
Bibi Dumon Tak
© Vroege Vogels
In Amerika gingen beelden van de schattige wasbeer Jimothy met een aangeboren afwijking viraal. Hier vindt niet iedereen wasberen in de Nederlandse natuur 'leuk, stout, grappig en prachtig'. Nadat columnist Bibi Dumon Tak er ooit eentje van heel dichtbij ontmoette, houdt zij des te meer van deze nieuweling.
Lees hieronder de gehele column:
Afgelopen week werd er in de Amerikaanse staat Washington een wasbeertje gezien met een aangeboren afwijking aan de ruggengraat. Door die afwijking zag het diertje er heel rond en schattig uit. De beelden gingen, zoals dat heet, viraal. Hij kreeg een naam: Jimothy en werd uitgeroepen tot ereburger van de stad Seattle. Hij kreeg verder nog een eigen Wikipagina, een eredoctoraat van de universiteit van Washington, en vele vereeuwigingen op muren, armen en benen.
Mensen die Jimothy in hun achtertuin hadden zien opgroeien vertelden dat hij soms gedragen werd door zijn moeder en broers en zusjes als hij het gezin niet kon volgen. Inmiddels is hij volwassen en kan hij goed voor zichzelf zorgen.
Ik hou van wasberen. Ze zijn grappig, heel stout, slim en prachtig. Ooit zag ik er een van heel dichtbij. En met dichtbij bedoel ik van echt heel dichtbij. Ik wildkampeerde in een Amerikaans bos zonder tent, toen ik midden in de nacht werd gewekt door een dier dat mij vanaf mijn buik aanstaarde. Zijn gemaskerde gezichtje op ademafstand van het mijne. De volgende ochtend ontdekte ik dat hij met zijn vlugge handjes mijn tas had opengeritst en er vandoor was met de tandpasta. Sindsdien hartje ik wasberen.
Maar niet iedereen vindt ze leuk. Integendeel. Sinds er een aantal vanuit Duitsland naar Limburg is verhuisd, zet de plaatselijke jagersvereniging, who else, zich in om Nederland te beschermen tegen deze agressieve exoot. Nu wonen er nog maar vijftig in ons land, maar straks zijn het er duizenden, zul je zien. Ze zullen onze plaatselijke flora en fauna vernietigen. Een kogel is daarom de enige oplosssing zeggen de wildbeheerders. Net zoals dat een oplossing is voor de bever, de wolf, de zwijntjes, de reeën, de ganzen en al die andere invasieve plaaggeesten.
Maar dan something completely different. Of toch niet? Deze week kreeg mijn moeder nieuwe buren. Vijftig minderjarige jongens die per boot of ander transport de grens zijn overgestoken om zich in Nederland te vestigen. Omdat het buurhuis geen tuin heeft, vreesde mijn moeder dat de krappe parkeerplaats onder haar balkon misschien tot hangplek zou worden uitverkoren. Net als de andere omwonenden zag ze dus een beetje tegen de komst van deze nieuwelingen op. Ik zei tegen haar, Jimothy indachtig: 'Mam, ga een kijkje nemen en kennis maken.' Dat heeft ze direct gedaan. Ze werd er gastvrij ontvangen. Alle jongens stelden zich netjes voor en nodigden haar uit binnenkort te komen eten. Haar eigen Jimothy zat er ook tussen, net vijftien, maar veel te klein voor zijn leeftijd. De volgende dag ging ze terug met een tas vol stroopwafels en roze koeken voor alle jongens en een reep chocola voor haar Jimothy in het bijzonder. Mijn moeder is zevenentachtig en inmiddels niet meer bang voor datgene wat ze vreesde.
Dat niet meer bang zijn, wens ik iedereen toe. Want bij niet meer bang zijn krijgt geluk de kans te ontkiemen. De ander wegjagen of vernietigen hoort daar niet bij. Dat is, weten we uit de geschiedenis, nog nooit een oplossing geweest. Elkaar eens goed aankijken wel. Oké, je hoeft niet direct midden in de nacht bij een ander op de buik te springen, maar een ontmoeting op gepaste afstand is wel het minste waarmee je zou kunnen beginnen. En laat de kogels en scherpe woorden daarbij het liefste thuis en probeer de nieuwe situatie te accepteren. Het biedt misschien geen honderd procent garantie, maar het is, omwille van de vrede, wel de moeite waard.
Ik wens de vroege vogelaar dan ook veel vrede toe, al dan niet met de inzet van een Jimothy.
Thema's: