Logo Zembla
Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek

De Rabo had schuld moeten erkennen in de Libor-affaire (vindt de minister bij nader inzien)

28-05-2018
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
257 keer bekeken
  •  
Grapperhaus ANP
Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid vindt achteraf een passage in een schikkingsovereenkomst uit 2013 tussen het Openbaar Ministerie en de Rabobank hoogst ongelukkig. De Rabo betaalde een boete van 774 miljoen euro wegens het jarenlang manipuleren van de libor-rente en kocht daarmee (openbare) strafrechtelijke vervolging af. In de geheime schikkingsovereenkomst met het OM liet de bank nadrukkelijk vastleggen dat Rabo geen schuld erkent aan het knoeien met de rentetarieven. Daar had het OM destijds niet akkoord moeten gaan, zegt de minister nu in antwoord op Kamervragen.
De vertrouwelijke overeenkomst tussen OM en Rabo werd in februari van dit jaar onthuld door ZEMBLA in een uitzending over schikkingen , ook wel hoge of bijzondere transacties genoemd. De regeling met de Rabobank, inclusief de nu betreurde passage over het niet erkennen van schuld, was in 2013 goedgekeurd door de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten.
Kijk de uitzending bij dit onderwerp terug: 'Zakendoen met justitie'
De uitzending van ZEMBLA leidde tot tientallen Kamervragen van CDA, D’66, Groen Links en SP. In antwoord daarop schrijft Grapperhaus dat het erkennen van schuld “een cruciale voorwaarde” is voor het OM voor het aanbieden van een schikking. Volgens de minister zou een passage waarin het strafbare feit wordt ontkend nu niet meer in een overeenkomst worden opgenomen. Waarom dat in 2013 wel is gebeurd, laat Grapperhaus in het midden.
Een gebrekkig persbericht
De bank kreeg destijds een voorkeursbehandeling. Zo moet het Openbaar Ministerie over elke grote schikking een persbericht uitgeven. Volgens de richtlijnen moet in dat persbericht melding worden gemaakt van het strafbare feit waarop de transactie van toepassing is. In het geval van de Rabo ging het om valsheid in geschrifte. Een nogal vervelende strafrechtelijke aantijging voor een bedrijf dat het vooral van vertrouwen moet hebben. Dat de Rabo zich hieraan had bezondigd, stond nadrukkelijk niet in het persbericht van het OM. Grapperhaus erkent nu dat het persbericht “summier en gebrekkig” was.
Bankiers met de schrik vrij
ZEMBLA ontdekte nog een merkwaardige clausule in de schikkingsovereenkomst. Hoewel de regeling met het OM betrekking had op de rechtspersoon Rabo  - de onderneming dus -  werd er ook een passage in opgenomen over de medewerkers van de bank die betrokken waren bij het manipuleren van de libor-rente en die ten tijde van de schikking nog bij de Rabo werkten. Het OM beloofde het nader onderzoek tegen deze medewerkers te staken en geen strafrechtelijke vervolging in te stellen. In de uitzending van ZEMBLA verklaarde de hoofdofficier van het Functioneel Parket, Marianne Bloos: “Wij wilden aan de Rabobank laten weten dat er niet een constante stroom van aandacht zou zijn voor het strafbare feit.”
Minister Grapperhaus is vrij stellig: Een schikking met een rechtspersoon gaat niet over natuurlijke personen. “Door een transactie te accepteren voorkomt enkel degene die de transactie aangeboden krijgt strafvervolging. Het OM accepteert niet dat als voorwaarde in het kader van een transactie wordt opgenomen dat andere verdachten, waaronder natuurlijke personen, niet worden vervolgd.
ANP - Rabobank
De minister komt er ook niet helemaal uit.
Waarom de passage over het niet strafrechtelijk vervolgen van medewerkers (natuurlijke personen) dan toch in de schikkingsovereenkomst met de Rabo terechtkwam, daar zegt Grapperhaus niets over in de beantwoording van de Kamervragen. Wel schrijft hij dat de beslissing om geen verdere vervolging in te stellen “een afzonderlijke en eigenstandige beslissing van het OM is geweest, voorafgaand aan de transactieovereenkomst” met de Rabo.
Opmerkelijk. Want in 2015 stelde het Gerechtshof Amsterdam vast dat de “formele sepotbeslissingen ten aanzien van deze medewerkers ontbreken”. Het enige dat hierover op officieel op papier staat,  is terug te vinden in de toch al omstreden transactieovereenkomst. Hier heeft de minister dus nog wat uit te leggen. Grapperhaus is de Kamer nòg een antwoord schuldig. Zo vroeg SP-parlementariër Van Nispen de minister of er in andere schikkingsovereenkomsten met bedrijven ook passages waren opgenomen over het niet strafrechtelijk vervolgen van medewerkers. Die vraag liet Grapperhaus onbeantwoord.
                                                                                                                    (wordt vervolgd)
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de Zembla-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze onthullende journalistiek.