Logo VARAgids
De VARAgids online heeft uitgelichte artikelen, allerlei winacties, podcasts en het tv-overzicht.

Op zoek naar de Beste Grap Aller Tijden

De beste grap

De VARAgids gaat op zoek naar de beste grap ooit, met wekelijks een nieuwe kanshebber en André van Duin die als eenmansjury uiteindelijk de winnaar kiest. De genomineerde grappen in willekeurige volgorde:

Claudia de Breij: “You are all individuals” uit Monty Python, Life of Brain

Voor het huis waar Brian woont heeft zich een schare volgelingen verzameld, die weigert weg te gaan zonder een teken van leven van de Messias. Brians moeder sleurt haar zoon voor het raam om ze toe te spreken. Hou op met dat kuddegedrag, vertelt Brian zijn aanbidders.

Brian: ‘Jullie hebben het helemaal mis. Jullie hoeven me niet te volgen. Jullie hoeven niemand te volgen! Jullie moeten voor jezelf blijven denken. Jullie zijn allemaal individuen!’ Volgelingen, in koor: ‘Ja! We zijn allemaal individuen!’ Brian: ‘Jullie zijn allemaal anders!’ Volgelingen, in koor: ‘Ja, we zijn allemaal anders!’ Volgeling Dennis: ‘Ik niet.’

Een verschrikkelijk slimme grap, vindt De Breij. ‘Dat de volgelingen collectief herhalen dat ze individuen zijn, is een goede omkering. En dan die ene die zegt dat hij níet anders is: ook een omkering. Maar toch staat de situatie niet ineens weer rechtop.’ Hoewel ze in haar eigen werk geen absurdist is, houdt De Breij naar eigen zeggen enorm van absurde humor. ‘Die troost mij. Ik geloof dat veel absurdisten uitgaan van een bepaalde zinloosheid van het bestaan. Ondanks dat besef proberen ze toch wat van het leven te maken. Heel veel moeite doen voor iets dat eigenlijk geen zin heeft, daar zit zorgzaamheid in. En dat vind ik heel troostend.’

(Uit VARAgids 9, 2024)

Cindy Pieterse: een cartoon van René Leisink

‘Aan de ene kant staat Barbapapa,’ beschrijft ze. ‘Rechts heb je Barbamama en de Barbapapa-kinderen. Barbapapa zegt: “Jongens, ik moet jullie iets vertellen: ik ben homo.” Waarop Barbamama reageert met: “Ja, en? Gisteren was je ’n zeilboot.”’ Elke keer wanneer Pieterse de cartoon ziet of erover vertelt, moet ze lachen. Waarom? ‘Ik hou van korte grappen, dat op de eerste plaats. En van de kinderwereld. Het is alsof je met de personages daaruit extra kunt spelen. Het gaat me ook om de boodschap: het doet er niet toe op wie je valt. Deze grap heeft zoveel lagen.’ Pieterse prijst het vakmanschap van de onbekende tekenaar. ‘Elk woord klopt.’

(Uit VARAgids 9, 2024)

Henk van Gelder: “The funniest joke in the world” van Monty Python

‘Monty Python steekt boven alles uit.’ Van Gelder nomineert een sketch uit de allereerste aflevering van Monty Python’s flying circus, getiteld ‘The funniest joke in the world’, ook wel bekend als de Killer Joke. Daarin bedenkt de Engelse grappenschrijver Ernest Scribbler (gespeeld door Michael Palin) per ongeluk een mop die zo komisch is, dat hij zichzelf bij het teruglezen doodlacht. Ook zijn moeder blijft erin. Het duurt niet lang of het Britse leger krijgt er lucht van. ‘In een soort minidocumentaire zie je hoe de Killer Joke in de Tweede Wereldoorlog gebruikt wordt om de vijand murw te slaan,’ vertelt Van Gelder. De Britse strijdkrachten besluiten in 1943 om een Duitse vertaling te maken van de mop. Voor de veiligheid werken vertalers ieder aan slechts één woord. ‘Degene die per ongeluk twéé woorden leest, belandt gedurende enkele weken in het ziekenhuis.’ Wanneer de vertaling is afgerond, krijgt de kijker eindelijk de grap zelf te horen. En daarin zit hem de beste bak, stelt Van Gelder: ‘De grap die ons uiteindelijk wordt voorgeschoteld, is een onbegrijpelijk soort quasi-Duits.’ In de sketch brullen Britse soldaten tijdens het Ardennenoffensief van 1944 in de richting van de Duitse loopgraven. ‘Wenn ist das Nunstück git und Slotermeyer? Ja! Beiherhund das Oder die Flipperwaldt gersput!’ Na een korte stilte komen de Duitsers stikkend van de lach tevoorschijn.

(Uit VARAgids 9, 2024)

Jurg van Ginkel: Norm Macdonald

De grap die Van Ginkel nomineert voor Beste Grap Aller Tijden stamt van een Canadese stand-up comedian. Macdonald: ‘Mensen zeggen vaak: “Comedians zijn de hedendaagse filosofen.” Wat ik altijd best zielig vind voor… hedendaagse filosofen.’

Van Ginkel prijst het feit dat de grap twee bekende elementen op verrassende wijze met elkaar verbindt. ‘We hebben vaker gehoord dat comedians worden vergeleken met filosofen en andersom. Nooit heeft iemand zich afgevraagd: hoe zou dat voor de filosofen zijn?’ De voordacht van Macdonald is belangrijk, benadrukt Van Ginkel. ‘Hij had een heel terloopse manier van praten. Tussen neus en lippen door vertelde hij de clou, je wist nooit precies wanneer. Met zijn rare stijl was het voor de liefhebber.’

(Uit VARAgids 10, 2024)

Ronald Goedemondt: Bas Hoeflaak uit Sluipschutters

Goedemondt: ‘Het is een scène waarin Bas Hoeflaak een verpleger aan een sterfbed speelt en de familie vertelt dat het klaar is, een buisje afsluit en vervolgens tegen de familie zegt: “Ik laat jullie even alleen, dan kunnen jullie in alle rust afscheid nemen”. Vervolgens draait hij zich om en struikelt over allerlei draden van infuus en beademingsapparatuur. Daar zit voor mij zoveel in. De tragiek van het mens-zijn en het complete onvermogen van de mens om met het tijdelijke bestaan op aarde om te gaan. De plechtigheid van het moment en de spanning die het met zich meebrengt zijn zo groot en voelbaar. Je wil jezelf als verpleger onzichtbaar maken, je goed en netjes gedragen, de mensen respectvol achterlaten in de ruimte, met hun pijn. Vervolgens draait Bas zich om en stort alle waardigheid kapot.’

Voor Goedemondt is dit enkel de aanleiding voor de geslaagde grap. Het vakmanschap en de kwaliteit van de grap komen pas later, ná het struikelen. ‘De spanning wordt na het struikelen alleen maar groter en groter en wordt niet afgelost. Helemaal niet als Bas ook nog een apparaat – waarvan niemand op de set wist wat het deed – tot het laatst vasthoudt en neerzet. Dat zegt eigenlijk: nu verlaat ik wel degelijk de ruimte. Gevolgd door een half Japans knikje. Als in: dit was het en nu ga ik echt weg. Die afsluiting is belangrijk, het ongemak wordt niet opgelost. Die onuitstaanbare piek van spanning en dat knikje: als een ei wat te pletter is gevallen dat wordt aanschouwd. Dat vind ik heel intelligent aan deze scène.’

(Uit VARAgids 11, 2024)

Karin Bloemen: The Big Bang Theory

Bloemen: ‘De grammatica-scène uit The big bang theory uit 2014 is in die zin buitencategorie. In deze Amerikaanse sitcom wordt het zo verschrikkelijk goed gedaan. Die archetypen zeggen onverwachte dingen, waardoor het zo grappig wordt. De scène over de tijdlijn van de film Back to the future. waarin ze simpelweg spelen met taal, waarin de kijker laten nadenken over of iets klopt of niet. Het is allemaal zo slim opgeschreven, waardoor je op de bank gezeten denkt: klopt dit wel. Niet om keihard te lachen maar de humor zit ’m in de briljante timing en gebruik van taal en de originaliteit.’

‘‘De eerste weddenschap deed de 21-jarige Biff pas in 1955.’
‘Is “deed” juist?‘
Wat?’
‘Is “deed” de juiste werkwoordsvorm voor iets dat in de toekomst zou gebeuren van het verleden dat was bepaald door iets uit het verleden?’
‘Had zou hebben gedaan?’
‘Zo ken ik je weer.’

(Uit VARAgids 12, 2024)

Jan Beuving: “Andries Knevel” van Brigitte Kaandorp

Het gaat niet altijd goed met mij, vaak zelfs ronduit slecht. Meestal ben ik met mezelf en alles in gevecht. Toch denk ik vaak als ik weer boos mijn voordeurstoepje boen: Wel fijn dat ik het niet met Andries Knevel hoef te doen.

’Het rijm dwingt haar naar allemaal zinnen die nooit bestaan zouden hebben als ze niet die ene refreinzin bedacht had. ‘Voordeurstoepje boen’ draagt bij aan de lulligheid van het gegeven. Verderop in de coupletten volgt ‘Plantsoen’. Ook zo’n woord. Mag eigenlijk alleen door Annie M.G. Schmidt gebruikt worden, maar is hier precies op z’n plek. Of ‘Gekkenpaviljoen’ ¬– het is rijmdwang, maar van het grappige soort. Het publiek weet al wat er komt, en juist daardoor wordt het steeds grappiger: je wordt nieuwsgierig naar hoe ze nu weer bij dat rijm op -oen uitkomt.

Dan dat Andries Knevel plots zijn ding tevoorschijn haalt. Ik word liever in een ufo door een marsman meegenomen. Dan dat ik Andries Knevel tot een hoogtepunt voel komen. Liever in een buitenwijk tongen met Henk Binnendijk.

Vergis je niet hóe goed de brug in het lied is. In de drie coupletten vent ze elke keer op een andere manier de grap uit.  Ze maakt de daad absurder door middel van de taal. ‘…dat Andries Knevel plots zijn ding tevoorschijn haalt’: wat een geweldige formulering. De muziek is perfect bij de tekst, ook dankzij componist Theo Nijland. De muziek komt in feite klaar in de brug, in die zin waar niemand op rekent: ‘Liever in een buitenwijk tongen met Henk Binnendijk’. Heerlijk dat zij buitenwijk tegenover EO-coryfee Binnendijk zet – en ook nog op rijm. Echt waar, dit is gewoon vakwerk. Vanuit een tamelijk bizar uitgangspunt heeft ze de taal haar dit laten geven. Vakwerk tot op het bot.’

(Uit VARAgids 13, 2024)

Niels van der Laan: “Kaasfondue” van Rembo & Rembo

‘Als ik heel eerlijk ben moest ik gelijk denken aan deze sketch van Rembo & Rembo (titel: ‘Kaasfondue’). Ik weet dat ik dit zag als kind en dacht: wauw! Ik was dagen van slag.’

Van der Laan: ‘Ik vind deze scène om meerdere redenen geniaal. Ten eerste is het een klassieke cabaretsketch: man heeft stuk brood, nodigt iemand uit, die vervolgens álles mee moet nemen. Tot een marmeren tafel aan toe. Dan is die scène al klaar, zou je zeggen. Toch komt er nog een laag overheen, namelijk: dat ze alleen maar fluisteren. En blijkbaar verstaan ze elkaar al fluisterend ook over heel grote afstand. Ze halen die clou niet uit het gegeven dat de één alles mee moet nemen voor de kaasfondue, maar uit het absurdistische fluisteren. Het derde, extra laagje, waar ik vooral op latere leeftijd pas om moest lachen, is dat Wesselo op het laatst zegt: “Oh, guttegut, dat mij dat weer moet overkomen.” De klassieke scène, die absurdistische fluistersaus en daarbovenop nog dat metadingetje. Ik heb dit al honderden keren bekeken en nog steeds, als ik het even niet meer zie zitten, zet ik deze scène op.’

(Uit VARAgids 14, 2024)

Mylou Frencken: “Over vrouwen” van Bert Klunder

Frencken: Het is een soort monoloog over de noodlottige gevolgen van vrouwenkiesrecht. Het kan in de verste verten niet meer, en juist dat is er interessant aan.’

Klunder, tegen d’Ancona: ‘Ze zijn lief, vrouwen. Maar ze kunnen niet denken. Vrouwen zijn bij uitstek gevoelsmensen. (…)  Die hebben nergens verstand van, althans op intellectueel niveau. Vrouwen hebben sinds ongeveer 1910 stemrecht. Als je nou heel concreet en neutraal in de geschiedenis gaat kijken, tja, dan was er voor 1910 niet zo gek veel aan de hand in de wereld. Krijgen die vrouwen stemrecht, zie je alles achteruit hollen. Vier jaar later breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Later de Tweede Wereldoorlog, ook niet echt een succes. Niet veel later die Watersnoodramp in Zeeland, de oorlog in Vietnam en nu weer die toestand in Irak: hartstikke bedankt vrouwenkiesrecht! Je kan nu ook niet meer zeggen: meisjes, we hebben het een tijdje geprobeerd, we zijn nu twee wereldoorlogen verder, misschien is het een beter idee als de mannen weer gaan stemmen. Dus ja, vrouwen zijn lief, maar verwacht er niet te veel van. Dat is het eigenlijk: verwacht er niet te veel van.’

‘Ik heb zo vreselijk gelachen om Bert omdat hij zo waanzinnig goed kon overdrijven. En daarin vaak doorschoot. En ik, als Bert-kenner, had het idee dat je in die stoere hyperbool iets heel kwetsbaars kon zien. Ik zag een andere laag, van iemand die zelf allerlei angsten had, onzeker was, zich onmachtig voelde, ook tegenover vrouwen, maar dat heel goed met humor wist te overmeesteren. In deze grap draaft hij helemaal door, door vrouwen werkelijk van alles de schuld te geven. Het is echt verschrikkelijk, en tegelijkertijd ontzettend grappig.’

(Uit VARAgids 15, 2024)

Ronald Snijders: “Kindje op het stuur” van Herman Finkers

‘U kent dat wel, fietsen in Nederland, wind tegen, regen tegen, hagel tegen. Gelukkig heb ik dan zo’n kindje voor me op het stuur. Wij hebben twee kindjes, ook een voor mijn vrouw. ’t Is namelijk zo, een auto kunnen we ons niet veroorloven, dus fietsen we nogal veel en met dat weer in Nederland mag u wel stellen dat we heel bewust voor kinderen hebben gekozen.’

‘Ik vertelde deze grap eens tegen iemand die depressief was en zelfs die moest erom lachen. Finkers stuurt je altijd een bepaalde richting op, maar uiteindelijk neemt hij een andere afslag dan je had verwacht en krijg je een zak rauw vlees in je gezicht. Die onverwachte afslag is de kern van wat humor is – of in ieder geval van de absurdistische humor waar ik van hou. Je wordt op het verkeerde been gezet, dat zorgt voor kortsluiting in je hoofd en om die kortsluiting op te lossen begin je te lachen. Vooral die zin: ‘Wij hebben twee kindjes, ook een voor mijn vrouw.’ Je kunt niet met een kindje voor op de fiets door de regen fietsen en niet aan deze grap denken.

(Uit VARAgids 16, 2024)

Kees van Amstel: een grap van de Ierse komiek Tommy Tiernan

‘Hij wil iets zeggen over moderne jazz en maakt dan de vergelijking “Moderne jazz klinkt als brand in een dierenwinkel”. Dat vind ik zó’n mooie vergelijking! Ik ken geen mooiere en grappigere vergelijking dan deze. Het geeft een beeld in heel weinig worden. Vier woorden: Brand. In. Een. Dierenwinkel. Bam, het beeld knalt erin. Bij een goede vergelijkingsgrap moet de vergelijking zover mogelijk van het originele onderwerp af liggen. Hoe meer afstand, hoe groter de verrassing. Je gaat hier van een klein intiem hoogcultureel concertzaaltje, naar een ramp in een dierenwinkel. Dat vind ik heel mooi. Daar heb ik een zwak voor: iets moois naast iets heel grofs neerzetten. Dat is tekstueel knapper dan veel mensen beseffen. Het is een ambacht. Ook kenmerkend voor een goede vergelijkingsgrap: het moet meteen een beeld opleveren. Daarom vind ik deze vergelijking van Tiernan een bijna literair mooie grap. Als je zo’n vergelijking kan maken in een paar woorden, dat is kunst.’

(Uit VARAgids 17, 2024)

Howard Komproe: een cartoon van Gummbah
Scherm­afbeelding 2024-05-06 om 12.09.17

De cartoon verscheen in april 1998 in weekblad Nieuwe Revu, vlak na de zelfgekozen dood van Rob Pilatus, een van de gezichten van de Duitse popgroep Milli Vanilli. Komproe: ‘De impact van een piepklein tekeningetje op mij was enorm. Ik ben het nooit vergeten en kan het zo weer voor de geest halen. We zien een tafel met daarop een transistorradiootje, een omgevallen stoel en een man bungelend aan een touw. Uit het radiootje komt de kreet: “Gargl”. In het licht van Milli Vanilli en dat zij al hun teksten playbackten, vond ik dit zó snoeihard. Nét over het randje, maar meteen heel raak.’

(Uit VARAgids 18, 2024)

Roel Maalderink: een grap van Marc-Marie Huijbregts
Scherm­afbeelding 2024-05-06 om 11.20.36

‘Wie ik wil nomineren is Marc-Marie Huijbregts. Op de middelbare school keken we tijdens Nederlands naar zijn allereerste voorstelling Marc-Marie H. uit 2000. Hij was nog helemaal niet bekend, dus hij begon de voorstelling met de mededeling dat dit zijn echte stem is en dat die de rest van de voorstelling ook zo blijft. Dat heeft meteen al iets ontroerends. Het fragment waaraan ik moest denken heb ik in geen twintig jaar gezien. Ik heb het proberen op te zoeken op internet, maar ook daar is het nergens te vinden. Toevallig hebben we onlangs mijn ouderlijk huis opgeruimd en heb ik een paar oude dvd’s mee naar huis genomen waar ik geen afstand van kon doen, waaronder die met deze voorstelling. Ik heb vanmorgen een oude laptop uit de kast gehaald om de dvd af te spelen zodat ik de grap letterlijk kan citeren. Ik zal hem voorlezen:

(Met een Brabants accent): “Ik wilde mezelf heel erg graag helemaal geven. En dan realiseer ik mezelf [sic] ook wel dat er dan iemand moet zijn die mij helemaal wil hébben. Ik zal eerlijk zijn: waar ik dan bang voor ben, is dat ik mezelf dan helemaal geef. En dat niemand het dan wil hebben. En dat ik dat dan zelf weer op moet gaan pakken. En dat er dan stukjes af zijn of kapot.”

‘Ik denk dat elke maker dat gevoel wel herkent: je geeft jezelf helemaal, maar je hebt altijd de angst: zitten de mensen wel op mij te wachten? Straks wil niemand me hebben en moet ik mezelf gaan oprapen. Ik vind dat een prachtige metafoor. Om te zeggen dat het mijn levensmotto is gaat misschien wat ver, maar ik denk nog vaak aan dit fragment.’

(Uit VARAgids 19, 2024)

Kick van der Veer: een grap van Fons Jansen
Scherm­afbeelding 2024-05-13 om 10.43.05

‘De grap die me meteen te binnen schoot is van Fons Jansen. Je moet deze grap in zijn tijd zien. In de jaren 60 liepen de katholieke geestelijken nog in lange zwarte jurken. Ik ben zelf misdienaar geweest, ik weet er alles van.’

Een onkerkelijk persoon zit naast mij op de bank. Op het altaar staat de pastoor, in het lang - het is avond, waarom niet? De pastoor staat te zwaaien met het wierookvat. Opeens rent dat onkerkelijk persoon naar voren, zo dat altaar op en zegt tegen de pastoor: ‘Mevrouw, uw tasje staat in brand.’

‘Dit vind ik een geniale grap, omdat er in één regeltje drie misverstanden zitten: de pastoor is geen mevrouw, het wierookvat is geen tasje en de wierook is geen brand. Fons Jansen was in de cabaretwereld beroemd om zijn fantastische grappenarsenaal. Toon Hermans was er jaloers op. Jansen lijkt inmiddels een beetje vergeten, maar ik merk dat als ik een conference van hem draai op de radio, dat ik heel veel respons krijg. Meer dan bij wie dan ook. Dat zegt denk ik genoeg.’

(Uit VARAgids 20, 2024)

Youp van ’t Hek: een grap van Toon Hermans
Scherm­afbeelding 2024-05-21 om 10.58.55

De beste grap? Ik neig al gauw naar Toon Hermans in zijn onovertroffen nummer De auditie uit 1967ook wel bekend onder de titel Dankuwel alstublieft, waarin de amateur-goochelaar Charles Hartmann zijn kunstje mag tonen aan een of andere producer Amusement Jack Bemelmans. Een poging om als 64-jarige bloednerveuze Duitse nobody, die 40 jaar in Nederland woont, een beetje voet aan de grond te krijgen in de meedogenloze glitterwereld van de showbizz. Als kind heb ik het nummer op de langspeelplaat honderden keren gedraaid. Domweg omdat het nooit ging vervelen en omdat ik steeds meer details over de heer Hartman ontdekte. Die details ontroerden mij. Zoals het feit dat hij samen met zijn vrouw Elly het duo ‘Charelly’ had gevormd. De nederige manier waarop hij aan de ongeduldige en arrogante Bemelmans veel te omstandig uitlegt dat dat een combinatie is van Charles en Elly is fantastisch. Omdat het de wanhoop van de man meedogenloos weergeeft. Vervolgens mislukt zijn optreden volledig. Een hoed die niet open wil klappen, een ei dat kapot valt, een toverstokje dat het begeeft, een tweede ei dat een bord doet sneuvelen en een dooie duif die te lang in het zwarte doosje heeft gezeten.

‘De truc met de doif

De doif is dood

De doif heeft te lang in het zwarte doosje gezeten

Doiven moeten fladderen, meneer’

De timing is ronduit magisch, zoals de timing van Hermans altijd fantastisch was. Toon, Laurel & Hardy en Charlie Chaplin zijn mijn drie voorbeelden om uit te leggen hoe je een grap goed vertelt. Hoewel John Cleese in Fawlty Towers natuurlijk ook meesterlijk is. Al hun scènes kan je duizenden keren terugzien en elke keer zie je extra details. De beste grap van de boven een sigarenwinkel wonende heer Hartman is dat hij vertelt dat hij vroeger een variéténummer had met 24 konijnen en 12 witte duiven. Maar toen is de hongerwinter gekomen en heeft hij min of meer zijn eigen nummer opgegeten.

Het mooie is dat hij het niet als grap vertelt, maar als gegeven, als voorval, als tragisch onderdeel van zijn gehele miezerige leven waarin zijn droom niet is uitgekomen.

Er mag nog wel vermeld worden dat het Duitse accent van de heer Hartmann belangrijk is, net als de prachtige achtergrondmuziek van het orkestje. Speciaal voor dit stukje ging ik het nummer nog een keer beluisteren en weer zat ik, terwijl het woordelijk kon meepraten, op het puntje van mijn stoel. Dus ik nomineer Toon met de hongerwintergrap in de De auditie. En ook opdat Toon maar nooit vergeten zal worden.

(Uit VARAgids 21, 2024)

André van Duin kiest als eenmansjury later dit jaar uit al deze kanshebbers de winnaar.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Ontvang elke werkdag de beste kijktips met de Avondeditie-nieuwsbrief