
Nikki Dekker
© Vroege Vogels
Vorige jaar scharrelde maandenlang een roerdomp in het Amsterdamse Vondelpark rond. Columnist Nikki Dekker vraagt zich nu af hoe het met die ene roerdomp gaat: "Het gebeurt niet zo vaak dat je een ander dier echt een beetje ontmoet, als individu, bedoel ik."
Lees hieronder de gehele column:
Vraagt u zich nog weleens af hoe het met de roerdomp gaat? Niet met de soort, bedoel ik, maar met die éne, die vorig jaar in het Vondelpark zat? Roerdompen zijn over het algemeen schuchtere beesten die zich graag in paalhouding voordoen als een bundeltje riet. Die zie je niet zo snel in een stadspark, omringd door scooters, hardlopers, kinderen en blaffende honden. Maar deze wel. Half november werd hij voor het eerst gespot door een verbaasde vogelaar ('Kwak zou veel logischer zijn, maar ik zag een roerdomp,' noteerde hij op waarneming.nl), en de vogel bleef maandenlang in het park rondscharrelen.
Het gebeurt niet zo vaak dat je een ander dier echt een beetje ontmoet, als individu, bedoel ik. Daarvoor moet je eerst weten dat je met een individu van doen hebt, wat voor ons al vrij lastig is. Niet voor niks mag je bij de tuinvogeltelling alleen meerdere huismussen noteren als je ze ook allemaal tegelijkertijd in je tuin ziet zitten. Want als er een mus opvliegt, en een paar minuten later een mus bij de vijver landt, hoe weet jij dan of dat al dan niet dezelfde mus is?
De paar geluksvogels die vorig weekend ook bij de Nacht van de Poëzie aanwezig waren, konden daar horen hoe de Zuid-Afrikaanse Antjie Krog enkele dieren vertolkte. Terwijl op de videoschermen boven haar de Nederlandse vertaling werd geprojecteerd, met een foto van de soort in kwestie ernaast, las zij voor (en hier moet u het helaas met mijn beperkte interpretatie doen, voor de opname verwijs ik u graag door naar ilfu.com):
'Het is hij, de lynx, hij is het die alles vernietigt / ga! ga-ga'.
Zelden heb ik zoiets grappigs gezien, en tegelijkertijd vond ik het zo ontroerend. Ze schudde al haar menselijkheid af en voor even wás ze die kat, die blauwkraanvogel, die korhaan.
We leven, hoorde ik laatst, in een 'time of species loneliness', een tijdperk van soorteenzaamheid, waarin we grotendeels zijn afgesneden van de niet-menselijke wereld. Voor zover ik kan achterhalen werd de term in 1993 door Michael Ginnis gemunt. Hij observeerde dat ons toenemende gebrek aan contact met andere diersoorten ervoor zorgt dat we ons existentieel eenzaam voelen. We delen ons leven niet meer met padden, herten en vogels, we zitten in geïsoleerde, kunstmatig verlichte ruimtes en kijken naar schermpjes van verschillende groottes.
Ik ken wel iemand die goede buren is geworden met de duiven op haar balkon, en een fotograaf die de kauwen in zijn buurt herkend. Zelf kom ik niet verder dan een dagelijkse groet voor de valse wolfspin die ’s avonds op mijn schuurdeur zit.
'Daar ben je weer,' roep ik als ik m’n fiets parkeer. Hij verschuilt zich snel in een bakstenen kier. Gezellig, maar enigszins schamel. En ik ben nog altijd een beetje bang voor spinnen, dat ook.
De helft van de Nederlanders heeft een huisdier, maar die huisdieren zijn tam, en ze lijken ook steeds menselijker te worden. Honden dragen jasjes, katten kijken YouTube, en de rondjes die hamster Mollie in haar hamsterrad maakt, kun je elke dagelijks kudo’s geven op Strava. Begrijp me niet verkeerd, ik ben een enthousiaste volger van Mollie en ik smelt elke keer als ik een hond in een regenjas tegenkom. Maar ze gaan de soorteenzaamheid niet wegnemen. Daarvoor hebben we de wilde natuur nodig, met z’n eigenzinnige wilde beesten, die soms ineens in het Vondelpark neerstrijken en dan weer even plots zijn verdwenen. En de poëzie, die hebben we ook nodig.
'Het is hij, de lynx, die alles vernietigt. Ga! Ga-ga!'
Thema's:
Meer over:
nikki dekker