
© ikjelle
September is nog een uitstekende maand om naar vlinders te zoeken. Sommige soorten hebben namelijk een derde generatie die dan te zien is. Denk bijvoorbeeld aan het icarusblauwtje en de kleine vuurvlinder. Andere vlinders hebben dat juist niet: hoe komt dat? En, wat is de invloed van een hete, droge zomer op zo’n nazomerse generatie? Dat vertelt Kars Veling van de Vlinderstichting.
Vlakbij station Nijmegen Lent ligt een prachtig veld dat nog volop in bloei staat. Omdat dit stuk in juni gemaaid is, staat er nu een zee van rolklaver, knoopkruid, wilde peen, biggenkruid. “En dat is op zich heel bijzonder in september, dat je nog zoveel bloei hebt”, zegt Veling. “En daar komen die vlinders op af. Die hebben nectar nodig om te kunnen vliegen en om zich voort te kunnen planten.”
Door de hoge temperaturen gaat de ontwikkeling van een vlinder sneller. Van ei, naar rups, naar pop, naar vlinder. “Dus als het vroeg in september is, en ze zijn al helemaal klaar om uit te komen en het is goed weer, dan komen ze nog uit. Als het laat in september of oktober is, dan blijven ze rustig in de pop zitten. Ze reageren op weersomstandigheden.” Vlinders die als pop overwinteren, kunnen in het volgende voorjaar uitkomen en dan de eerste volwassen vlinders van het nieuwe seizoen zijn.
De derde generatie van de kleine vuurvlinder was er door de warme periode eerder bij dit jaar. Waar deze soort normaliter vanaf september wordt waargenomen, werden ze nu al rond half augustus gezien. Op de vraag of dat erg is antwoordt Veling: “Op zich is het niet erg, denk ik. Ze gaan dan eerder eitjes afzetten. En, uiteindelijk gaan ze weer als rups de winter in. Het is prima zolang er voedsel is."
Veling vervolgt: "Als de droge periode had doorgezet en het nu heel droog was geweest, hadden ze heel weinig nectar kunnen drinken, weinig eitjes af kunnen zetten, dan kan het misgaan.” Maar staand in een veld dat volop in bloei staat, concludeert Veling: “Deze vlinder kan zich hier prima voortplanten.”

Kleine vuurvlinder
© Constant van Bommel
De rolklaver is de waardplant van het icarusblauwtje. Dat betekent dat dat de plant is waar de vlinder eitjes op afzet en waar de rups van eet. Niet gek dus, dat die ook volop in het veld rondfladdert. De eerste generatie icarusblauwtjes is te zien in mei, daarna volgt een zomergeneratie in juli en augustus. Sinds een aantal jaar is er ook een derde generatie icarusblauwtjes te zien in september.
“De derde generatie is meestal vrij klein”, legt Veling uit. “Meestal heb je in de zomer de meeste icarusblauwtjes. Maar het lijkt erop dat dit jaar, misschien door de warme periode die we gehad hebben, die derde generatie ook echt groot is.”

Icarusblauwtje
© Dommelfoto
Thema's: