Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Van Pepel tot Pannevogel

15-03-2013
leestijd 1 minuten
291 keer bekeken
atalanta_11.jpg
Een oud-Nederlandse benaming voor een vlinder is ‘kapel’. De oorsprong van dit woord ligt naar verluidt in het stukje mantel van Sint-Maarten dat als relikwie is bewaard. En er zijn meer namen voor vlinder in ons taalgebied: flikketeer, zomervogel, flieflouter, boterschijter en het wat bekendere ‘uil’. Neerlandicus en dialectoloog Jan Stroop verklaart.
Stroop schreef in 2011 mee aan de Dialectatlas van het Nederlands. Dit boek won de LOT-Populariseringsprijs. In zijn hoofdstuk verklaart hij onder meer de herkomst en dialecten van merel, egel, paardenbloem en vlinder.
Verkiezing
Je kunt nog steeds meedoen met de Vroege Vogels Vlinderverkiezing . Deze lijst van veertig vlinders is tot stand gekomen in samenwerking met Kars Veling van de Vlinderstichting.
Plaatje: vlindernamenkaart van Jan Stroop
Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor