
Uitsnede schilderij Aernout Smit, laat 17de eeuw
"Sinds onze opnames rond Ransdorp en Holysloot, ben ik ook helemaal bij wat betreft het begrip melkcirkel", aldus Menno Bentveld in zijn column voor de Varagids. Een cultuurhistorisch fenomeen, maar wat heeft de natuur aan dit kaasverhaal?
Lees hieronder de gehele column:
Of ik had gehoord van de Amsterdamse melkcirkel? Graancirkels kende ik. Heksenkringen ook. Maar een melkcirkel? Nee. Waar we ons in Vroege vogels voornamelijk focussen op alles wat vliegt, graaft, baltst, vreet of zwemt, hebben we ook een enorm zwak voor landschapsgeschiedenis en cultuurhistorie. Voor een belangrijk deel is Nederland een open boek en hoef je geen geografie gestudeerd te hebben om iets zinnig te zeggen over waarom het landschap er uit ziet zoals het eruit ziet en wat de mens daaraan had.
Aan ons landschap moeten we immers altijd iets 'hebben' anders ploegen we het om, zetten het onder water of leggen het droog. In veel gevallen kom je een heel end wanneer je naar een heuvelrug, een zandvlakte of een watergang kijkt en tegen je metgezel iets mompelt als 'ijstijdlandschap' of 'turfwinning'. Een groot deel van Nederland bestaat immers uit stuwwallen ontstaan door schuivende gletsjers, glooiingen en -vlaktes veroorzaakt door eeuwenlange, snoeikoude zandstormen, en waterpartijen en weilanden als resultaat van onvermoeibaar veensteken en water afvoeren. En sinds onze opnames rond Ransdorp en Holysloot, ben ik ook helemaal bij wat betreft het begrip ‘melkcirkel’.
Binnen anderhalf uur moest de zuivel ter plekke zijn anders was de waar bedorven.
Honderden jaren lang leverden de veehouders rond Amsterdam de melk voor de stad. Aangezien de melk niet gekoeld kon worden werd het met razendsnelle Waterlandse melkschuiten door melkjongens (en meiden!) via poldersloten en het IJ naar de stad gevaren om daar verkocht te worden. Binnen anderhalf uur moest de zuivel ter plekke zijn anders was de waar bedorven. En dus konden alleen veehouderijen meedoen die binnen een bepaalde afstand van de stad lagen.
Zo kun je een denkbeeldige cirkel van twintig kilometer rond Amsterdam trekken die wel de ‘melkcirkel’ genoemd wordt. Alle melk die daarbuiten geproduceerd werd vond ofwel ergens anders aftrek of moest verwerkt worden in (langer houdbare) kaas. Historisch vinden we daarom de bekendste kaasmakerijen verder van de stad gelegen, denk aan de Beemster en Edam.
De Waterlandse boeren die er wél de schouders onder zetten verdienen alle lof.
Mooi, die cultuurhistorie, maar wat heeft de natuur aan dit kaasverhaal? Kijk, ruim een eeuw geleden werd die hele bootrace met de melk over dat IJ opgedoekt. De vooruitgang stak zoals altijd zijn neus om de hoek, de Waterlandse melkschuiten belandden in het Museum van Vroeger naast het Tuinpad van mijn Vader en de melk werd voortaan vervoerd per vrachtauto. Wat bleef is het landschap waarin die melk geproduceerd werd, met agrarisch natuurbeheer en ruimte voor weidevogels.
Met boeren die in het vroege voorjaar een deel van hun land onder water zetten om de terugkerende grutto’s en tureluurs van voedsel te voorzien en daarna rekening houden met jonge pulletjes in hun weiland. Ik weet dat ik wat romantiseer want er zijn genoeg boeren die zich weinig gelegen laten liggen aan de teruglopende weidevogelstand, maar vergeef me. De Waterlandse boeren die er wél de schouders onder zetten verdienen alle lof. De Waterlandse melkschuit mag dan verdwenen zijn, de Waterlandse weidevogel is dat nog niet.
Thema's:
Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.