In Frankrijk wijzen de regering en andere rechtse politici naar Jean-Luc Mélenchon als de aanstichter van het geweld van afgelopen weekend. De leider van de linkse partij LFI (zusterpartij van de Nederlandse SP) is ook kandidaat voor de presidentsverkiezingen die over een half jaar worden gehouden. In de peilingen staat hij op de tweede plaats, na de extreemrechtse Marine Le Pen. Mélenchon en zijn partij worden wel radicaal- of hard-links genoemd omdat ze niet uit zijn op compromissen en principieel stelling nemen. Ze veroordelen het geweld dat de afgelopen dagen gebruikt is maar stellen dat de achterliggende oorzaken en problemen belangrijker zijn.
Mélenchon staat ook op het standpunt dat het harde politieoptreden een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de uitbarsting. De oproerpolitie past een zeer omstreden tactiek toe die bekend staat als nasse en volgens de Conseil d'État, het hoogste Franse adviesorgaan vergelijkbaar met de Raad van State, verboden zou moeten worden. Ook zaterdag werd de tactiek toegepast. Vanwege de door de politie gesignaleerde aanwezigheid van verdachte personen op Place de la République werd het hele plein eerst afgesloten en daarna alle aanwezigen, waaronder een orkest en kinderen, bestookt met traangas. Mélenchon sprak daar schande van.
De Franse krant Le Monde legt in onderstaande video uit hoe de tactiek werkt.
De politie maakt daarbij gebruik van granaten die op de menigte worden afgevuurd en forse verwondingen kunnen veroorzaken, wijst onderzoek van Le Monde uit:
Ook The Guardian constateert dat de Franse politie een hoeveelheid geweld gebruikt die in veel andere Europese landen niet voorstelbaar is. De krant wijst er op dat de Franse politie niet ten dienste van de samenleving staat maar er in de eerste plaats is om de staat te beschermen.
Dat betekent dat protesten, blokkades en grootschalige wanorde niet slechts maatschappelijke overlast vormen, maar een directe uitdaging vormen voor het gezag van de republiek. De prioriteit van de politie is het heroveren van de straat, niet het voeren van onderhandelingen. Dit verklaart de agressieve tactieken, zoals het systematisch omsingelen en insluiten van menigten, evenals het aanhoudende gebruik van 'tussenliggende' of minder dodelijke wapens – middelen die elders in Europa vaak verboden zijn of aan strenge beperkingen onderhevig zijn. (...) Gegevens van organisaties die conflicten monitoren, zoals ACLED, laten consequent zien dat Frankrijk – wellicht verrassend genoeg – niet altijd het hoogste aantal demonstraties in West-Europa kent (Duitsland en Italië strijden eveneens om die titel). Het laat echter wel zien dat in Frankrijk steevast de hoogste cijfers worden opgetekend voor grootschalige, hevige onlusten – denk aan barricades op straat, wijdverspreid vandalisme en plunderingen, brandstichtingen en directe confrontaties tussen demonstranten en de politie. De wijze waarop Frankrijk optreedt bij het handhaven van de openbare orde en het beheersen van menigten, stuit al decennialang op kritiek van internationale mensenrechtenorganisaties en maatschappelijke groeperingen, waaronder Amnesty International, Human Rights Watch en de Raad van Europa.
Bij het Franse establishment wil het er niet in dat die aanpak verkeerd is en overleg beter werkt. In plaats daarvan krijgt links en dan met name LFI de schuld.
Botsingen met de politie, plunderingen, vandalisme… Bijna alles wat er op straat gebeurt, wordt toegeschreven aan de beweging van Mélenchon, die gemakshalve wordt samengevoegd met een “ultralinkse” stroming waarmee ze weinig gemeen heeft. Vanaf het allereerste begin van de protesten van middelbare scholieren, waarvan hij de omvang pas later besefte, richtte de premier zich op de “onverantwoordelijke escalatie” van La France Insoumise (LFI) en beschuldigde hen ervan de vlammen aan te wakkeren door naar de blokkades te gaan om bij de jongeren te zijn.
Dat begon zaterdag al meteen toen leden van regerende partijen de LFI als schuldige aanwezen. De komende presidentsverkiezingen spelen daarbij zeker mee.
De wens om de verantwoordelijkheid te ontlopen en de kern van het probleem te vermijden, leidde onmiddellijk tot een soort duel tussen de uitvoerende macht en de radicaal-linkse partij, die zich daardoor in het middelpunt van de kritiek bevond, omdat ze in verband werd gebracht met de “chaos” op straat. “De politieke verantwoordelijkheid van LFI voor dit geweld is aanzienlijk”, verklaarde bijvoorbeeld Édouard Philippe, die volgens peilingen met Jean-Luc Mélenchon strijdt om een plaats in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. “We hebben een partij die gefascineerd is door geweld, die oproept tot opstand en zelfs probeert een opstand te organiseren”, voegde Bruno Retailleau eraan toe, wiens kandidatuur voor het hoogste ambt moeite heeft om steun te krijgen. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken riep zelfs op tot de “ontbinding” van La France Insoumise. Dit idee werd dinsdag 20 oktober in Le Figaro geopperd door Gérard Larcher, voorzitter van de Senaat en daarmee de op één na hoogste functionaris van het land.
De Franse onderzoekssite Mediapart onthulde dat politie- en inlcihtingendiensten zelfs opdracht krijgen LFI als schuldige aan te wijzen ook al bestaat daar geen enkel bewijs voor. "Wanneer ons expliciet wordt opgedragen te schrijven dat LFI achter de beweging zit, terwijl dit objectief gezien onjuist is volgens de algemene consensus binnen de territoriale inlichtingendiensten, dan nemen we natuurlijk politieke beslissingen", klaagt bijvoorbeeld een commissaris van de territoriale inlichtingendienst (RT) in een gesprek met de onderzoekswebsite.
LFI steekt niet onder stoelen of banken dat er een opstand moet komen en Frankrijk een radicale omwentelling moet maken. Maar dat moet wel via de stembus gebeuren. Van het steunen van geweld is geen sprake al heeft een enkele LFI-politicus wel gesteld niet verbaasd te zijn over de uitbarstingen, gezien de omvang van de problemen. Een op de 10 Fransen zegt maaltijden over te slaan wegens geldgebrek. Onder jongeren is dat zelfs 25 procent.
Trouw aan de mantra van radicaal-links dat "alles wat beweegt rood is", verwelkomen de leden van La France Insoumise (LFI) automatisch elk volksprotest, waarvan de oorzaak veel belangrijker wordt geacht dan de mogelijke gevolgen van de uiting ervan op straat. Daarom weigerden LFI-bestuursleden op te roepen tot kalmte tijdens het stadsgeweld na de dood van de jonge Nahel, omdat het doel van de opstand voorrang heeft: in dit geval politiegeweld. In 2023 legde een van de architecten van het LFI-model aan HuffPost uit dat "opstand geen vies woord is" binnen de partij van Mélenchon.
Het rechtse vingerwijzen heeft volgens een eerste peiling nog geen effect. Sterker nog, ongeacht de vele commentaren is er geen sprake van grote veranderingen in politieke voorkeur, zo blijkt uit een eerste peiling na de rellen.
De positie van Mélenchon blijft vergelijkbaar met hoe die vóór zaterdag was, ondanks pogingen van de regering en zijn tegenstanders om hem in verband te brengen met de onlusten. Uit de peiling van Ifop Fiducial blijkt dat hij – in de verschillende getoetste scenario’s – óf alleen op de tweede plaats staat, óf die plek deelt met anderen. Zijn voorsprong op zijn naaste rivalen – de centrumrechtse oud-premier Edouard Philippe en het centrumlinkse Europarlementslid Raphaël Glucksmann – valt in sommige gevallen echter binnen de foutmarge. "De eerste signalen die we uit het veld krijgen – ook uit gebieden waar we niet erg geliefd zijn – wijzen erop dat de tactiek om ons overal de schuld van te geven niet werkt", aldus een hooggeplaatste medewerker van de campagne van Mélenchon, die anoniem wenste te blijven om over interne analyses van de campagne te kunnen spreken.
Ook Mélenchons belangrijkste rivaal ter linker zijde, Raphaël Glucksmann, kandidaat namens de sociaal-democraten en fel tegenstander van Mélenchon, heeft zich genuanceerd uitgelaten. Hij wees er onder meer op dat de verontwaardiging over het geweld de aandacht voor de achterliggende problemen niet mag verdringen.