Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Waarom stellen we zo weinig fundamentele vragen over AI?

Gisteren
leestijd 6 minuten
2972 keer bekeken
ANP-563572659

Is er een reëel gevaar dat AI-toepassingen onbeheersbaar worden? En tot een existentieel gevaar voor de mensheid leiden? Het antwoord op deze essentiële vragen heb ik niet. Wat ik wél weet, is het onnoemelijke leed dat AI-toepassingen al vandaag in oorlogsvoering hebben veroorzaakt. Zie de AI-oorlogsslachtoffers in Oekraïne en Palestina. En hoe AI de levens van zeker 120 schoolkinderen in het Iraanse Minab heeft vernietigd.  

Maar los van deze existentiële gevaren, gaat het in de publieke discussie zelden over de vraag wát we nu eigenlijk wíllen met AI? Wanneer AI wordt besproken, gaat het vooral over de vraag waarom we in Europa zo ver achterlopen op de VS en China. En dat we veel meer moeten investeren in AI-startups en bovendien ons netcongestieprobleem moeten oplossen. Maar in deze oppervlakkige gesprekken worden zelden fundamentele vragen gesteld.

De grote Amerikaanse techgiganten lijken vaak bezig met zoveel mogelijk data bij elkaar te graaien om op basis daarvan maximalisatie van hun AI-toepassingen te kunnen realiseren. Het trainen en dagelijks uitvoeren van AI-modellen vereist een enorme hoeveelheid rekenkracht, die voornamelijk wordt geleverd door gespecialiseerde chips. De partijen met de meeste data en de grootste cloudinfrastructuur leveren de meest geavanceerde AI-toepassingen. Met steeds meer energieslurpende datacenters als gevolg.

Willen we in Europa daadwerkelijk dit Amerikaanse “all-data-you-can-grab”-voorbeeld volgen? Het antwoord daarop lijkt op het eerste gezicht ja, nu de EU een aanbesteding heeft uitgeschreven voor de bouw van maximaal zeven AI-gigafabrieken

De aanslag van AI op ons elektriciteitsnetwerk
Waarom gaat het in de discussies zelden over de vraag hóe we ons in Nederland en Europa kunnen onderschéiden? En of we in Europa met een nieuwe manier van denken de dreiging van een ongelimiteerde groei van energieslurpende datacenters enigszins kunnen indammen? Welke voorwaarden stellen we eigenlijk aan nieuwe datacenters?

Volgens het CBS gebruiken datacenters momenteel zo’n 4,6% van het totale Nederlandse stroomnet. En hoewel dat percentage op het eerste gezicht lijkt mee te vallen, verwacht landelijk netbeheerder TenneT dat datacenters tegen 2030 zullen uitgroeien naar een aandeel van 10 tot 15 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik. Dat is meer dan een verdubbeling in vier jaar! Een voor de hand liggende vraag is daarom: wáár groeien we naartoe als we wéér een paar jaar verder zijn? Opnieuw een verdubbeling? En zo ja, waar gaat dit eindigen?

De vraag die dat bovendien bij mij oproept: hoe zit het met de regelgeving voor techreuzen bij de plaatsing van datacenters? Partijen als Microsoft en Google zeggen op grote schaal groene stroom in te kopen via langetermijncontracten waarmee zij direct de bouw van nieuwe Nederlandse wind- en zonneparken financieren. Maar ze trekken wel stroom uit het overvolle algemene Nederlandse elektriciteitsnet, terwijl de kans dat daar als back-up ook fossiele energie bijzit reëel is.

Daar komt bij: hoe gaan we dat regelen bij de bouw van nieuwe datacenters? In de EU-aanbesteding voor de bouw van zeven AI-gigafabrieken krijgen projecten die schone of koolstofarme energie gebruiken een aanzienlijk concurrentievoordeel tijdens de beoordeling. Maar daarmee is het gebruik van 100% hernieuwbare energie dus geen strikte randvoorwaarde. Trouwens, hoe wordt straks voorkomen dat de winnaars met mooie groene verhalen de aanbesteding winnen, waarna er in de uitvoering veel te weinig van terecht komt?  

Overigens heeft Nederland zich niet aangemeld voor het Europese initiatief voor AI-gigafabrieken: "Het kabinet constateert dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor het aangaan van de vereiste financiële verplichtingen ten behoeve van de aanbesteding van grootschalige rekencapaciteit bij een AI-gigafabriek via EuroHPC." Nederland vindt dat dit soort initiatieven volledig aan de markt moet worden overgelaten, waarbij de overheid de randvoorwaarden schept. Wel trekt het kabinet geld uit voor een kleinere AI-fabriek in Groningen.   

En hoewel ook ik uiteraard het belang inzie van een Nederlandse en Europese AI-infrastructuur - en ik het persoonlijk onverstandig vind dat Nederland zich niet voor het Europese initiatief heeft aangemeld - blijft de fundamentele vraag onbeantwoord over wát we nu eigenlijk met AI wíllen. 

