Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Nationaal Park Lauwersmeer

  •  
30-10-2009
  •  
leestijd 2 minuten
  •  
109 keer bekeken
  •  
Op de grens tussen Friesland en Groningen ligt aan de Waddenzee: ‘het Lauwersmeer’ - het ruigste nationale park van Nederland. Rond de voormalige zeearm waar eeuwenlang zoet en zout water zich vermengden is een wildernis ontstaan van water, rietvelden en wilgenbossen.
Na de afsluiting in 1969 van de Lauwerszee geeft de Minister van Financiën aan de Rijksdienst IJsselmeerpolders (RIJP) opdracht om het nieuwe gebied (ruim 9000 ha), in samenwerking met Rijkswaterstaat, in te richten en te beheren. Er lag toentertijd ongeveer 7000 ha nieuw land 'braak'. Ongeveer 2000 ha van de vroegere Lauwerszee blijft open water. De hoogste, vruchtbaarste delen van het Lauwersmeergebied werden landbouwgebied, een ander deel werd als militair oefenterrein ingericht en op verschillende plaatsen kwamen voorzieningen voor recreatie. Maar in het grootste deel van het gebied kreeg de natuur de vrije hand om zich te ontwikkelen.
Een enorme ingreep
De afsluiting betekende voor de waddennatuur in het Lauwerszeegebied een enorme ingreep. In het begin zat er nog veel zout in de bodem. Er groeiden dan ook planten die ook in het waddengebied te vinden zijn, zogenaamde zoute pioniers. Het ontstaan van brak grasland ging heel traag. Toen het er eenmaal was, ging de verruiging van de graslanden snel. Het opkomen van struweel ging daarentegen weer vrij langzaam. Rond 1980 startte Rijkswaterstaat met actief natuurbeheer. In 1982 is de keuze gemaakt om delen van het gebied (1000 ha) te laten begrazen in het zomerseizoen. Hierdoor bleven, zo hoopte men, de (brakke) grazige en slikkige terreinen aanwezig. Vanaf 1989 kwam daar ook jaarrondbegrazing bij. In gebieden waar geen begrazing werd uitgevoerd, nam de verruiging snel toe, waardoor de slikken geheel begroeid raakten. De dierenwereld veranderde mee met de ontwikkeling van het plantenaanbod. De eerste dieren die het gebied bevolkten waren - uiteraard - de vogels. Al snel daarna volgden de zoetwatervissen, die op hun beurt weer als voedsel dienden voor lepelaars, aalscholvers en duikeenden. Vanuit het omringende, 'oude' land trokken reeën, konijnen, hazen, vossen, muizen, mollen en andere kleine zoogdieren het Lauwersmeergebied binnen. In de loop der tijd verdwenen sommige dieren uit de beginfase of namen in aantal af. Maar er kwam een groot aantal nieuwe soorten voor in de plaats.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.