
Elke dag reizen duizenden mensen met het openbaar vervoer. Voor veel reizigers gaat dat zonder problemen. Maar voor mensen met een beperking kunnen stations, perrons en treinen onverwachte obstakels opleveren. Met kleine aanpassingen kun je als medereiziger al een groot verschil maken. Dit zijn vijf manieren waarop jij kunt bijdragen.
Op stations zijn verschillende voorzieningen voor mensen met een beperking. Denk bijvoorbeeld aan liften en geleidelijnen.
Veel mensen gebruiken de lift terwijl ze die eigenlijk niet nodig hebben. Voor rolstoelgebruikers is een lift vaak essentieel. Kun je de trap nemen? Doe dat vooral tijdens drukke momenten.
Daarnaast zijn er geleidelijnen op stations. Deze herken je aan witte ribbellijnen of gele tegels met ribbels. Ze helpen mensen met een visuele beperking om veilig hun weg te vinden, bijvoorbeeld naar de trein, uitcheckpaaltjes of kaartautomaten. Zorg daarom dat je niet op deze lijnen staat en zet er geen bagage op. Ga liever vóór of achter de lijn staan.
Een beperking is niet altijd zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan chronische ziekten, autisme, evenwichtsproblemen of vermoeidheidsziekten.
Sommige mensen dragen een Hidden Disabilities Sunflower-keycord: een groen koord met zonnebloemen. Daarmee laten ze zien dat ze een onzichtbare beperking hebben en mogelijk extra tijd, begrip of hulp nodig hebben. Niet iedereen met een onzichtbare beperking draagt zo’n keycord. Geduld en begrip voor elkaar blijven daarom belangrijk.
Zie je iemand die misschien hulp nodig heeft? Vraag het dan altijd eerst. Zo voorkom je misverstanden. Een simpele vraag als: “Kan ik u ergens mee helpen?” kan al veel betekenen.
Als iemand hulp accepteert, kun je rekening houden met een paar dingen:
In het openbaar vervoer is persoonlijke ruimte belangrijk voor iedereen, en zeker voor mensen met een beperking.
Rolstoelgebruikers hebben bijvoorbeeld soms extra ruimte nodig om een trein in of uit te gaan via een helling. Houd daar rekening mee en geef voldoende ruimte. En hoe vanzelfsprekend het ook lijkt: raak een rolstoel niet zomaar aan.
Assistentiehonden helpen hun baasje met een beperking en zijn tijdens het reizen altijd aan het werk. Ze moeten geconcentreerd blijven om hun taak goed te kunnen uitvoeren. Probeer de hond daarom niet af te leiden. Dat betekent niet aaien, niet tegen de hond praten en geen afleidende geluiden maken.
Assistentiehonden herken je meestal aan een tuigje met de tekst ‘assistentiehond’ of ‘hulphond’.
Is er professionele hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met reisassistentie via het aangegeven nummer op de stations.
Met een beetje aandacht en begrip kunnen we het openbaar vervoer samen toegankelijker maken voor iedereen.
Met jouw steun zorg je ervoor dat BNNVARA programma's zoals Je Zal Het Maar Hebben blijft maken. Word lid van BNNVARA voor maar €10,- per jaar.
Je kunt je lidmaatschap jaarlijks opzeggen.