
Afgelopen week deelde het Economisch Instituut voor de Bouw een statistisch cadeautje uit aan rechtse politici. Zestig procent van de extra vraag naar woningen tussen 2015 en 2024 hing samen met migratie. Campagnevoer van de bovenste plank. Grens dicht!
Links gaat nu zeggen dat het ingewikkelder ligt, en dat klopt ook, maar nuance is weinig overtuigend voor wie al zes jaar Funda ververst. Er valt iets beters te zeggen: aan de woningnood wordt verdiend. Die mensen wordt de hand boven het hoofd gehouden, en hebben er baat bij dat jij naar de migrant blijft kijken.
Welnu, eerst die zestig procent, want wie dat wegwuift is het gesprek kwijt. De statistiek klopt vast. Maar deze gaat over de woningvraag, en laat het aanbod buiten beeld. Als brood duurder wordt, gaan bakkers meer broden bakken. De ellenlange woningcrisis leverde echter een schamel aantal woningen op.
Daar is een aantal saaie verklaringen voor: te weinig vakmensen, stikstof, netcongestie, bezwaarprocedures van omwonenden, enzovoorts. Allemaal waar. Alleen verklaren ze niet waarom het beleid niet-bouwen stimuleert.
Verdienen zonder iets te doen
De politiek liet de woningmarkt namelijk aan de markt over. In 2010 verdween het ministerie van Volkshuisvesting, wat de SER later een misrekening noemde (de huizen bleken zichzelf niet te bouwen, verdikkie). Sindsdien bepaalt de grondeigenaar wanneer er gebouwd wordt. Een bouwplicht bestaat namelijk niet: een bestemmingsplan zegt wat er op de grond mag, niet wat er moet. De grond stijgt ondertussen in waarde, en afwachten kost eigenaren geen cent. De kalender doet het zware werk voor ze. De politiek laat passief bezit dus lonen. Drie voorbeelden.
Neem de grond. Als de gemeente besluit dat er op een weiland gebouwd mag worden, dan wordt dat stuk land in één klap meer waard. Twee DNB-economen berekenden dat het in 2024 ging om ongeveer 1,4 miljoen euro per hectare. Landelijk een slordige acht miljard per jaar. Met dat geld wordt niets gedaan: het belandt in de huizenprijs. De Kamer wilde twee jaar geleden een deel van de waardesprong afromen om meer betaalbare woningen te kunnen bouwen, maar de minister legde het wetsvoorstel in de la.
Het tweede voorbeeld kost de schatkist negen miljard per jaar: de hypotheekrenteaftrek, ingevoerd om kopen betaalbaar te houden. Leuk bedacht, maar volgens het CPB deed het de prijzen vooral stijgen. Hoe kan dat? Als twintig woningzoekenden allemaal iets meer kunnen bieden, maar er geen huizen bijgebouwd worden, dan gaat die korting rechtstreeks in het bod, waarop de verkopers dus meer kunnen vragen.
En dan staat er ook nog van alles leeg in Nederland. Het CBS telt bijna achttien miljoen vierkante meter aan kantoren, winkels en kerken waar niemand zit. De Rijksbouwmeester rekende uit dat in die panden ten minste plek is voor tweehonderdduizend woningen. Maar: die panden stijgen momenteel sterk in waarde, en de leegstandsheffing geldt wel voor woningen en niet voor kantoren en winkels. Die eigenaren hebben dus weinig haast om morgen een aannemer te bellen.
Nu kun je denken: Den Haag doet toch wat? Volgend jaar komen er bijvoorbeeld naar verwachting bijna honderdduizend woningen bij, voor het eerst sinds de jaren negentig. En de verhuurderheffing, de belasting die corporaties jarenlang miljarden kostte die ze niet aan bouwen konden besteden, is afgeschaft. Maar dat kost de schatkist 1,7 miljard per jaar. Maatregelen lijken altijd heel makkelijk als ze alleen de gewone Nederlander in de portemonnee raken.
Goed, terug naar het cijfer van het EIB, want daar begonnen we mee. Zelfs als je alleen naar de vraagkant kijkt en morgen de grens sluit, ben je er niet: volgens hetzelfde instituut valt de migratievraag na 2030 grotendeels weg. En dan ontbreken er nog steeds bijna 400.000 woningen.
Waarom het rechtse verhaal wint
Opvallend dus dat het rechtse verhaal wel werkt. Ipsos I&O vroeg kiezers in aanloop naar de verkiezingen van 2025 waarom ze op hun partij stemden. PVV-kiezers antwoorden vaker dan gemiddeld dat de partij opkwam voor mensen zoals zij. Dat strookt met wat sociaal psycholoog Michael Hogg betoogde: wie onzeker is, zoekt een groep met heldere, scherpe grenzen en een leider die hardop zegt wie erbij hoort.
En precies dat levert het rechtse verhaal. De groep heet De Nederlander en de grens ligt ergens bij Ter Apel. Het verhaal is simpel en schetst een thuishaven, en daar mist links de boot: een planbatenheffing vertelt niemand wie hij is. "Zij pakken jouw huis af" wel. Daar zit een ‘wij’ in, en een ‘zij’: de migrant.
Een schuldige aanwijzen doet het dus goed in stormachtige tijden. Maar, en dit is heel belangrijk, links heeft ook een ‘zij’: de politici. De VVD hield de hypotheekrenteaftrek in de formatie overeind en D66 en CDA lieten dat gebeuren. De minister van Volkshuisvesting schreef het wetsvoorstel voor de grondheffing nooit. En de leegstandsheffing laat allerlei panden met rust. Noem die lui nou eens.
Links durft dat niet goed, en dat is te begrijpen: veel linkse kiezers hebben een koophuis dat elk jaar meer waard wordt. Maar die winst zit in de muren: wie blijft wonen heeft er niets aan, wie verkoopt koopt even duur terug. Hetzelfde geldt bij een waardevermindering: het volgende huis zal ook goedkoper zijn. En dat biedt bovendien kansen voor de kinderen.
Op 11 november debatteert de Tweede Kamer over grondbeleid, daar ligt een kans. Een oproep aan alle linkse politici, begin daar met een vraag. Wie wordt er beter van acht miljard aan onbelaste grondwinst, van negen miljard aan hypotheekrenteaftrek en van elk kantoor dat leeg blijft staan?
Zolang je die vragen niet stelt, blijft het gaan zoals nu. Rechts wijst sluw naar beneden, naar de rij voor de sociale huur. Links komt met ingewikkelde maatregelen en wijst naar niemand. Terwijl één zin volstaat: de politiek beschermt wie grond en panden bezit, en daarom vinden Nederlanders geen huis. Wijs ze aan.
Een bewerkte versie van deze bijdrage verscheen eerder in Trouw