Zaterdag trokken weer honderdduizenden Fransen de straat op om te protesteren tegen het regeringsbeleid. Alleen al in Parijs waren er, volgens de organisatie, een kwart miljoen mensen op de been, ondanks dat de autoriteiten de protestmars door de stad op het laatste moment verboden en verplaatsten naar het oosten van de stad.
In weerwil van wat veel commentatoren beweerden profiteert de extreemrechtse presidentskandidaat Marine Le Pen niet van het geweld dat vorig weekend uitbarstte in sommige Franse steden in de nasleep van de massale protesten van scholieren en vakbonden. Dat valt op te maken uit een nieuwe opiniepeiling die door het Franse enquêtebedrijf Ipsos-BVA is gemaakt in opdracht van de rechtse krant Le Parisien. Een andere enquête die direct na de rellen werd gehouden, wees daar ook al op. Een deel van de steun voor Le Pen, die volgens de peiling rond de 33 procent van de kiezers trekt, vloeit terug naar haar nog extremere concurrent Zemmour, een ultrarechtse clown die zo’n 4 procent van de kiezers trekt.
Daarentegen neemt de steun toe voor de uitgesproken linkse kandidaat Jean-Luc Mélenchon die door rechtse politici en media steevast -onterecht - wordt aangewezen als aanstichter van de rellen. Er werd door vooraanstaande politici zelfs geopperd dat zijn partij LFI, een zusterpartij van de Nederlandse SP, verboden moet worden. De door Ipsos ondervraagde kiezers zien dat totaal anders. Hij peilt bij Ipsos op 17 procent, in andere onderzoeken soms hoger.
De LFI-kandidaat lijkt te profiteren van de golf van studentenprotesten en de daaropvolgende sociale onrust sinds 17 oktober. "Veel commentatoren zaten er naast door te denken dat Jean-Luc Mélenchon een daling in zijn populariteit zou zien, die juist met twee procentpunten is gestegen. Hij heeft zich in ieder geval gekwalificeerd voor de tweede ronde", merkt Brice Teinturier (adjunct-directeur Ipsos-BVA) op. (…) "Hij heeft herhaaldelijk benadrukt dat hij naar de demonstranten moet luisteren, en dat is wat hem in staat stelt terrein te winnen. De echte demonstranten zijn door velen vergeten, maar niet door hem."
Het voordeel zou zich volgens deze enquête echter niet vertalen naar de tweede ronde waarin Mélenchon het volgens de meeste peilingen op moet zou moeten gaan nemen tegen Le Pen. Het is een scenario dat door velen gevreesd wordt omdat linkse kiezers wel bereid zijn over hun politieke voorkeur heen te stappen en een rechtse kandidaat te steunen om een overwinning van Le Pen te voorkomen. Rechtse kiezers daarentegen doen dat andersom niet. Zij lijken geen linkse kandidaat te steunen om de democratie te redden en blijven dan mogelijk liever thuis. Waarbij opgemerkt moet worden dat de ontwikkelingen tussen de eerste en tweede ronde zich nauwelijks door peilingen laten voorspellen. Overigens toont de enquête een forse toename in interesse voor de politiek. Slechts 5 procent is niet geïnteresseerd en meer dan de helft (55 procent) is zelfs zeer geïnteresseerd.
Een andere kandidaat waarvoor de steun toeneemt is de centrum-linkse Raphaël Glucksmann, een mediagenieke europarlementariër die kandidaat is namens de sociaal-democraten en enkele andere linkse partijen. Hij stelt zich op tegen Mélenchon, vertoont zich niet bij de protesten en staat nu op de derde plaats in de eerste ronde. Het is nog de vraag of Les Écologistes, de groene partij, zich uiteindelijk achter hem of toch achter Mélenchon schaart. Glucksmann die net als Mélenchon wel een uitgesproken antifascistische campagne voert, wordt door velen als te centristisch dan wel elitair beschouwd.
“De Fransen willen verandering. En die wens wordt alleen maar sterker. Tussen de 550.000 en 800.000 mensen demonstreerden zaterdag 17 oktober in heel Frankrijk. 54% van de Fransen (tegenover 43% drie jaar geleden) vindt dat de samenleving "fundamenteel veranderd" moet worden. En zelfs 26% (tegenover 16%) vindt dat ze "radicaal getransformeerd" moet worden, volgens de zeer recente verkiezingsenquête van Ipsos-BVA onder een grote steekproef van 13.000 mensen,” constateert essayist Denis Pingaud in Libération.
Ondertussen stijgt op de rechterflank David Lisnard, de conservatieve en extreme ‘anti-woke’ burgemeester van Cannes die gepusht wordt door het machtige media-imperium van miljardair Vincent Bolloré en een uitgekiende sociale media-campagne voert. Hij zou de zogeheten dark horse van uiterst rechts moeten worden. Lisnard voert campagne met de hashtag #ilsepassequelquechose (er gebeurt iets) waarmee gesuggereerd wordt dat hij bezig is met een miraculeuze opmars.
"Er zit een algoritmische logica achter 'Er gebeurt iets', en die wordt enorm versterkt door zijn teams", analyseert Pascal Lardellier, hoogleraar aan de Universiteit van Bourgondië-Europa en specialist in politieke communicatie. Volgens hem is de kandidaat erin geslaagd de zin "op de algoritmische, digitale en media-agenda" te zetten; een doelstelling die alle kandidaten delen, die "proberen een slogan te lanceren die Obama's 'Yes we can' of Trumps 'MAGA' zal worden, en daarom testen uitvoeren met hun communicatieteams", legt hij uit.
Verliezers in de peiling van Le Parisien zijn alle kandidaten die geassocieerd worden met Macron en de huidige regering.
“Volgens de Fransen heeft de regering slechte beslissingen genomen. Daardoor worden Édouard Philippe en Gabriel Attal, die tot de machthebbers behoren, zwaar gestraft. Deze trend zet voor hen nu sneller door", merkt Brice Teinturier op.
De eerste ronde van de verkiezingen vindt plaats op 18 april. De tweede op 2 mei.