Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Jean-Pierre Geelen: Concert

  •  
24-04-2016
  •  
leestijd 2 minuten
  •  
171 keer bekeken
  •  
jpgeelen_01.jpg
Zal ik u vergelijken met een zomerdag? 
Ja ja: ik koester mijn Shakespeare. Gisteren 400 jaar dood, maar, zo schrijft de VPRO-Gids deze week: ‘Weinig dode schrijvers zijn zo springlevend als William Shakespeare’. 
De Britse schrijver hield van natuur, al beloofde dat decor meestal weinig goeds: bij Shakespeare stond natuur voor Het Verval.
In zijn werk komen 64 vogelsoorten voor, las ik. Duiven, ganzen, kraaien, uilen. Maar nooit heb ik de braamsluiper bij Shakespeare horen klinken. Sinds kort weet ik waarom. 
Met een groep liet ik mij vorige week door de duinen leiden, ’s morgens om half zeven. Een gids zou ons geleiden door een concert van vogelgeluiden. Sla bij de voorjaarsschoonmaak nooit de gehoorgang over.
De uitvoering was overweldigend, van de eerste maten af aan. De geroerde solozang van mijn eerste nachtegaal, het opzichtige vibrato van winterkoninkjes. Er klonk een dwarsfluitje van roodborst; achterin het orkest sloeg een goudhaantje de triangel.
En toen kwam de klap, als een paukeslag. De braamsluiper. Onze gids hoorde hem feilloos, en wees richting struikgewas. Eerst wat loos gepruttel, daarna ‘een mitrailleur’, duidde onze gids. Hij deed het even voor als een soldaat die net had bijgetekend voor het vreemdelingenlegioen: Pep-pep-pep-pep!
Ik luisterde, en hoorde… helemaal niets. 
Vijf maal tijdens onze patrouille heeft het geschut nog geklonken, steeds had ik niets gehoord. 
Verbijsterd bleef ik staan. Uit duizenden pianoklanken haal ik moeiteloos die ene Ballade van Chopin. De gierende gitaar van Prince: eitje. Maar die paar armzalige piepjes van een braamsluiper gingen mijn macht te boven. En ik mis ook al eens een krekel. Wat ontgaat mij nog meer in de wereld?
Niet op een zomerdag, maar wel de eerste echte lentedag, stond ik oog in oog met mijn eigen verval.  
Ik zal blijven oefenen; ooit zal ik de braamsluiper horen zingen. Maar ik weet: mijn strijd is verloren. Ik woudreus, word langzaam geveld. Niet eens door The Tempest, maar door een lullig grijs vogeltje van 12 gram. 
Typisch Shakespeare: sta je net in de bloei van je leven, laat hij je eerste blaadje dwarrelen. To be or not to be? Ik weet het antwoord allang. 
Ik troost mij met natuur en vogelzang. 
In de duinen kwam ik zo niet alleen mijzelf, maar ook Shakespeare tegen. Dat ik een blinde vink ben, wist ik al. Toch zag ik bij een struik haarscherp Shakespeare zitten, krassend met een ganzenveer. Hij noteerde er zijn beroemde regel: ‘Zal ik u vergelijken met een dove kwartel?’ 
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.