
Wil je de homo-acceptatie weer laten toenemen, dan hoor je álle bevolkingsgroepen gelijk te behandelen.
De afgelopen jaren analyseerden we vanuit mijn bureau met enige regelmaat de communicatie van overheidsorganisaties op de mate van inclusiviteit. Daarbij keken we onder meer naar de social-accounts van gemeentelijke overheden, waaronder de Facebook- en Instagram-pagina’s van deelgemeenten en stadsdelen. Daarnaast namen we websites door, gemeentelijke kranten, video’s, digitale nieuwsbrieven, campagnes en meer. Ook dit jaar hebben we bij een van de gemeentelijke organisaties weer zo’n analyse uitgevoerd.
Terugkijkend op de afgelopen jaren, valt er de volgende hoofdlijn in te ontdekken: een overdaad aan aandacht voor LHBTQIA+-symbolen, tegenover het steeds verder wegdringen van religie tot achter de voordeur.
Social-mediapagina’s zijn soms een weeklang of zelfs maandlang voorzien van een regenboogsymbool. En op straat zijn de LHBTQIA+-symbolen er vaak in overvloed. We zien regenboogvlaggen, Progress Pride-vlaggen, Pride events. Er is in gemeentelijke communicatie aandacht voor Roze Zaterdag, Paarse Vrijdag, Lesbian Visibility Day en nog veel meer.
En let wel: van mij mag het! Want persoonlijk vind ik het allemaal uiterst belangrijk!
Maar er zit wel een kéérzijde aan. Want kijken we naar ándere groepen in de Nederlandse samenleving, dan zien we een heel ander beeld. In vergelijking met de grootschalige aandacht voor de LHBTQIA+-doelgroep, is er opvallend weinig aandacht voor mensen met een beperking, waarschijnlijk de meest gediscrimineerde groep van Nederland.
Kijken we vervolgens naar religie, dan vinden we maar al te vaak dat religie toch vooral iets is voor achter de voordeur. Ja, er worden hier en daar wat Iftar-bijeenkomsten georganiseerd, die overigens onevenredig veel aandacht krijgen van de politiek. Maar verder moet je in veel overheidscommunicatie bij wijze van spreken met een loep zoeken naar felicitaties voor bijvoorbeeld Eid el-Fitr en Eid el-Adha.
Voor Holi en Diwali is er buiten Den Haag al bijna nooit aandacht, terwijl zélfs Pasen en Pinksteren steeds minder zichtbaar zijn in overheidscommunicatie. De beelden van de kerstboom en stedelijke kerstverlichting zijn nog wel geregeld terug te vinden, maar deze worden daarbij vaak ontdaan van hun religieuze context.
Daar komt bij dat vanuit de landelijke politiek steeds vaker het signaal wordt afgegeven dat religie uit het openbare leven moet worden verbannen. Hoewel moslimhaat hier bij de politiek de belangrijkste drijfveer is, is de consequentie dat werknemers bij politie en defensie geen enkel religieus symbool mogen dragen: geen kruisje, geen keppeltje, geen hijab. Maar neutraliteit zit in het handelen van mensen, niet in het dragen van religieuze symbolen, schreef ik al drie jaar geleden.
Op één dag kwamen oorzaak en gevolg in het nieuws.
Afgelopen maandag kwamen er op één-en-dezelfde dag twee nieuwsfeiten naar buiten: een verbod op het faciliteren en organiseren van Iftars en andere religieuze bijeenkomsten door de politie plús een afname van homo-acceptatie.
Op één dag kwamen dus oorzaak en gevolg in het nieuws. De éne groep moet bij wijze van spreken uit de samenleving worden verbannen, en de ándere moet op een voetstuk worden geplaatst.
Mensen met een beperking worden in onze samenleving grotendeels genegeerd. Christenen en moslims wordt steeds vaker opgeroepen hun religieuze identiteit niet met de rest van de samenleving te delen. Maar de queer-symbolen moeten daarentegen altijd en overal worden uitgedragen.
Je kan niet de ene bevolkingsgroep voortdurend op een voetstuk plaatsen, terwijl je tegelijkertijd naar andere bevolkingsgroepen het signaal afgeeft dat ze er eigenlijk niet bij horen. Dan vraag je om moeilijkheden.
Wil je de homo-acceptatie weer laten toenemen, dan hoor je álle bevolkingsgroepen gelijk te behandelen. Zolang we initiatieven als Roze in Blauw propageren, maar tegelijkertijd Kruisje en Hijab in Blauw verbieden, zal de homo-acceptatie de komende jaren helaas alleen maar verder afnemen.