Logo Zembla
Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek

Piloot Jack luidt de noodklok: 'Ik zou mijn beroep aan niemand aanraden'

11-10-2023
  •  
leestijd 5 minuten
  •  
18454 keer bekeken
  •  
Piloot ANP

Steeds meer piloten gaan gebukt onder de vaak erbarmelijke omstandigheden waaronder ze hun werk verrichten. Jack werd in de jaren negentig piloot en zag zijn bestaanszekerheid sindsdien verdwijnen. Nu luidt hij de noodklok. ”Ik hou van vliegen, maar ik haat de luchtvaartsector.”

Door Jeroen Pen

Zijn jongensdroom kwam uit. Van kleins af aan was hij al gebiologeerd door de luchtvaart – als er een vliegtuig overvloog, volgde hij het zo lang mogelijk met zijn blik, om vervolgens feilloos te vertellen om welk model het ging. Wat begon met bestuderen, eindigde met besturen: tegenwoordig zit hij zelf in de cockpit.

Maar van eind goed, al goed is geen sprake. Sterker nog: hij is doodongelukkig, en hij is heus niet de enige, verzekert hij vanuit zijn hotelkamer. Voor veel van zijn collega’s geldt hetzelfde. Ook zij gaan gebukt onder de vaak erbarmelijke omstandigheden waarin ze hun droombaan verrichten.

Piloot Jack, die eigenlijk geen Jack heet, wil best over die omstandigheden vertellen, maar onder één voorwaarde: absolute anonimiteit. Met mensen uit de sector die hun mond opentrekken loopt het doorgaans niet goed af, en hij heeft een gezin om te onderhouden.

Vergeleken met jongere piloten, zegt Jack, mag hij niet klagen. Hij behaalde zijn vliegbrevet in de jaren negentig en heeft de hoogtijdagen in ieder geval gedeeltelijk meegemaakt. De nieuwe garde weet niet beter. Die zijn de huidige situatie als normaal gaan zien.

Onnodige kostenposten

Toen Jack als twintiger besloot vol te gaan voor een carrière in de cockpit maakte hij een weloverwogen keuze. Zijn beoogde baan bood een bijna perfecte combinatie van avontuur – de wereld rondreizen, geen dag hetzelfde – en zekerheid. Met het toekomstperspectief van de gemiddelde piloot zat het wel snor. Werk zat. Kort na zijn afstuderen treedt Jack in loondienst bij een vliegtuigmaatschappij. De arbeidsvoorwaarden zijn prima, met dank aan de vakbond, die namens het collectief een mooi resultaat hebben uitonderhandeld.

Hij houdt van zijn werk, maar naarmate hij ouder wordt, begint wat hij voorheen avontuurlijk vond hem op te breken. “In de praktijk is het niet zo glamoureus als je denkt wanneer je jong bent,” zegt Jack. “Voor een bestaan als piloot moet je veel opgeven.” Waar hij zelf met moeite afstand van deed? “Elke kans op een ook maar enigszins stabiel bestaan. Je wordt een beetje een nomade. Het contact met vrienden en familie verwatert, mensen die je dierbaar zijn verlies je uit het oog.”

Maar goed: Jack wist waar hij aan begon. Een piloot leidt een onzeker bestaan, dat hoort er nou eenmaal bij. Hij kan het hebben. Moeilijker wordt het als de onzekerheden zich vanuit onverwachte hoek aandienen en er weinig van zijn bestaanszekerheid overblijft. De snelle opmars van budgetmaatschappijen als RyanAir verandert de sector voorgoed. Het bijbehorende verdienmodel – alle mogelijke kosten drukken om vliegtickets aan te kunnen bieden voor een spotprijs – zet alles op z’n kop. Plotseling zijn vaste contracten vooral onnodige kostenposten. Zo brengen de budgetmaatschappijen de flexibilisering van de arbeidsmarkt naar het luchtruim. 

