
© Fotograaf: Harry Brummelhuis
Een recordaantal mensen telden mee tijdens de 23e editie van de Nationale Tuinvogeltelling van Vogelbescherming Nederland. Maar liefst 130.000 mensen voerden tellingen in en dat levert meer dan 1,8 miljoen getelde vogels op. En de resultaten zijn opvallend: er is namelijk een historische verschuiving in de top drie van meest getelde tuinvogels.
Al jaren bestaat de top drie van de Nationale Tuinvogeltelling uit de huismus, de koolmees en de pimpelmees. Dit jaar is de huismus echter voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats geëindigd. De soort werd 8% minder gezien in de tuinen ten opzichte van vorig jaar. De koolmees neemt dit jaar de eerste plaats over. Daarmee wordt de huismus na ruim twee decennia van de troon gestoten.
De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig, voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang van meer dan 50%. De afgelopen jaren leken de aantallen zich te stabiliseren en was zelfs sprake van enig herstel. De verwachting was dan ook dat de huismus zijn koppositie zou behouden. Toch werd deze vogel in minder tuinen gezien en daalde de gemiddelde groepsgrootte, zodat ook het totaal aantal huismussen in de telling is gedaald. Wat de exacte reden is van de afname van de huismus moet nader onderzocht worden. Vroegtijdige conclusies zijn moeilijk en daarom is het noodzakelijk om de mogelijke oorzaken van de daling beter te onderzoeken.
"Dat de huismus het moeilijk heeft, heeft alles te maken met hoe we onze tuinen en openbare ruimten inrichten. Veel steen, weinig of exotische planten. Daar kan een huismus niet van leven. Door onze tuinen vogelvriendelijker in te richten met (biologische) inheemse beplanting, kunnen we bijdragen aan een betere leefomgeving van de huismus", aldus Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland.
In oktober werd tijdens de najaarstrek een invasie waargenomen van ongewoon grote aantallen pimpelmezen. Dit effect is waarschijnlijk terug te zien in de tuintellingen: de pimpelmees staat in de voorlopige tussenstand op nummer drie en werd in 9% meer tuinen geteld dan vorig jaar.
Door sneeuw en ijs, met name in het noorden van het land, trekt een deel van de vogels naar gebieden met meer voedsel en daardoor zijn ze vaker in tuinen te zien. Opvallend was bijvoorbeeld de waarneming van maar liefst vijf boomleeuweriken in één tuin in Drenthe, een soort die zelden in tuinen wordt gezien. Een duidelijke toename zien we bij de kramsvogel, dit kan te maken hebben met de sneeuw- en vorsttrek. Dit jaar werden er ruim 7.759 geteld, vorig jaar slechts 868.
Opvallend is ook de comeback van de spreeuw, die na een afwezigheid van bijna 10 jaar terugkeert in de top-10. Waar de huismus terrein verliest, laat de spreeuw een tegengestelde trend zien: grotere groepen (+5%) en een duidelijke toename in het aantal tuinen waarin hij wordt waargenomen (+10%). Ook zien we een kleine toename bij halsbandparkieten en merels.
De laatste tellingen kunnen van het weekend kunnen nog tot en met maandag 2 februari om 12.00 uur ingevoerd worden. De definitieve resultaten van de Nationale Tuinvogeltelling 2026 wordt dan bekendgemaakt op de site van Vogelbescherming.
Bron: Vogelbescherming Nederland
Thema's:
Meer over:
nationale tuinvogeltellingMaandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.