
Bij veel mediaredacties spelen vooringenomenheid over de ‘neutraliteit’ van witte versus de ‘subjectiviteit’ van zwarte mensen een doorslaggevende rol in de redactionele keuzes.
Nee, ik behoor niet tot degenen die zich voortdurend negatief uit over onze mainstream media. Zo zie ik best wel hoe lastig het voor nieuwsmedia is om in je redactionele keuzes dusdanig gebalanceerd te zijn, dat je niet links, rechts of zelfs het politieke midden over je heen krijgt. Uiteindelijk doe je het nooit goed. Ook is het vrijwel onmogelijk om in the heat of the moment foutloos te zijn; het is simpelweg niet haalbaar om met al die scherpe deadlines elk woord op een goudschaaltje te wegen.
Toch zou het credo van Christiane Amanpour “Our job is to be truthful, not neutral” altijd het uitgangspunt van journalistieke redacties moeten zijn. De angst om níet als neutraal te worden gezien mag namelijk nooit de overhand krijgen. Waarheidsvinding dient immers altijd bovenaan te staan, ook als je daarmee sommige politieke groeperingen tegen je in het harnas jaagt. Daarbij geldt overigens ook dat CNN, de nieuwsorganisatie waar de Brits-Iraanse journalist ruim 40 jaar voor heeft gewerkt, Amanpours credo maar al te vaak niet waarmaakt, en al helemaal niet in de berichtgeving over Israël/Palestina.
Daar komt bij dat neutraliteit eenvoudigweg niet bestaat. Neutraliteit is een illusie. Vanaf onze vroegste jeugd worden we allemaal subjectief gevormd door de cultuur en de samenleving waarin we opgroeien. Hierdoor bekijken we de wereld om ons heen vanuit ons persoonlijke en daarmee bij voorbaat subjectieve filter.
De bias van ‘neutrale’ journalisten
Journalisten die claimen neutraal te zijn, spreken dan ook simpelweg niet de waarheid. Neutrale journalisten bestaan niet, ook al lijkt AD-buitenlandredacteur Mark van Assen anders te willen suggereren gezien zijn recente uitspraak: "We hebben een paar Marokkaanse collega's die heel erg op de Palestijnse lijn zaten. En die ons enorm pushten om het genocide te noemen of om veel misdaden van Israël aan de kaak te stellen. En ik snap die emotie wel, denk ik. Maar ik vind dat dat geen plek heeft op een redactie."
Hij deed zijn uitspraak voor de onderzoekers van de berichtgeving in Nederlandse media over Israëls genocidale geweld in Gaza. Maar wat wil Mark van Assen hiermee eigenlijk beweren? Dat zijn Marokkaanse collega’s vanwege hun empathie met het Palestijnse volk niet neutraal zijn maar hij wél? Of dat zijn Marokkaanse collega’s niet aan waarheidsvinding zouden willen doen maar hij wél? Mocht dat zo zijn, waar baseert hij dat dan op? En wat zegt dat eigenlijk over zijn eigen bias?
Dat laatste is relevant, omdat we in de AD-berichtgeving over Israël/Palestina geregeld een vooringenomenheid tegenkomen die weinig met neutraliteit of waarheidsvinding heeft te maken. Het gemak waarmee de AD-buitenlandredactie de afgelopen jaren Israëlische claims als vanzelfsprekend voor wáár aannam, zagen we dan ook met enige regelmaat. Dat er daarna (soms) alsnog een nuancering volgt, doet daar niets aan af.
Zo volgde ik in mei 2022 via Al Jazeera de berichtgeving over de moord op Al Jazeera-journalist Shireen Abu Akleh. Het AD wist al snel te melden dat de gerenommeerde journalist “tijdens een vuurgevecht tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders” om het leven was gekomen. Deze onjuiste berichtgeving was bijzonder, omdat op het moment van publicatie de ooggetuigenverslagen van direct betrokkenen al enige tijd live op Al Jazeera waren te zien. Maar voor de AD-buitenlandredactie, waar Mark van Assen toen al deel van uitmaakte, bleek dit geen reden om het Israëlische vuurgevecht-narratief níet over te nemen.
Hoewel de berichtgeving later op de dag wat werd genuanceerd, heeft de AD-buitenlandredactie de Israëlische vuurgevechtenleugen nooit aangepast. Wie vandaag het desbetreffende artikel uit 2022 opzoekt, leest in de inleiding letterlijk en zonder aanhalingstekens: “Journaliste Shireen Abu Akleh, een bekende verslaggeefster van de Arabische zender Al Jazeera, is vanochtend omgekomen tijdens vuurgevechten tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders op de Westelijke Jordaanoever.” Daarentegen staat het inmiddels vastgestelde feit dat er van een vuurgevecht geen sprake was maar Shireen Abu Akleh door een Israëlische militair gericht werd vermoord, nog steeds tussen aanhalingstekens: “Een flagrante moord.”
Het resultaat van de zogenaamd ‘neutrale’ journalistiek van Mark van Assen is dus journalistiek waarin een loopje wordt genomen met de feiten, dat allemaal om te voorkomen dat je partijdigheid wordt verweten. Ondertussen kunnen de ChatGPT's en Gemini’s van deze wereld zich nog steeds voeden met de vuurgevechtenleugen van de AD-buitenlandredactie.
Dat de beweringen van Israëlische regeringsfunctionarissen en pro-Israëlische belangenorganisaties in Nederland al snel voor wáár worden aangenomen, zagen we eveneens bij de aanvankelijk grootschalige desinformatie over de Maccabi-rellen, waarover inmiddels al genoeg is geschreven. Maar ook in de afgelopen weken zagen we zo’n bizar voorbeeld waarvan ik denk: leren ze het bij het AD en andere nieuwsorganisaties dan ook nooit?
Néé AD… de student uit Gaza jubelde níet over 7 oktober!
Op 27 september kopte het AD zonder aanhalingstekens: Student uit Gaza jubelt vanaf bank in Maastricht over bloedbad 7 oktober. Het AD en andere nieuwsorganisaties berichtten over het volgende zogenaamde nieuwsfeit: “De Universiteit van Maastricht heeft een student uit Gaza geschorst nadat die op sociale media sympathiseerde met geweld tegen Israël. Hij stak zijn duim op bij een tv-item over het bloedbad dat op 7 oktober 2023 door Hamas werd aangericht. Hij wees verder naar gemaskerde mannen en zei: This is me.”
Na onderzoek is inmiddels gebleken dat de betrokken student helemaal niet het Engelse ‘This is me’ zei, maar juist Arabisch sprak en mogelijk ‘tasheshni’ zei, wat zoiets betekent als ‘neem me mee naar buiten’. Hoewel het AD op 2 oktober nog wel beweerde dat er geen strafrechtelijk onderzoek naar de student uit Gaza komt omdat er geen sprake is van strafbare feiten, geeft het AD geen uitleg over wat er dan wel is gezegd, waardoor er nog steeds een ‘waar rook is, is vuur’-luchtje aan blijft kleven.
Niet verrassend is het uiteraard dat de leugen over de Palestijnse student in Maastricht uitgerekend door het CIDI de wereld in was geslingerd en dat talloze nieuwsmedia die leugen vervolgens klakkeloos overnamen. En dat terwijl onze nieuwsredacties toch zo langzamerhand zouden moeten weten dat het verspreiden van desinformatie zo ongeveer de core business van het CIDI is.
Hoe kan het toch dat de woorden van het CIDI en andere pro-Israëlische belangenclubs wél meteen worden geloofd, maar die van direct betrokken Palestijnen niet? Waar komt die bias bij Mark van Assen, zijn AD-redactie en andere nieuwsredacties toch vandaan?
Het mogelijke antwoord daarop vinden we misschien acht jaar geleden, toen NRC-journalist Tom-Jan Meeus de term ‘identiteitsjournalistiek’ introduceerde, een term waarmee een loyaliteitsconflict bij biculturele journalisten werd gesuggereerd; zij zouden geen neutrale en objectieve journalistiek kunnen bedrijven zodra het ging over mensen met eenzelfde biculturele achtergrond. Toenmalig Volkskrant-Ombudsman Jean-Pierre Geelen gooide daar nog een schepje bovenop door te beweren “dat je zelfs kunt betogen dat leden van een groep de minst geschikten zijn om verslag te doen van hun eigen wereld - tegenover hun kennis dreigt gebrek aan verwondering en nieuwsgierigheid van de buitenstaander.”
