
Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA heeft het Belastingplan voor 2027 zonder meerderheid naar de Tweede Kamer gestuurd, omdat D66 en CDA de VVD niet durfden te dwingen met PRO (en Volt) in zee te gaan. Dat schrijft NRC dinsdag. Bronnen rond de coalitie zeggen dat de fopliberalen van Dilan Yesilgöz liever het kabinet zouden laten vallen dan een akkoord te sluiten met de partij van Jesse Klaver. Op die manier houdt de VVD al sinds de formatie zowel de coalitie als de facto het hele land gegijzeld.
Het gevolg van de VVD-opstelling is dat de minderheidscoalitie nu afhankelijk is van rechtsextremistische partijen die ze niet in de hand heeft. Onderhandelingen met PRO bleven zonder resultaat, en ook verkenningen op de uiterst rechterflank leverden niets op: JA21, SGP en BBB eisen dat onderdelen van het stikstofplan worden ingetrokken (met name BBB), iets wat voor de coalitie onaanvaardbaar is. Ook wilden deze partijen nog strengere migratiewetten (vooral JA21) en het afbouwen van vrouwenrechten (de SGP uiteraard). Op de vraag hoe er nu toch een meerderheid moet worden gevonden voor het Belastingplan, zei Yesilgöz slechts: "We gaan het zien."
CDA-leider Henri Bontenbal sprak van "casinopolitiek" van de coalitie. Hij hoopt nog voor de stemming op 12 november voldoende draagvlak te vinden, samen met zijn collega fractievoorzitters van de coalitiepartijen Jan Paternotte (D66) en Ruben Brekelmans (VVD). In de Tweede Kamer lijkt steun van ChristenUnie, 50Plus en de extreemrechtse PVV-afsplitsers van Groep Markuszower mogelijk, maar zonder BBB of PRO ontbreekt een meerderheid in de Eerste Kamer. PRO werkt intussen aan een amendement om arbeid minder en vermogen zwaarder te belasten. Klaver wil woensdag tijdens het debat over de Belastingwet zijn plannen presenteren.