
Ik schrik altijd weer even als ik onderzoeksresultaten lees over hoe verschillend mannen en vrouwen beoordeeld worden. Ja, ik wist het al: dat assertief gedrag van een vrouw als agressiever wordt beoordeeld dan van een man. Dat we een man moedig en doortastend noemen, maar een vrouw die hetzelfde doet hysterisch of pushy. En dat een man die zijn kwaliteiten onderstreept en een hoog startsalaris vraagt, niet zo snel als arrogant en gehaaid wordt ervaren als een vrouw. Dat vrouwen het nooit goed kunnen doen, want als ze zich terughoudend opstellen zijn ze weer niet stevig genoeg.
Ik wist het, maar ergens denk ik steeds dat het zo onderhand wel minder is geworden. Helaas. Het blijkt telkens weer, bijvoorbeeld uit onderzoek naar beoordelingen van onderzoeksaanvragen en naar investeringen in startende ondernemingen.* Een vrouw mag niet te veel zelfvertrouwen uitstralen, maar is ze bescheiden, dan kan dat worden gezien als teken van onbekwaamheid. Voorzichtigheid wijst op gebrek aan ambitie, ‘ze durft niet’; bij een man is het een teken van ‘weloverwogen beslissingen’. Jong en onervaren betekent bij een vrouw dat ze nog te weinig ervaring heeft, bij een man dat hij een ‘veelbelovende toekomst heeft’.
Niet alleen mannelijke beoordelaars van onderzoeksaanvragen zeiden dit soort dingen, ook vrouwelijke beoordelaars. Tegen deze achtergrond verrast het niet dat de ondernemersplannen en subsidieaanvragen van vrouwen minder gunstig worden beoordeeld. Dat geldt ook in de jonge hippe wereld (denk je) van startups.*
Het zette me aan het denken over die keer, lang geleden, dat NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) een onderzoeksaanvraag van mij afwees met onder meer deze opmerkingen van de beoordelaars:
– ‘Professor X zit niet in het team, terwijl die op dit onderzoeksthema onmisbaar is.’ Ik heb er destijds niet bij stilgestaan, maar X was een man. Zou deze opmerking ook gemaakt zijn als het omgekeerd was, als ik een man was en X een vrouw?
– ‘Mevrouw Vonk is zo druk met commercieel aantrekkelijke lezingen geven, ze heeft vast te weinig tijd om promovendi te begeleiden.’ Als ik een man was, waren mijn nevenwerkzaamheden als spreker misschien juist als een voordeel gezien? Dat professor Vonk (niet ‘meneer’ Vonk – als het een man is, noemen we hem ‘professor’ immers) zo knap is dat ‘ie ook nog wetenschappelijke kennis toepasbaar maakt voor een breed publiek!
Wanneer het alleen over jezelf gaat, weet je het nooit zeker. Je weet niet hoe dezelfde feiten gewogen zouden worden als je een man was. (Je kunt geen experimenten doen met je eigen leven, schreef Kundera in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.) Vrouwen zijn in het algemeen terughoudend met ‘seksisme’ roepen. Dat geeft enkel een hopeloos gevoel van gebrek aan controle: als het aan je sekse ligt, kun je er immers zelf niks aan doen. Bovendien weet je nooit zeker of je gewoon echt niet goed genoeg was.
Maar experimenteel onderzoek laat zien dat dezelfde verdiensten van man en vrouw echt verschillend gewogen worden. Wanneer ik me afvraag of een reactie op mij seksistisch zou kunnen zijn, probeer ik me altijd voor te stellen dat er precies zo gereageerd werd op mijn mannelijke collega. Meestal denk ik dan: dat zou hem vast niet gebeuren. Een bezoeker die je werkkamer inloopt en aanneemt dat jij de secretaresse bent. Of een medewerkster van de administratie die vraagt of je zelf niet even die cijfers van studenten kan invoeren.
Ik zeg er vaak maar niets van. Ik kijk wel uit, dan vinden ze me bitchy.
Deze column is ontleend aan de bundel O nee dit gaat over mij.
*Bronnen
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.