Alles over series, tv en film. Vanaf de redactie van de VARAgids.

Interview: de pieken en dalen van Willeke van Ammelrooy

  •  
03-06-2018
  •  
leestijd 8 minuten
  •  
519 keer bekeken
  •  
Willeke van Ammelrooy
Willeke van Ammelrooy heeft voldoende meegemaakt: hoogtepunten, dieptepunten, ziekte. In gesprek over acteren, de kwestie Marco Bakker en twee openhartige documentaires die haar dochter over haar maakte.
Willeke van Ammelrooy heeft in alle soorten en maten films gespeeld. In korte en lange, in films met een laag en hoog budget, in erotische films, in flops en successen en zelfs in een Oscarwinnende (Antonia). Inmiddels 74 acteert ze nog steeds. Onlangs in In the Palace, een korte film van een getalenteerde Belgische filmstudent en deze zomer zijn de opnames van Arcadia, waarin ze een van top tot teen getatoeëerd slangenmens gaat spelen. De film, over een circusgezelschap rond 1900, wordt geregisseerd door de Belg Gust van den Berghe en heeft ‘een prachtig scenario.’ Toevallig zag ze laatst tien Nederlandse films achter elkaar. Het viel haar tegen. ‘Van die formule films waarin het leven zo schattig is.’ Haar lievelingsfilm van vorig jaar was Verdwijnen, met Rifka Lodeizen. ‘Maar die heeft dan weer weinig gedaan.’ Het leven is vurrukkulluk, waarin ze zelf een rol speelt, vond ze ook goed. ‘Maar die is ook al niet “over” het voetlicht gekomen. Maar ik reken erop dat het een cultfilm wordt, ooit.’
Voor ons gesprek is een aanleiding: zowel Ciske de Rat als Op hoop van zegen worden uitgezonden. Top en flop in een week. En zo begint het gesprek met een herinnering aan die eerste film, eindigt het met een anekdote over die laatste en meandert het daar tussendoor over wat 74 jaar in het leven zo’n beetje gebracht heeft. Niet louter rozengeur en maneschijn, maar zegeningen voldoende, en die worden geteld.
In ‘Ciske de Rat’ speelde je je eerste moederrol.
God wat was ik beledigd. Niet omdat ik was gevraagd om de moeder te spelen, maar omdat regisseur Guido Pieters me in gedachten had voor de boze moeder. Terwijl ik zo graag de lieverd wilde spelen, die lieve tante. Dat lag toch veel dichter bij mij? ‘Tegencasting,’ zei hij. ‘Het wordt tijd dat het gemene er eens uit gaat komen bij jou.’
Dat was nog niet eerder gebeurd?
Nee, in film begin je als jezelf, naarmate je ouder wordt, heb je meer nodig dan alleen je uiterlijk en mag je karakterrollen gaan spelen. Ik had dat door mijn opleiding aan de toneelschool al wel geleerd. Toen ik veertig was mocht ik het gaan toepassen. Het beviel me uitstekend.
Hoe bereidde je je voor?
Ik nam mijn ras-Amsterdamse oma als voorbeeld. Eigenlijk mochten alleen Danny de Munk en ik Amsterdams praten. Veel mensen, acteurs ook, denken dat ze het kunnen, maar ze doen maar wat en dan klinkt het een stuk ordinairder dan echt Amsterdams eigenlijk is. Het was nog wel grappig, wij komen uit Kattenburg en daar is het Amsterdams net ietsje anders dan in de Jordaan, dus toen mijn moeder de film zag, zei ze: ‘Zo ordinair spreken wij niet hoor.’
Je ouders hadden liever gezien dat je een echt beroep ging doen, maar je koos voor toneel.
Na een opleiding tot technisch tekenaar ben ik inderdaad naar de toneelschool gegaan. Ach ja, opvoeding… je haalt eruit wat goed voor je is, maar verder moet je het toch op je eigen manier doen. Mijn ouders accepteerden dat ook. Ze moesten wel, ik was nogal een doordouwer. Al van jongsaf was ik geïnteresseerd in een leven net buiten de lijntjes. Ik gaf af op het burgerlijke, maar tegelijkertijd moest het ook niet te anders zijn. Ik heb met mijn toenmalige man, de vader van mijn dochter Denise, jarenlang in een oude school in Rotterdam gewoond, een ruige, prachtige plek. Maar ik maakte er wel knusse kamertjes in en ik timmerde bedjes. Toen bleek dat mijn ex-man de muizen te eten gaf, stopte ik alles in potten. Het moest niet burgerlijk, maar wel netjes en hoe jong ik ook was, ik wist wel wat kon en niet kon.