Vandaag genereren we via AI volop content als hobbyisme
Zoals ik al zei, de grote Amerikaanse techreuzen werken nog te vaak vanuit een graai-zoveel-mogelijk-data-bij-elkaar-cultuur. Met als gevolg dat een groot deel van de gebruikers uit een soort van hobbyisme AI-content genereert. Zo worden onze social media overspoeld met AI-video’s en -afbeeldingen die slechts als doel hebben zoveel mogelijk volgers te genereren maar verder geen enkel belangwekkend maatschappelijk doel dienen. Sterker nog, AI-gegenereerde content wordt zelfs veelvuldig gebruikt om haat te zaaien. Zie bij dat laatste hoe twee PVV-kamerleden racistische en haat zaaiende AI-beelden verspreidden.

De impact van AI-datacenters op ons energienetwerk komt dus voor een fors deel voort uit de ongelimiteerde manier waarop wij allemaal, zonder enig relevant maatschappelijk doel, van de veelal Amerikaanse AI-platforms gebruik maken.

De vraag is nu: moeten we in Europa die Amerikaanse graai-zoveel-mogelijk-data-bij-elkaar-mentaliteit wel kopiëren? Of zouden we juist moeten bouwen aan een onderscheidende AI-infrastructuur die zich vooral richt op specifieke, targeted gebruikstoepassingen die níet voor iedereen beschikbaar zijn. Anders gezegd: je bouwt per vakgebied AI-toepassingen die alleen binnen dat vakgebied relevantie hebben en zijn afgeschermd voor mensen die niet binnen dat veld actief zijn.

Een mooi voorbeeld binnen mijn eigen vakgebied is volksportret, waarin honderd doelgroeppersonen elk een bevolkingsgroep in de Nederlandse samenleving vertegenwoordigen. Hoewel er uiteraard best wel het een en ander op aan te merken valt, zouden dit type smart AI-toepassingen de richting kunnen zijn waar we in Europa naartoe kunnen groeien.

Belangrijk daarbij is dus het ontwikkelen van smart AI-toepassingen die niet voor iedereen beschikbaar zijn. Neem Suno, een Amerikaans AI-platform waarmee je muziek genereert. Vanuit een van mijn vakdisciplines (in de muzieksector) is het vooral een nuttig hulpmiddel. Het dilemma is alleen dat Suno en andere AI-gegenereerde muziekplatforms voor élke hobbyist openstaat, waardoor onze streamingsdiensten inmiddels worden overspoeld met via AI-gegenereerde muziek. Anders gezegd: je hoeft niet actief te zijn in de muziekindustrie om het platform te kunnen gebruiken.

En dat terwijl een ánder businessmodel heel goed mogelijk moet zijn, bijvoorbeeld als je de toegang ertoe beperkt tot professionele gebruikers. Op die wijze kan je naar hogere abonnementstarieven en mogelijk zelfs deelbegunstiging van royalties op copyrights, waardoor het nog steeds een succesvol businessmodel kan zijn. 

Belangrijkste voordeel daarbij is uiteraard dat de aanslag op ons energienetwerk door deze andere manier van denken aanzienlijk wordt beperkt.

Ontwikkel Europese AI-toepassingen vanuit Europese waarden
Ik ben geen professional in tech en AI. Wél ben ik uiteraard gebruiker, maar uitsluitend wanneer dit binnen mijn vakgebied een nuttig hulpmiddel is. Verder ben ik ervan overtuigd dat er talloze professionals in Nederland en Europa zijn die van ons continent een belangrijke speler in de wereld van AI kunnen maken. Laten we deze professionals daarom vooral stimuleren om AI-toepassingen te ontwikkelen die geen onverantwoorde aanslag op ons energienetwerk doen, maar zich via smart data juist gaan richten op meer targeted gebruikstoepassingen.

Kortom, stop met de inmiddels vrij inhoudsloze gesprekken over de achterstand die we hebben opgelopen ten opzichte van de VS en China, maar ga actief op zoek naar toepassingen waarmee we juist een onderscheidende positie kunnen innemen en bovendien veel beter aansluiten bij Europa’s digitale waarden.

Zo is het recht op privacy vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het privé- en gezinsleven van een individu beschermt. Verder is gegevensbescherming binnen de EU een afzonderlijk grondrecht. De EU benadert het internet, in tegenstelling tot de marktgerichte aanpak van de VS of de staatstoezichtaanpak van China, vanuit een waardegedreven model, waarbij gegevensprivacy wordt gezien als een verlengstuk van de menselijke waardigheid en daarom wettelijk is beschermd door strenge regelgeving.

Bedenk daarbij ook dat de gevaren van racisme en discriminatie via AI levensgroot zijn en niet eenvoudig oplosbaar omdat AI-modellen massaal zijn getraind op basis van data waar ongelijkheid, menselijke vooroordelen, racisme en discriminatie zitten ingebakken. Hoe gaan we dáármee om?

De kern van mijn betoog. Ja, uiteraard moeten we investeren in AI. Maar stel daarbij fundamentele vragen over hoe we het in Europa juist ánders kunnen doen dan in de VS en China, hoe we ons in Europa kunnen onderscheiden van de Amerikaanse ‘datagrab’-mentaliteit. En ontwikkel Europese AI-toepassingen vanuit onze Europese waarden, waarbij onder meer strikte voorwaarden worden gesteld op het gebied van privacy, menselijke waardigheid én duurzaamheid.

Maak daarbij dus scherpe keuzes. Want dat je met AI alles kán, betekent nog niet dat je met AI ook alles móét.

Meer over:

opinie, ai
Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor