
Kleine ijsvogelvlinder
© Vroege Vogels
Voorzichtig nadert de filmploeg de Schinveldse bossen, waar Schotse Hooglanders de wacht houden. Aan de randen van het vochtige loofbos groeit volop wilde kamperfoelie. Dat is goed nieuws voor de kleine ijsvogelvlinder, weten studenten bos- en natuurbeheer Claudia de Rooij en Roeland Kockelkoren.
Voor hun deeltijdstudie bos- en natuurbeheer deden Claudia en Roeland onderzoek naar het voorkomen van de kleine ijsvogelvlinder in de Schinveldse bossen. Vooral de structuurrijke overgangszones van kruidenrijk grasland naar hoge bomen zijn voor deze vlinder superbelangrijk. En de aanwezigheid van wilde kamperfoelie niet te vergeten, want dat is dé waardplant van deze soort.
“De rupsen overwinteren in een coconnetje gemaakt van een opgerold blad van de kamperfoelie”, vertelt Roeland. “Als ze uitkomen eten ze vervolgens ook de bladeren, verpoppen zich op de stengels en vanuit daar vliegen ze de bomen in.” De volwassen vlinders houden zich vooral hoog in de loofbomen op, maar komen ’s ochtends vroeg naar beneden om zich te voeden met mest, rottend fruit, vocht en soms met nectar.
Ten tijde van de mijnbouw werd in de Schinveldse bossen veel naaldbos aangeplant in plaats van het loofbos dat van nature in dit natte gebied voorkomt. De naaldbomen waren bedoeld om mijnen mee te stutten. Naaldhout begint namelijk hevig te kraken als het onder druk staat, wat als signaal van gevaar kon dienen voor de koempels, zoals de mijnwerkers in Limburg heten.
Tegenwoordig begint het natte loofbos weer aan terrein te winnen op de droge, oude naaldbomen. Het lijkt erop dat de kleine ijsvogelvlinder hiervan profiteert en aantallen zijn de afgelopen jaren dan ook toegenomen.
Kijk zondag 20 september 2026 om 19.25 uur naar de aflevering over de Oostelijke Mijnstreek op NPO 2!
Thema's: