Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Krimp de geitenhouderij in en red onze gezondheid en natuur

Gisteren
leestijd 3 minuten
852 keer bekeken
ANP-519332246

Door: Anne Hanssen en Arabella Burgers

Begin deze maand kwamen bij een stalbrand in Epe ruim duizend geiten om. Het is een incident, maar geen uitzondering. De Nederlandse geitenhouderij is de afgelopen decennia uitgegroeid tot een van de snelst groeiende sectoren binnen de veehouderij en dat heeft gevolgen die niet in verhouding staan tot het doel.

Nederland produceert geitenmelk niet in de eerste plaats voor zichzelf. Volgens sectorcijfers wordt het overgrote deel van de Nederlandse geitenzuivel geëxporteerd, onder meer naar landen als China, Duitsland en Frankrijk. Nederlandse consumenten vormen naar schatting slechts 20% van de afzetmarkt. Dat betekent dat de baten grotendeels elders landen, terwijl de lasten hier blijven. En die lasten zijn aanzienlijk.

Uit het meest recente onderzoek van het RIVM blijkt (voor de zoveelste keer) dat mensen die in de buurt van grootschalige geitenhouderijen wonen een verhoogde kans hebben op longontstekingen. Met name rond gebieden met een hoge dichtheid aan geitenhouderijen. Meerdere provincies hebben daarom sinds 2017 een (tijdelijke) bouwstop voor nieuwe geitenhouderijen ingesteld, juist vanwege gezondheids- en milieuzorgen. 

Volgens berekeningen van Wageningen University & Research veroorzaakt een melkgeit gemiddeld enkele kilo’s ammoniak per jaar. Stikstofuitstoot heeft meerdere consequenties voor Nederland: natuurherstel stagneert, vergunningverlening loopt vast en woningbouwprojecten worden vertraagd of geblokkeerd. Desondanks groeit de sector maar door, onder meer via eerder verleende vergunningen. Het aantal geiten is in Nederland sinds 2000 bijna vervijfvoudigd tot ruim 600.000 dieren, terwijl het aantal bedrijven afneemt. Het is juist deze grootschalige industriële sector die voor de problemen zorgt.

Wanneer we de geitenhouderij zouden reduceren tot 20% en hierbij voorrang geven aan kleinschalige biologische bedrijven, hebben we precies het percentage geitenproducten voor de Nederlandse markt. En met het verdwijnen van 80% van de geiten besparen we ruwweg 2 miljoen kilo ammoniakuitstoot per jaar, dat weer stikstofruimte geeft voor de bouw van tienduizenden woningen. 

Volgens het CBS werkt ongeveer 1% van de Nederlandse beroepsbevolking in de landbouw, bosbouw en visserij, zo’n 110.000 tot 120.000 mensen. Het aandeel mensen dat daadwerkelijk een agrarisch bedrijf bezit, ligt nog lager. Ongeveer 50.000 boerenbedrijven gebruiken 54% van de Nederlandse grond, terwijl voor woningbouw slechts 13% van het landoppervlak beschikbaar is.

Een zeer klein deel van de bevolking verdient (goed) aan de gangbare veehouderij, terwijl de ruimtelijke, ecologische en gezondheidsimpact het hele land raakt. Juist binnen die kleine sector is de geitenhouderij een opvallende uitschieter. Waar andere delen van de veehouderij onder druk staan of krimpen, blijft de geitenhouderij groeien. De reden voor deze sterke toename is simpel: er valt veel geld te verdienen met de productie van geitenmelk, voor de veehouder én de veevoederfabrikant. Wat de geitensector bovendien onderscheidt, is dat zij relatief weinig regelgeving kent. Zo bestaan er voor geiten geen productierechten zoals in de melkveehouderij en ontbreekt specifieke Europese welzijnswetgeving zoals die er wel is voor bijvoorbeeld varkens en pluimvee. Dat betekent niet dat er géén regels zijn, maar wel dat de sector opereert binnen een ruimer juridisch kader.

Geiten zijn intelligente, nieuwsgierige, ondernemende en sociale dieren met een sterke behoefte aan beweging. In de industriële geitenhouderij worden melkgeiten vaak gehouden in groepen van duizenden dieren, in een te krappe ruimte en zonder buitenuitloop of klimmogelijkheden. Dat botst met hun natuurlijke gedrag. Volgens de wet moeten dieren hun fysiologische en gedragsbehoeften kunnen uiten, maar de gangbare geitenhouderij staat daarmee op gespannen voet. 

Net als bij koeien is zwangerschap nodig voor melkproductie en vormen de lammeren een zogenaamd ‘restproduct’. Ze worden meteen na de geboorte bij de moeder weggehaald. Vrouwelijke lammeren (sikjes) vervangen deels de kudde. De hoorntjes van deze dieren worden weggebrand, wat kan leiden tot hevige pijn en complicaties. De overige sikjes en de bokjes hebben economisch nauwelijks waarde en worden vaak verwaarloosd en op jonge leeftijd afgevoerd. De sterfte onder deze ‘waardeloze’ lammetjes is hoog. 

Omwonenden dragen gezondheidsrisico’s. De samenleving draagt de toegenomen gezondheidskosten en draait op voor vervuilde bodem, water en lucht, afgenomen biodiversiteit en vastgelopen woningbouw. En de dieren betalen de prijs in een systeem dat primair gericht is op maximale verdiensten voor slechts enkelen.

De vraag is niet of verandering nodig is. De vraag is hoeveel schade we nog accepteren voordat we die verandering daadwerkelijk doorvoeren.

Anne Hanssen en Arabella Burgers
Dierenartsen en Bestuursleden Vrede voor Dieren

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor