Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Nathalie Baartman: Ik heb ratten

  •    •  
30-10-2022
  •  
leestijd 2 minuten
  •  
542 keer bekeken
  •  
Nathalie Baartman

© fotograaf: Henny Radstaak

Het is me wat. Het is me wat. Want ik leef niet tussen vuilniszakken in de grote stad. Maar toch en ‘k ga d’r niet op prat, woont er in mijn achtertuintje een grote dikke rat. Of twee. Of honderddrie. Ik weet het nie.

Lees hieronder de volledige column:

‘Daar zit d’r weer één, bij die plantenbak,’ roep ik naar mijn dochter. Ze komt naast me staan voor het keukenraam. ‘Oh, wat schattig! Mag ik papa bellen?’

Papa is iemand met groot ontzag voor ieder plantaardig en dierlijk schepsel op aard. Papa is iemand die ooit, een in de duinen gevonden reeënpootje in staat van ontbinding uit anatomische belangstelling bewaarde in de koelkast. Naast de kaas. Dat is papa. Ik ben anders.

‘Papa zegt dat ratten heel intelligent zijn, mama. We moeten ze bijvoederen. En een naampje geven. Mama, zullen we er eentje vangen voor in huis. Dan noem ik ‘m Peter.’ Ik ben stil en kijk naar buiten, zie hoe Peter omhoogklimt het muurtje op. Richting de buren. Moet ik langsgaan met een waarschuwende mededeling? Wat als ze terstond gaan bellen met het busje van Rent to kill? Huurmoordenaars blief ik niet.

Ik besluit een vriendin te bellen. Een muzikante. Misschien kent ze iemand uit Hamelen. Met een fluitje.

Ze kirt het uit van blijdschap: ‘Ratten!? Oh, wat leuk, Nathalie! Het zijn zulke mooie beestjes. En heel intelligent, hè. Ze kunnen logisch nadenken en ook allerlei verbanden leggen….

Ik erger me nu. Wat maakt mij het uit dat ze verbanden kunnen leggen? Baudet is ook in staat om vele verbanden te leggen en die hoef ik ook niet in mijn achtertuin.

Ik wil die knaagdieren niet. Ze azen op het voer van de konijnen. Ze rennen over het gazon. Ze stelen de enige gevallen appel die ik aan mijn boom had hangen.

Ik wil ze niet. Ik wil ongedwongen aardappelschillen naar mijn composthoop kunnen brengen, zonder de angst dat ik aangestaard word door Familie spitsnuit die zich smikkelend tegoed doet aan mijn groenafval.

Mijn vriendin gaat door. ‘Ik heb vroeger een ratje tam gemaakt. Amadeus noemde ik ‘m. Riep ik Amadeus, dan kwam hij in sprongetjes naar me toegerend en liep via mijn benen zo, hop, m’n schouder op. En daar bleef ie zitten. Overal nam ik ‘m mee naar toe. Zelfs naar de bios. Wel raar als mensen ‘m zagen zitten. ‘Och, kijk, die kraaloogjes, wat lief, een hamster.’ Zagen ze z’n staart, sprong ze gillend naar achter: Een rat!!

Ik snap dat. Ik maak ook onderscheid. Ik vrees dat ik behoor tot het menssoort dat het ene dier minder koestert dan het andere. Het spijt me om op deze vroege zondagochtend te moeten erkennen: ‘Ik ben een rat-cist.’

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.