In welk opzicht?
Toen de vader van mijn dochter zei dat onze dochter niet naar school hoefde en dat hij haar zelf wel les kon geven, stak ik daar toch echt een stokje voor. Dat zou kunnen, als je een echtgenoot hebt die doet wat-ie zegt. Maar dat was in ons geval niet zo.
Je eerste man, de vader van je kind is overleden toen ze zes was. Het is ook je enige kind gebleven. Was haar opvoeden ingewikkeld?
Ik weet nog dat toen hij pas overleden was, ze alles wilde weten. Alles. Voordat ze naar bed ging, vertelde ik dan over hem en over ons. Vanaf het sprookjesachtige begin en hoe we elkaar ontmoet hadden. Tot ik op een gegeven moment op het gebied kwam waar ik best over veel verdriet ging vertellen. Leendert was manisch depressief en heeft een eind aan zijn leven gemaakt. Toen zei ze: ‘Willeke, hoe meer je over hem vertelt, hoe dooier hij wordt.’ Mijn verhaal is niet haar leven. Haar herinneringen zijn die van haar. We hebben het er toen niet meer over gehad tot zij aangaf dat ze meer wilde horen.
5579.w620.0.40509d8
Ze heeft in 2008 een film over je gemaakt, Mijn moeder de actrice Willeke van Ammelrooy. Daar kom je best bekaaid in af, je zou volgens haar weinig emotie laten zien thuis.
Er zitten scènes niet in die wel zijn gedraaid. Hij is ook op een bepaalde manier gemonteerd. Het is een film die ze op een bepaald moment in haar leven heeft gemaakt. Denise zegt nu ook: ik kan nog wel twee films over je maken. Dat was nog maar een beginnetje.
Nog niet zo lang geleden heeft ze ook een film over haar stiefvader en jouw echtgenoot Marco Bakker gemaakt, Marco: de weg terug. Daarin ontziet ze je ook niet.
Maar dat vond ik een heel mooie film. Ze heeft dat zo knap gezien, die film heeft zelfs mij de ogen geopend. Dat hij zo leed onder het feit dat hij niet meer werd gevraagd voor de Matthäus Passion. Voor Marco zelf is dat eveneens een belangrijke film geweest. En voor de goegemeente. We waren helemaal onszelf in die film. En als ik dan terugkijk, denk ik: ‘Hm een beetje make-up was wel leuk geweest. Maar daar gaat het al helemaal niet om.’
Je was heel jong toen je je eerste echtgenoot hebt verloren, neem je dat altijd mee?
Nee, dat heb ik wel behoorlijk verwerkt. Ik heb niet het gevoel dat daar restdingetjes zitten die niet verwerkt zijn. Dat zou ik dan wel geweten hebben, want daar ben ik niet van gediend.
Is het zo dat hoe ouder je wordt, hoe meer je meemaakt, hoe meer je je gaat realiseren hoe belangrijk de dag van nu is?
Absoluut, maar dat is bij mij gekomen na de kanker. Dat je ineens ziet dat het lichamelijk ook helemaal fout kan gaan. Je hebt je leven keihard gewerkt om er geestelijk doorheen te komen dat je bijna vergeet dat je lichaam het ook nog kan laten afweten. Waanzinnig hoor is dat.
A double whammy.
Nou! Dat was echt schrikken.
Je hebt het overleefd.
Ja… ja… Het is nu 11 jaar geleden.
Voelt het leven sindsdien als bonustijd?
Ik weet het niet. Ik heb het ­afgelopen jaar zoveel mensen weggebracht. Ook jonge mensen. Mijn buurvrouw die was nog jong. En Sandra Reemer. Ik heb veel over de dood nagedacht. Soms is het even te veel. Maar dan is Marco goed, hoor. Als ik te veel wegzak in gepeins, zegt hij: nu is het over, kom. En dan gaan we golfen of even naar het strand. We zijn altijd tegenpolen geweest, we gingen altijd lekker ons eigen gang. Maar op een gegeven moment en door alles wat er gebeurde, kwam ik erachter dat het wel fijn is om op een leuke manier samen ouder te worden en daarvoor moet je toch iets minder egoïstisch zijn, in de zin van: ik doe lekker dit en jij lekker dat. Ik hou erg van tennissen en zeker na de kanker hielp dat me heel erg goed. Marco is gaan golfen. Dat is niks voor mij dacht ik, maar ja, ik ben toch maar eens gaan kijken wat ik er echt van vond. Nu golfen we samen.
