
Ter ere van het 50-jarig bestaan van de staatsmijnen werd in 1952 het Schutterspark Brunssum aangelegd als vertier voor de mijnwerkers. Zij konden er skieën, bootje varen en van de kabelbaan. Vandaag de dag vind je er nog steeds recreatie, maar een groot deel van het park wordt ook teruggegeven aan de natuur. Dion van Staveren, ecoloog bij de Bosgroepen Zuid, vertelt hoe met veel moeite de bijzondere hellingvenen – in lokaal dialect beter bekend als hangvennen - in dit stukje Limburg zijn hersteld.
Van nature is de Oostelijke Mijnstreek een nat, veenachtig gebied. Maar een combinatie van factoren - waaronder de aanplant van Amerikaanse eiken voor de sier en de aanplant van naaldbomen om de mijnen te stutte- zorgde dat het gebied ernstig verdroogde. Soorten als beenbreek, levendbarende hagedis en zonnedauw dreigden te verdwijnen. Om dat te voorkomen, kapte de Bosgroepen Zuid een flink aantal bomen op de hellingen van het Schutterspark. Nu groeien daar weer pakketten vol veenmos en zie je er zelfs veenpiraten rondschieten.
Over het algemeen is de vegetatie op hellingen droog, omdat grond- en regenwater snel naar beneden stromen. Maar op een aantal plekken in de Oostelijke Mijnstreek ligt een laag dichte klei vlak onder de oppervlakte. Die klei zorgt ervoor dat het water niet te diep de bodem in kan. In plaats daarvan treedt het water heel langzaam uit aan de oppervlakte.

Schematische weergave van de hangvennen
© Bron: Bosgroepen Zuid
De grond op de helling wordt dan drassig, waardoor veenmossen kunnen gaan groeien. Onderaan de heuvel sterven de veenmossen af en blijven de dode resten deels onderwater, terwijl bovenaan de heuvel steeds nieuwe mossen beginnen te groeien. Daardoor krijg je veenpakketten die een soort gigantische spons vormen waar allerlei zeldzame flora en fauna van profiteert.
Kijk zondag 20 september 2026 om 19.25 uur naar de aflevering over de Oostelijke Mijnstreek op NPO 2!
Thema's: