
Ergens schijt er nu een eend z’n reeds vervuilde vijver helemaal vol, maar goed dat mag wel met zo’n titel. Eigenlijk is het gewoon clickbait. Ik dacht er nog aan om daaromheen te draaien voor ik het zou toegeven, maar ik doe het maar gelijk. Velen lezen toch al niet voorbij de kop dus waarom zou ik jullie langer aan het lijntje houden dan nodig?
Afijn. “Radicale linkse politiek”. Klinkt ook wel spannend, maar eigenlijk valt het wel mee. Het is vooral terugvallen op het soort linkse politiek van ‘vroeger’. Een politiek van vergezichten, van hoop en van vooruitgang. Zelf ben ik ervan overtuigd dat daarin de redding van links ligt, dat het gebrek aan hoopvolle vergezichten vanuit de politiek ertoe leidt dat we alleen maar bezig zijn met het ‘nu’, de ‘fopheffen van de week’, in plaats van met de problemen die we aan zien (of reeds zagen) komen. Een politiek die ons vertelt: “Morgen wordt alles beter, en daarom zetten we vandaag onze schouders eronder.”
Ik denk ook dat waar mensen de politiek wantrouwen en zeggen een “stabiele” politiek te willen, ze eigenlijk een politiek willen die werkt aan vergezichten. Niet een kabinet dat het eens 4 jaar weet vol te houden.
Al jaren iedere week, of dag, een nieuwe crisis
Ik kamp al heel lang met periodes van depressie, waaraan ik hard werk om ervan af te komen, dus ik weet al lang hoe het voelt om in een soort constante crisis te leven. Het is vermoeiend, slopend. In deze tijden, waarin er altijd wel een nieuwe landelijke crisis is, snap ik dus heel goed waarom heel veel mensen zich zo hopeloos kunnen voelen. Zo moe. Want jaar na jaar, maand na maand, week na week en inmiddels dag na dag, volgen crises elkaar op.
De kredietcrisis, de schuldencrises in Europa, de ‘migratiecrisis’, de oorlogen in het Midden-Oosten, de dreiging van terreur, de klimaatcrisis, de oorlog in Oekraïne sinds 2014, de huizencrisis, de stikstofcrisis, het toeslagenschandaal, de torenhoge inflatie, Amerika en Trumpisme, het toenemende rechtsextremistische geweld in Nederland en de wereld, de crisis in het vertrouwen in de Nederlandse politiek, de constante kabinetscrisis van het kabinet-Schoof, de crisis in de (ouderen)zorg, de coronacrisis (die voor velen nog steeds gaande is) en nog veel meer crises die ik nu niet zo snel kan bedenken en waarover ik alleen maar beschaamd kan zijn als jullie ze aankaarten in reacties, en dan heb ik alleen de crises gepakt sinds 2008.
Het zijn er gewoon te veel, niet alleen voor mij, maar ook voor jullie.
Zoveel verschillende crises in nog geen 20 jaar. Er worden mensen volwassen dit jaar die al die chaos hebben meegemaakt sinds de kredietcrisis en niets anders kennen dan nieuws gevuld met crises. Ik snap wel dat het pessimisme over de toekomst toeneemt onder de jongeren. Het is gewoon te veel. Voor iedereen. En laten we eerlijk zijn, hebben we echt leiders met een voorbeeldrol in Nederland, waarnaar je kan kijken en zegt: “Diegene vertelt mij over een hoopvolle toekomst. Iets waar ik aan vast kan houden en naar toe wil werken”? Ik zou, eerlijk, geen namen kunnen noemen. Ik hoor niet een verhaal over hoe veel beter mijn leven zou zijn over 5 jaar, laat staan 10 of 20 jaar. Men houdt mij geen perspectief voor waardoor ik denk: “Met dat perspectief wil ik wel aan kinderen beginnen.”
De dood van hoop
Maar het is al langer lastig om te kijken naar een hoopvolle toekomst. Misschien komt dat door de harde klap van 9/11 en de nasleep daarvan, misschien heeft het te maken met de individualisering van de maatschappij door het geloof in het neoliberalisme te omarmen en af te stappen van het sociaaldemocratische denken. Ik weet het niet. Maar wat voor mij wel duidelijk is geworden, door de mensen om mij heen die steeds minder denken dat het wel goed zal komen in de toekomst (of het nou gaat over klimaat, de levenskostencrisis, het opkomende fascisme, of een andere crisis). Ik zie het ook in de media.
Neem bijvoorbeeld mijn favoriete serie(s), Star Trek. Star Trek hield ons altijd voor dat wij als mens wel zullen toewerken naar een utopische toekomst, dat wij naar elkaar om zullen blijven kijken en uiteindelijk alle ‘mooie waarden’ die we hebben zullen verdedigen en dat we alles overwinnen, vaak juist vreedzaam, met begrip naar anderen en wetenschappelijke kennis. Met het herstarten van de series was dat deel van het verhaal vaak weg. Problemen werden opgelost met macht en geweld, het was vaak duister. En zo zijn er nog veel meer series die tegenwoordig meer inspelen op onze angsten, uitgaan van het ergste en waar hoop vaak als kinderachtig of naïef wordt gezien.
En dat speelt vaak in de maatschappij. Idealisten en hoopvollen worden vaak weggezet als naïef. Als iemand zegt: “ik heb hoop dat het goedkomt.” Wordt het vaak beantwoord met: “ik zou daar maar niet van uitgaan, dat bespaart je veel verdriet.”, “Laten we het probleem aanpakken” wordt beantwoord met “het mag niet te veel kosten”, “laten we die mensen helpen” met “maar hoe zit het met onze eigen mensen, of die andere groep?”. Keer op keer als iemand wil handelen naar een hoop voor verbetering, wordt dat weggedrukt. En zo wordt hoop iedere keer gedood. Het is zelfs zo erg dat er een SIRE-campagne is om hoopvoller te zijn.
Pessimisme en nihilisme als middel van onderdrukking
Misschien komt nu ook wel dat ‘radicale’ wat meer naar voren, iets waar ik vanuit een andere hoek dan de linkse ervaring mee heb, want ik zie ‘reden’ achter het pessimisme en nihilisme wat naar ieder vonkje van hoop wordt gegooid om het te doven voor hoop echt kan ontbranden. En die reden is voor iemand die zich tegenwoordig ziet als socialist (ja, échte sociaaldemocraten zijn socialisten) natuurlijk het kapitalisme. Met name de superrijken. Superrijken die hun bedrijven constant uitbreiden als een soort moderne imperialistische rijken. Die andere bedrijven, vooral de kleinere, keihard wegdrukken van de ‘markt’ en overkopen. Superrijken die nu hetzelfde doen met politiek en politici. Die zelfs in Nederland tonnen stoppen in campagnes van politieke partijen zoals de VVD, CDA en D66 in 2023 en in 2025.
De rijken, die middels hun megacorporaties, hun internationale machtsconglomeraten, zoveel invloed kunnen uitoefenen over de media, doordat één bedrijf de controle heeft over bijna alle mediakanalen. In Nederland is dat bijvoorbeeld DPG, die meer dan 60 verschillende mediadiensten in Nederland bezit. Van de Volkskrant en RTL, tot de Donald Duck en Tweakers. Kunnen we echt zeggen dat er geen invloed is vanuit het moederbedrijf naar de onderliggende mediadiensten?
Zo ook de infame techbedrijven zoals Microsoft en Amazon, die ongekend veel invloed hebben en druk kunnen uitoefenen op ons. Maar ook de fossiele bedrijven, die niet gebaat zijn bij het afschalen van de fossiele industrie. Of de huisjesmelkers die dag in, dag uit, vanaf hun luie reet met ons geld aan het lobbyen zijn zodat ze nog rijker kunnen worden. Allen gebruiken ze hun geld, hun macht, om hoop op wat voor manier dan ook de kop in te drukken. Om ons het idee uit het hoofd te praten dat de toekomst beter kan zijn dan we nu hebben. Om ons maar gewoon op het hier en nu te laten richten.
Het is namelijk makkelijker voor deze superrijken, de kapitalisten, om geld te verdienen aan ons als we mak blijven. Als we gewoon blijven doen wat we blijven doen, zonder dat we denken aan vooruitgang, laat staan als we daar ook echt aan proberen te werken. Hen boeit het niet wat er met de wereld gebeurt, hun rijkdom is zo groot dat ze zich er geen zorgen over hoeven te maken. Het is ook waarom het individualisme zo wordt gepromoot. Doordat we alleen maar bezig zijn met onszelf, met zelfverbetering en een toekomst voor onszelf, zullen we niet bezig zijn met elkaar helpen hogerop te komen. Zullen we zelf minder snel slagen. Want het individu kunnen zij makkelijk de kop indrukken.
