen die rilden in de bittere winterse modder, en later tijdens de verzengende zomermaanden in de verstikkende, valse hitte onder plastic zeilen. Ik zat bij moeders die probeerden brood te bakken op open vuren van droge takjes, en luisterde naar vaders die zachtjes spraken over de waardigheid die ze zo goed mogelijk probeerden te behouden voor hun kinderen.
Mijn afstudeerceremonie heeft nooit plaatsgevonden. Ik heb dat feestelijke pak nooit gedragen, en ik ben nooit over het podium gelopen om mijn diploma in ontvangst te nemen. Maar toen ik door de zoeker keek naar de veerkracht en het leed van mijn volk in Rafah, begreep ik dat het afstuderen waar ik me op had voorbereid gewoonweg was vervangen door een meedogenloze beproeving van waarheid en overleven.