
‘De omgeving van de mens is de medemens’ en ‘Waar je niet bij bent gebeurt niet.’ Twee bekende uitspraken van Jules Deelder. Jan Bart Dieperink schreef er onlangs een mooi stuk over op Joop.nl. En het is zo herkenbaar tegenwoordig. Het is niet meer een levenshouding van ‘leef in het nu, neem niet alle problemen op je bord’. Tegenwoordig is het meer van: ‘O, dat heb ik niet meegemaakt, dus het bestaat niet.’ Hele situaties worden simpelweg ontkend. ‘Ik heb daar geen last van dus het probleem is er niet.’
Voordat internet bestond, volgden we het nieuws via de papieren krant. Doordeweeks lag hij rond een uur of vijf in de bus. Bij ons thuis las iedereen Het Parool. Op zaterdag was de krant dik, met verschillende bijlagen. Echt een familiekrant, voor ieder wat wils.
Mijn vader had een bijzondere band met de krant, niet zozeer met de dagelijkse inhoud. Tijdens de oorlog had hij, als achttienjarige onderduiker het toen illegale blad ‘s nachts bij mensen in de bus gegooid. Een traumatische tijd; zijn jongere broer zat tewerkgesteld in Duitsland en zijn vader overleed aan dysenterie. Wij hoorden zijn verhalen wel aan, maar konden ons er nauwelijks een voorstelling van maken.
Later, op hoge leeftijd, kon hij woedend bellen naar de klachtenlijn van Het Parool als de bezorger erg laat was of helemaal niet meer kwam. Dan tierde hij over zijn verzetswerk. Dat hij, de man die destijds die risico’s had genomen, nu moest wachten op zijn krant. ‘Pa, dat heeft toch niets met elkaar te maken!’ zeiden we dan. De krantenjongen die uiteindelijk het verlate exemplaar bracht, keek na zo’n tirade meestal wat meewarig naar hem.
De papieren krant, de ingezonden stukken, de reacties op artikelen: het had allemaal iets nostalgisch en traags. Je zag de verslaggever zo voor je, in weer en wind met potlood en notitieblok. Kopij wegbrengen voor de courant op de fiets. Een soort Simon Carmiggelt, die zijn stukjes schreef in een bruin café met een borrel erbij.
Ook de lezersreacties gingen eerst door de handen van de redactie. Boze brieven werden gelezen en lang niet alles haalde de krant. Dat maakte het destijds misschien wat milder, wat weloverwogen.
Hoe anders is dat nu op online opiniesites. Het is een uniek concept: de mogelijkheid om direct onder een artikel te reageren. Er ontstaan complete discussies naar aanleiding van een stuk of een cartoon. Je typt een reactie en een seconde later staat je mening online. Dat maakt het levendig, iedereen kan ongefilterd zijn gedachten spuien. Haat en discriminerende reacties kunnen wel verwijderd worden, stompzinnige praat helaas niet.
Een mooie ontwikkeling, behalve wanneer de toetsenbordpiraten losgaan. Hun toon is vaak verontwaardigd, alsof de schrijver ze een loer wil draaien of hen persoonlijk aanvalt. Ze jutten elkaar op en benadrukken de slechte bedoelingen.
Het laat ook het onvermogen zien van sommige mensen om begrijpend te lezen. Ze pikken drie woorden uit een artikel en braken vervolgens hun eigen ellende erover uit. Er ontstaan zijwegen en plotselinge veranderingen van onderwerp. Het gaat opeens over volgzame schapen of over het feit dat er nooit mannen op de maan zijn geweest. Waar je niet bij bent, is immers niet gebeurd.
En dan is er de nieuwe beschuldiging, de genadeslag van deze tijd: ‘Dit stuk is met AI geschreven.’ Die achterdocht komt niet helemaal uit de lucht vallen, want inmiddels schijnt een op de vijf stukken door een computer te worden getikt. Zeker 49 opiniestukken die de afgelopen maand in een aantal grote Nederlandse dagbladen verschenen, zijn volledig door AI geschreven. Dat meldt het nieuwsplatform AI Report van techjournalist Alexander Klöpping op basis van eigen onderzoek. Ongelooflijk dat zoiets mogelijk is, dat schrijvers zich daar goed bij voelen.
Misschien zijn we gewoon vergeten dat mensen vroeger ook wisten hoe ze een stuk moesten schrijven.