Geen vangnet

Inmiddels weet Jack niet beter dan dat hij freelancer is. Dat wil zeggen: hij is in te huren via een bedrijf, dat zelf geen vliegtuigen de lucht in stuurt, maar de sector van piloten voorziet. Op oproepbasis, net zoals veel collega’s. Jack: “Als ik ziek word of me iets overkomt, heb ik geen inkomen meer. Er is geen vangnet. De luxe om te bedanken voor een klus hebben wij niet.” Dat kan ertoe leiden dat vliegtuigen worden bestuurd door uitgeputte of zelfs grieperige piloten.

Door de manier waarop maatschappijen Jack nu inhuren is hij bovendien in juridisch opzicht in een grijsgebied beland, legt hij uit. “Welke wetgeving telt voor mijn werk? Die van waar ik woon? Die van het bedrijf waar je me kan inhuren? Die uit het land van de luchtvaartmaatschappij die me voor een klus betaalt?” Niemand weet het, aldus Jack. Waar hij belasting moet betalen en waar hij recht heeft op sociale onzekerheden, is hem volkomen onduidelijk. Voor andere freelance piloten geldt hetzelfde, verzekert Jack. Bij veel van hen leidt dat tot stress. Zelf gaat hij ook gebukt onder constante kopzorgen, zegt hij.

“Ik vraag me serieus af of deze constructie wel legaal is. Misschien sta ik ergens ter wereld wel te boek als belastingontduiker. Arresteren ze me zodra ik land.” Veel rechten hebben Jack en zijn lotgenoten niet. Ook vakbonden kijken vaak machteloos toe. Zij hebben alleen invloed op de situatie in hun eigen land. Jack spreekt de nadrukkelijke hoop uit dat er Europa-breed iets kan worden geregeld. Hij schat in dat ’99 procent’ van de freelancende piloten dat tegen hun zin in doet. “Je hoort ze alleen nooit, omdat ze al hun opdrachtgevers kwijtraken zodra ze hun mond opentrekken.”

Voor Jack zelf is het niet de eerste keer dat hij (anoniem) alarm slaat in de media. Het lot van zijn beroepsroep gaat hem aan het hart. Het kan zo niet langer.

Passagiers in gevaar

De luchtvaarsector is niet de enige sector die is getroffen door de flexibilisering van de arbeidsmarkt, dat weet hij zelf ook wel, maar zelden brengt het mensen ook daadwerkelijk in gevaar. “Het verschil is dat ik op negen kilometer in de lucht vlieg met honderden passagiers aan boord. Een kleine fout kan een ramp veroorzaken.” Onder piloten viert de frustratie dan ook hoogtij, zegt Jack. “Collega’s zijn teleurgesteld en boos omdat ze tegen hun wil in deze positie zijn gemanoeuvreerd door het systeem. We staan er alleen voor. Dat maakt ons teleurgesteld, boos, depressief. Sommige piloten krijgen echt een hekel aan hun werk. Ik niet, hoor. Ik hou van vliegen, maar ik haat de luchtvaartsector.”

Na een korte stilte voegt hij toe: “Dat moet ook wel, want het is het enige dat ik kan. Ik geloof niet dat er veel bedrijven zitten te wachten op mensen als ik.”

Zou Jack – met de kennis van nu – nog steeds voor dit beroep gekozen hebben? “Nee. Geen denken aan. Al die onzekerheid, al die opofferingen. Ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg dat vijftig procent van mijn collega’s is gescheiden. Al die kapotte gezinnen. Nee, ik zou het niemand aanraden.”

vura_persbericht

De afgelopen maanden deed Zembla onderzoek naar sociale misstanden in de luchtvaartsector. Met de toename van de prijsvechters in de lucht is het aantal zwakke contracten de afgelopen jaren alleen maar gestegen. Welke gevolgen heeft dat voor het vliegend personeel en voor passagiers? Donderdag 12 oktober, 20:25 uur op NPO 2: Omerta boven de wolken. 

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de Zembla-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze onthullende journalistiek.