En Marco.
Van hem moet het allemaal leuk. Hij vindt: we hebben nog weinig tijd en wat ons rest moet een goede tijd zijn.
Zit hij nooit bij de pakken neer?
Zelden. En dat vind ik eigenlijk ongelooflijk, want als je weet wat hij allemaal heeft meegemaakt. Hij is daar overheen, maar ik eigenlijk niet. Ik weet dat Marco onschuldig is aan alles. Het is niet waar wat er allemaal wordt beweerd. Maar het is allemaal in de doofpot en alles heeft met geld te maken. Dat vind ik zo erg.
Je kunt dat niet verkroppen?
Nee. Het liefst zou ik er een boek over schrijven. De onderste steen boven water krijgen. Ik ben ook veel aan het schrijven. Af en toe moet dat, dan moet ik de dingen van me af schrijven. Na een tijdje ga ik dan weer spelen.
Kun je nog verdwijnen in het spelen?
O ja! Zeker de laatste tijd weer. Die laatste korte film, In the Palace, dat was zo’n geweldige rol. Natuurlijk was het een productie waarvoor geen geld was, maar als je de kans krijgt met zo’n talentvolle regisseur te spelen, dan zeg ik geen nee.
Is geld nog belangrijk?
Ik kan het nog steeds gebruiken. Ik heb geen liggende gelden, ik moet er echt voor werken.
Er zijn ook actrices van jouw generatie die wel liggende gelden hebben.
Die zijn wat alerter geweest in het leven (ze lacht).
Misschien was dat leven net naast de lijntjes…
Niet in alle opzichten het aller verstandigst, nee…
In de documentaire die je dochter maakte, gaan jullie net kleiner wonen. Dat moet wel een aderlating zijn geweest.
Ik heb het allebei gekend en ik weet wat het verschil is. Eigenlijk ben ik ook wel heel blij dat alles wat kleiner is. Ik had best in dat grote huis willen blijven wonen, maar ik denk niet dat ik dat nog aan had gekund.
Fysiek of geestelijk?
We hadden een landgoed met een oprijlaan van 300 meter. Als er een storm was geweest, moest ik alle takken opruimen. Dat soort dingen hoef ik nu niet meer.
Of je had zoveel geld moeten hebben dat iemand anders dat voor je kon doen.
Precies! Maar dat is mij nooit gelukt. Nu is het leven ook wel heel erg veranderd. Vroeger wilde ik zes televisies. Die heb ik nog steeds. Maar ik kijk alleen nog maar op mijn iPad.
Nog even over ‘Hoop van zegen’.
Ach ja, wat een productie was dat. De producent (Matthijs van Heijningen, red.) wilde graag het succes van Ciske de Rat overtreffen of tenminste evenaren. Danny de Munk kreeg weer een grote rol. Ik weet nog dat ik tijdens of net na Ciske tegen zijn ouders had gezegd dat, mocht hij door willen gaan met acteren, toch wel Algemeen Beschaafd Nederlands moest leren. Dat vonden ze belachelijk. Maar goed, een plat pratend Amsterdams jongetje in een drama dat zich in een kustplaats afspeelt, dat werkte minder goed. Ook het lied dat hij zingt en dat het hele drama doormidden klieft. En dan heb ik het nog niet gehad over de productionele megalomanie. De producent wilde per se een keer een film op 70 mm draaien. Nu is dat formaat zoveel duurder dat er geen ruimte was voor fouten. Over die hele productie hing een gekke deken, een soort stress. En dan was het ook nog eens ongelooflijk koud. Ik herinner me nog dat ik een keer op de set kwam en Albert Mol onverstaanbaar tegen me aan begon te praten. Wat bleek? Zijn kunstgebit was de avond ervoor kapotgevroren. Hij had het op het strand even uitgedaan en in een tasje gestopt. Dat soort dingen. Ach, geen film is hetzelfde. Dat maakt dit vak zo leuk.
Op hoop van zegen zondag 3 juni, ons, 23:00 uur
Ciske de Rat maandag 4 juni, rtl 8, 20:30 uur
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van de Lagarde!