Hoop
Zoals ik al zei wordt hoop tegengewerkt. Maar wat is hoop zelf? Hopen is iets actiefs, iets wat je doet. “Hoop is strijd”, zei Jan Pronk in zijn podcast bij de Correspondent. Hopen is niet iets wat je kan doen door stil te liggen in bed. Jezelf voorhouden dat het beter wordt als je maar blijft liggen, zal helaas geen vruchten afwerpen. Ik kan mij namelijk voorstellen dat velen in deze crisismaatschappij niets liever willen doen dan in bed kruipen en dat alle problemen op magische wijze verdwijnen.
Om te hopen moet jij je ook kunnen openstellen voor het onbekende, voor hoe de toekomst altijd verandert, hoe niet alles is gebonden aan logische gevolgen. Zo veel is niet te voorspellen. Wat vandaag allemaal gebeurt hoeft niet te leiden tot een morgen die al vaststaat. Zo veel staat nog niet vast, zo veel is te beïnvloeden, wat men ook zegt. Door via hoop open te staan kan je ook accepteren dat we allemaal nieuwe innovaties kunnen doen, ontdekkingen maken, die wat we nu zien als onmogelijk mogelijk maken. Een onmogelijkheid, omdat we nu niet beter weten, moet dan ook niet in de weg staan van een toekomst waar we naar hopen.
Want hopen is ook een doel, een perspectief om naar te leven. Een paradijs waar we naar streven dat we nu niet precies hoeven vorm te geven. Sterker nog, een doel stellen aan een hoop werkt averechts, want als dat doel is bereikt, waar hopen we dan nog voor? En hoe zit het met alle problemen die nog opgelost moeten worden? Nee, hoop is niet een specifiek, tastbaar doel. Dat is wensen. Hopen is creatief, altijd in de toekomst, nieuw en flexibel.
Hopen is ook niet iets van het individu, maar juist van het collectief. Hopen is niet als een vlammetje, maar als een vuur waar we allemaal omheen kunnen zitten. Hopen is delen met elkaar waar we als samenleving naartoe zullen leven, het geeft ons een doel. Iets wat we ons nu misschien helemaal niet kunnen voorstellen.
De wederopstanding van hoop
Wat we nu nodig hebben als maatschappij, althans naar mijn mening, is dus ook weer de terugkeer van hoop. Van een maatschappelijke grootheidswaanzin, dat we onszelf voorhouden dat we leven naar een toekomst waarin we allemaal in het paradijs leven. Waarin we alle problemen waar we mee kampen, de huidige of de problemen die in de toekomst zullen opdoemen, hebben opgelost. Waar we niemand achter laten.
Dit vergt moed, want we zullen geen idee hebben wat de resultaten zijn op korte termijn. We zullen bestaande systemen helemaal moeten gaan vervangen, nieuwe systemen moeten bedenken. Moeten experimenteren en durven fouten te maken en te leren. Dat we de gemaakte fouten ook kunnen vergeven, zeker die gemaakt met de beste bedoelingen.
En dat is de boodschap die ik wil meegeven aan de linkse politiek.
We zullen het moeten hebben over hoe we ons land zien over 10, 20 of 30 jaar. Niet door te komen met grafiekjes en percentages die volgen uit doorberekeningen van verkiezingsprogramma’s die nooit zullen worden uitgevoerd. Niet door het onmogelijke te beloven dat de problemen van vandaag volgend jaar bij een nieuw kabinet opgelost zullen worden. Maar door te komen met een verhaal wat wij zien als een beter leven.
Vertel de mensen niet dat ze er meer kansen, twee stuivers en een procent meer hartcapaciteit op nahouden bij het volgende kabinet. Vertel de mensen dat we werken aan een maatschappij waar iedereen een huis heeft. Iedereen een volle buik. Iedereen naar school mag. Iedereen erop kan rekenen dat er voor ze wordt gezorgd als dat nodig is. Dat iedereen er samen aan wil werken, en dat ook doet wanneer dat kan. En wees ook eerlijk: volgend jaar is het niet zo ver.
Maar wie weet, wie weet word je op een dag wakker in jouw bed. In jouw droomhuis. Doe je de gordijnen open die je altijd al wilde, kijk je naar buiten en zie je daar een paradijs in wording.
En ik hoop daarop. Ik werk daarvoor.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.