
Het waterpeil van de grote rivieren is extreem laag, zoals hier in de Nederrijn bij Arnhem
© Gert Elbertsen
Met de huidige lage waterstanden in de rivieren is het nóg duidelijker; we moeten niet alleen voorbereid zijn op veel, maar ook op erg weinig water. Het kabinet gaf 10 juli het startsein voor de verkenning naar een zogeheten meergeulensysteem in de Waal. Hiermee wordt de rivier beter bevaarbaar, onttrekt deze minder water uit de omgeving én kan de natuur een enorme impuls krijgen. Tenminste, wanneer de minister voor de natuurlijke variant kiest.
Zolang Nederland bestaat, zijn Nederlanders met water bezig. Honderden jaren geleden werd bijvoorbeeld al begonnen met het plaatsen van kribben haaks op de rivier. Eerst om ijsgang tegen te gaan, later om een stabiele, bevaarbare hoofdstroom te creëren. Maar door het temmen van de rivier slijt de rivierbodem uit. Dat probleem is het grootst in de Waal. De rivier ligt daardoor dieper, onttrekt meer water uit de omgeving en wordt minder bevaarbaar. Dat is niet alleen een lokaal probleem. Door het uitslijten van de Waal gaat er minder water naar het Pannerdensch Kanaal en uiteindelijk het IJsselmeer: één van de belangrijkste zoetwaterbronnen van Nederland.
Het kabinet heeft nu het startsein gegeven voor een verkenning naar een meergeulensysteem in de Waal. Het idee daarachter is simpel. Door een geul naast de hoofdstroom aan te leggen, stroomt de hoofdstroom minder hard, waardoor die minder uitslijt. Er zijn verschillende manieren om het meergeulensysteem uit te voeren, uiteenlopend van een sterk kunstmatige tot een meer natuurlijke variant. Bij de kunstmatige variant wordt er met stortsteen een dam evenwijdig aan de rivier gelegd, waarachter een geul komt. Bij de natuurlijke optie krijgt de geul flauwe, natuurvriendelijke oevers wat dieper de uiterwaarden in.
Bureau Stroming is de geestelijk vader van die natuurlijke variant. “Met een natuurlijke geul kun je naast het verbeteren van de bevaarbaarheid ook de natuur een enorme impuls geven”, aldus directeur Daphne Willems. De natuurlijke variant heeft wel wat meer ruimte nodig en is duurder. “Tegelijkertijd kun je hiermee ook bijdragen aan andere doelstellingen, zoals de Kaderrichtlijn Water. De hoeveelheid landbouwgrond die hiervoor nodig is valt relatief gezien ook mee, veel van de ruimte is te vinden in al bestaande natuurgebieden.”
Willems is merkbaar enthousiast over de natuurlijke variant. “Je kunt hiermee heel veel problemen in één keer oplossen. Daarnaast maak je de uiterwaarden ook veel aantrekkelijker voor recreanten.” Ook de ANWB, ARK Rewilding Nederland, het WNF en de Sportvisunie hebben zich uitgesproken als voorstander van de natuurlijke optie.