Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Dick Ket: Kerst

  •  
25-12-2008
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
konijn_in_kooi_05.jpg
Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw, woonden wij in een echte arbei-derswijk, in het hartje van Den Haag. Waar ondanks de armoe, die daar geleden werd, de sociale controle erg groot was en de saamhorigheid bijna ontroerend. Er werd toen nog op elkaars kinderen gepast zonder een cent vergoeding en als een kind iets flikte, kreeg hij op z’n donder, ongeacht van wie. Oom agent had nog gezag. Als hij de straat in kwam fietsen en wij waren aan het voetballen, namen we prompt de benen.
Natuurlijk haalden we kattenkwaad uit. Je bent jong en je wilt wat. Belletje trekken was een geliefde sport. Ook al, omdat je toen nog van die trekbellen had. Je trok de knop zowat uit de deurpost en zette het dan heldhaftig op een lopen. In de kinderlijke veronderstelling, dat je anders op je ‘flikker’ zou krijgen. Dat kreeg je ook wel maar later. De buurman of buurvrouw van de overkant had hangend uit het raam, alles gezien en ‘telegrafeerde’ alles door.
Feesten waren nog echt feesten. Vooral de viering van Oud en Nieuw. Dan werd het respect voor het gezag even opzij gezet. Alle frustraties werden in één klap afgereageerd. Hoewel …. één klap. De mobiele eenheid moest uitrukken en het waterkanon werd van stal gehaald. Maar na één zo’n wilde avond was het weer een jaar rustig. En straalde oom agent weer hetzelfde gezag uit.
De Kerst werd thuis gevierd. Kosten noch moeite werden gespaard om het feest ook tot een echt familiefeest te maken. Binnen het budget natuurlijk. Een duur woord voor: wat de portemonnee kon lij’en. Hoewel armoe troef was bij ons thuis - mijn vader en moeder moesten allebei hard werken voor een karig loon, om de vijf hongerige kindermonden te kunnen vullen - kwam er met de Kerst toch altijd konijn op tafel. Een luxe van de eerste orde.
Een luxe waarover nagedacht was. Één van mijn broers was begin januari jarig en hij kreeg altijd een konijn. Een kleintje natuurlijk. Mijn opa, die nog met paard en wagen kolen rond reed, fokte die beesten om zijn inkomen nog wat op te vijzelen, stelde het cadeau ter beschikking.
Op de zolder werd hij in een hok gestopt. Met mooi weer mocht hij op het plat tussen de daken buiten staan. Zo leefde ons konijn lang en gelukkig. Tot mid-den december. Dan was het beest weg. Ontsnappen was in theorie best mogelijk. Tenminste uit zijn hok. Maar voor het overige bood de zolder nauwe-lijks gelegenheid om ver te komen. Het plat buiten trouwens ook niet. De zinken goot liep wel om een heel huizenblok, maar was veel te hoog voor het konijn om even in te wippen.
Even naar beneden springen was ook geen optie. We woonden drie hoog. Dus iedere uitweg in die richting stond gelijk aan zelfmoord. Daar heeft zo’n konijn overigens, geen enkel benul van. Heel het huis werd omgekeerd. Alles werd overhoop gehaald, maar ‘t konijn bleef weg. Mijn broer ontroostbaar. Natuurlijk werd met het definitieve troosten een paar dagen gewacht. Want om hem nu onmiddellijk een nieuw konijn aan te bieden, is wel erg veel van het goede.
We gaven de wegloper enkele dagen respijt, om zich vrijwillig te melden. Dat deed hij ook. Maar in een iets andere uitvoering, als in welke hij vertrokken was. Namelijk als konijnenbout op bord. We smulden met volle mond. En zon-gen kerstliedjes onder de boom, die op het laatste moment op de markt gekocht werd tegen een bijna weggeefprijsje.
Mijn broer kreeg de toezegging om het grote leed - dat uitsluitend hem getroffen had - te verzachten, dat als hij jarig was, hij weer een nieuw konijn zou krijgen. Net zo klein en net zo lief als zijn voorganger.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.