Wie wordt geacht ‘neutraal’ genoeg te zijn?
Ook vandaag worden niet-witte journalisten en ervaringsdeskundigen nog steeds met argwaan bekeken. Vandaar dat in Nederlandse talkshows zelden Palestijnse journalisten, opiniemakers en ervaringsdeskundigen worden uitgenodigd, maar daarentegen wél met grote regelmaat joods-Nederlandse journalisten, opiniemakers en ervaringsdeskundigen. Blijkbaar zijn Palestijnen in de beleving van veel mediaredacties niet neutraal genoeg, maar joodse Nederlanders wel.
Toen in april van dit jaar de Freedom of Speech Award voor de Committee to Protect Journalists in Middelburg werd uitgereikt aan de Palestijnse journalist en filmmaker Ashraf Mashharawi, was er - gezien de actualiteit - alle reden om de man in een van onze talkshows uit te nodigen. Uiteraard gebeurde dat niet. Wél nodigde de redactie van Eva in mei dit jaar de Amerikaanse journalist Clarissa Ward uit en kondigde haar aan met de leugen dat zij lange tijd de enige journalist in Gaza was. Bewust of onbewust wordt een witte Amerikaanse journalist blijkbaar geacht neutraal te zijn, daar waar een Palestijnse journalist wordt geacht vooringenomen te zijn. En lokale Palestijnse journalisten waren voor de Eva-redactie blijkbaar geen échte journalisten.
Eerder deze maand won de Zuid-Afrikaanse jurist en mensenrechtendeskundige Navi Pillay de Nobelprijs voor de Vrede. Sinds haar overwinning verbleef de jurist in Den Haag en werd ze vanuit de hofstad door talloze internationale nieuwsmedia geïnterviewd, waaronder Sky News, CNN en Al Jazeera. Niet in dat rijtje: Nederlandse nieuwsmedia. Durven Eva Jinek, Jeroen Pauw en collega-mediamakers het niet aan de diepgaande kennis van Navi Pillay over Israëls misdaden tegen het Palestijnse volk met de kijker te delen? Want wordt deze gelouterde jurist en mensenrechtendeskundige gezien haar voorzitterschap van de onderzoekscommissie naar de bezette Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, en Israël, beschouwd als niet ‘neutraal’ genoeg? Zijn ze bij de NPO misschien bang dat hun toekomst op het spel komt te staan nu radicaal rechts volgens de laatste peilingen al het ongekend grote aantal van rond de 50 zetels scoort?
Nu zal de oplettende lezer betogen dat Eva met enkele gesprekspartners onlangs uitgebreid inging op de Israëlische film NAZA. Maar ook hierbij is iets raars aan de hand. Want bij het bekijken van de film was ik persoonlijk minder onder de indruk dan ik van tevoren had verwacht. Waarom? Omdat bijna alles dat erin werd verteld al zeker meer dan een jaar bekend is. Ik zag in NAZA gewoonweg weinig nieuws. Maar waarom wordt NAZA dan opeens zo massaal door onze media opgepikt? Het antwoord daarop is eenvoudig: er wordt in onze talkshows en door veel andere nieuwsredacties pas geluisterd zodra Israëliërs het verhaal vertellen. Want hún verhalen zijn in de beleving van redacties als die van Eva betrouwbaar, die van Palestijnen niet.
“Our job is to be truthful, not neutral,” aldus Christiane Amanpour. Maar bij te veel van onze mediaredacties lijken vooringenomenheid over de ‘neutraliteit’ van witte versus de ‘subjectiviteit’ van zwarte mensen, in combinatie met de angst voor de alsmaar groeiende rechterkant van het politiek spectrum, een doorslaggevende rol te spelen in de redactionele keuzes.
Tot slot heb ik voor AD-buitenlandredacteur Mark van Assen nog het volgende advies: luister eens wat vaker naar je Marokkaanse collega’s.