
De staatssecretaris is dood, leve de staatssecretaris. Het gaat echter niet om de opkomst en val van een verwarde CV‑opleuker. Er zijn andere vragen die veel zwaarder wegen: waarop de selectie plaatsvindt, welke criteria van belang zijn voor toekomstige bewindslieden en wanneer en waarom zij daadwerkelijk door de selectiecommissie naar het pluche worden geleid. Ook een beetje over liegen, flirten en slijmen.
Is het ambt een kwestie van politieke vriendjespolitiek met dus veel geslijm of draait het om de drie K’s van kennis, kunde en karakter? Deze vraag ligt op de achtergrond van elke discussie over opgepoetste loopbanen en glimmende LinkedIn‑profielen, en wordt vaak ondergesneeuwd door de sensatie van het moment.
In Den Haag komt een bewindspersoon zelden ten val door wanprestatie. Beleid mag mislukken, uitvoering mag vastlopen, een meerderheid kan verdampen en een debat kan volledig uit de hand lopen - het hoort bij het K-vak en is soms zelfs het bewijs dat er politiek wordt bedreven. Wat niet wordt vergeven, is de persoonlijke onwaarheid - categorie onwaarheden aan het parlement vertellen, en dat is een doodzonde. Zodra het verhaal dat iemand over zichzelf heeft verteld 'groter' blijkt dan de werkelijkheid kan dragen, is het ambt verloren en volgt de uitkering.
Die wetmatigheid is ouder dan de huidige rare nieuwscyclus. Charles Schwietert trad op 5 november 1982 aan als staatssecretaris van Defensie en trad drie dagen later, op 8 november 1982, alweer af, toen bleek dat hij onjuiste informatie over zijn opleiding en dienstplicht had verstrekt.
Philomena Bijlhout werd op 22 juli 2002 benoemd als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en trad diezelfde dag alweer af. Haar CV en woorden beweerden dat ze vóór de Decembermoorden was gestopt bij de Surinaamse Volksmilitie, maar foto’s spraken anders - een extreem korte carrière, en meteen de eerste les in politieke werkelijkheid versus zelfbeeld.
Halbe Zijlstra was minister van Buitenlandse Zaken van 26 oktober 2017 tot 13 februari 2018 en moest vertrekken toen duidelijk werd dat zijn delier-anekdote over een ontmoeting met president Poetin niet klopte.
En nu is daar Nathalie van Berkel, die op 9 februari 2026 werd voorgedragen als staatssecretaris van Financiën en zich op 16 februari 2026 terugtrok nadat ophef ontstond over creatieve onjuiste informatie op haar fantastische CV.
Deze bende van vier bestaat uit ontelbare personen. Ook in andere functies. We fantaseren er vrolijk op los. Fictie is waarheidsvinding.
Op inhoud kun je terugkomen. Dat is de paradox van het bestuur: een minister kan een verkeerd besluit nemen, een wet slecht maken, een crisis idioot inschatten en met voldoende politieke steun toch blijven zitten. Dossiers kunnen worden rechtgezet, beleid kan worden bijgesteld, reputaties kunnen - met tijd, discipline, schuldbekentenis, tranen en een beetje geluk - weer enigszins worden gerepareerd. Maar een fictionair gemodelleerde biografie is fataal, omdat vanaf dat moment niet het functioneren maar de persoon zelf onderwerp van twijfel wordt.
Ministeriële verantwoordelijkheid begint bij de waarheid over jezelf en eindigt daar ook. Dat is maar goed ook, deden we het maar vaker in alle bedrijven en organisaties.
Want in bijna elke andere werkomgeving zou zoiets eindigen met wat digitaal schuifwerk. Profiel bijwerken, CV herschrijven, functietitels iets minder episch formuleren, in de begeleidende brief nog even uitleggen dat 'eindverantwoordelijkheid' soms ook gewoon betekent dat je in de vergaderzaal naast de directeur zat toen het besluit viel. Twee aanbevelingen van mensen die 'in een uitdagende dynamische context intensief met succes hebben samengewerkt' erbij en niemand die er ooit nog naar vraagt.
Alleen in de politiek werkt het anders: hoe uitgebreider de toelichting, hoe zichtbaarder dat er iets rechtgetrokken moest worden, en hoe korter de resterende tijd in het departement. Van uren tot maanden door een fake-CV.
Het gaat daarbij zelden om groot bedrog. Of wel? Vaker om het soort 'verbeteringen' dat iedereen fout herkent uit de academische, zakelijke en politieke wereld en het financiële en subsidiebedrijf: een functie die in de formulering een maatje groter wordt, een rol die langzaam opschuift van 'betrokken bij' naar 'verantwoordelijk voor', een alinea die ooit uit een oud stuk is overgenomen en na drie versies ineens geen bron meer heeft. Van 30 naar 300 medewerkers waar je leiding aan gaf. Op papier stelt het weinig voor; in een ambt dat volledig op vertrouwen drijft is het fataal. Het blijft trouwens gewoon keihard liegen.
De ironie is dat juist de mensen die het best weten hoe dit werkt hier het vaakst op stuklopen. Hoger opgeleid zijn betekent ook: precies weten hoe selectie werkt, hoe je een loopbaan laat aansluiten op een profiel en hoe je van lobbyen een goed betaalde baan maakt. In de wereld van benoemingscommissies en aanvragen heet dat een goed en sterk verhaal. In de politiek heet het, zodra iemand de moeite neemt het na te rekenen, gewoon een integriteitskwestie. Framing is daar geen stijlmiddel maar een mislukte karaktertest.
Persoonlijke onwaarheden vallen in het domein van vertrouwen en zijn daarom definitief functie elders. Een minister kan zich vergissen in beleid en blijven zitten; wie zich heeft vergist in zijn eigen verleden is moreel onhoudbaar, omdat elke toekomstige zin vanaf dat moment wordt gewogen op echtheid. Is het wel waar wat hij/zij zegt? Maar op wat voor personen met welke kwalificaties zitten wij burgers te wachten? Waar gaat de discussie - die er zou moeten zijn - wel over?
Het stelt de kernvragen scherp: kun je met een havo‑diploma een goed staatssecretaris zijn, is jarenlang ervaring als investeerder voldoende voor een ministerschap, en is het zijn van influencer een uitstekende basis voor een Kamerlidmaatschap? Kun je als clown in een politiek circus premier van Nederland worden, is Boer zoekt Vrouw een opleiding tot bewindspersoon en leiden academische titels altijd automatisch tot succesnummers in de ministerraad?
Willen we trouwens een afspiegeling in het parlement en in het kabinet? Zijn leeftijd, regio en opleiding werkelijk waar belangrijker dan kennis, kunde en karakter? Mag het daar eens over gaan? Ook over partijstroop in de politiek. Het maakt mij niet heel veel uit of mijn cardioloog uit Den Haag komt en biseksueel is, ik heb liever dat hij iets weet van hartritmestoornissen en vaste handen heeft.
Plato zou er zijn wenkbrauwen bij hebben opgetrokken. In zijn Republiek pleitte hij voor leiders die worden geselecteerd op wijsheid, moed en rechtvaardigheid - in modern Nederlands: kennis, kunde en karakter.
Kunnen we daar eens wat serieuzer naar kijken, in plaats van eindeloos – gapend – te discussiëren over de mate waarin een CV weer is opgepoetst door een te ambitieuze verwarde fantast. Moet er geen opleiding zijn voor bewindslieden? Ook een test met een leugendetector?
Of misschien is dit wel de enige echte geschiktheidstest voor het ambt, de selectie die pas plaatsvindt nadat iemand is benoemd: de vraag of de verleiding kon worden weerstaan om de eigen geweldige biografie te verbeteren. Niet omdat die verbetering altijd nodig is, maar omdat zij iets onthult over de verhouding tot de gevreesde en gecreëerde werkelijkheid.
Liegen over je CV is niet alleen oliedom. Het is de snelste manier om te bewijzen dat je bent gezakt voor een functie die volledig draait op vertrouwen. Dus doe het niet! Al is de leugen nog zo snel een journalist of hofnar achterhaalt hem wel.
Zolang er geen staatsexamen voor politici komt kan iedereen minister, staatssecretaris en parlementariër worden en blijft het juichen binnen de eigen partij, de zichtbaarheid en het CV de selectie - terwijl bij bewindslieden en parlementariërs kennis, kunde en karakter vooraf zouden moeten worden getoetst.
De drie K's verdwijnen helaas nog steeds in de politieke soap van selecteren en benoemen vanuit de eigen partijpopulatie voor het Vak K waar dus ook soms harde hooligans in blijken te zitten. Het is tragisch en komisch met elementen van Shakespeare over bedrog, geesten, macht en het uiteindelijk vallen in valkuilen.
Geschreven door een historicus (MA) en socioloog (MSc) die ook jaren rechten, filosofie en public management studeerde, maar — anders dan prof. dr. ir. P. Akkermans — niet meer beschikbaar is. Voor de duidelijkheid: ik ben afgekeurd voor het leger, maakte geen deel uit van een militie, heb Poetin niet ontmoet en stond op plek drie van een lijst voor de Tweede Kamer, maar kwam er net niet in. De waarheid zoals het is.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.