
Donderdag kreeg ik een whatsapp bericht vergezeld met een foto. Het berichtje was afkomstig van een goede vriendin. De foto en de inhoud van dat berichtje ging over een gemeenschappelijke vriend. Het bericht was heel kort: “Heel erg jammer dit!”.
Onze gemeenschappelijke vriend – we go way back – had een Iraanse vlag in de hand en stond op het Malieveld. De foto was duidelijk vorige week zaterdag gemaakt en het ging ongetwijfeld over de demonstratie tégen de oorlog. Hoe wist ik dat? Omdat deze vriend de vlag droeg met het logo van de Islamitische Republiek (een geabstraheerde Allah الله in het Arabisch).
Verderop in Den Haag stonden andere Iraniërs met dezelfde driekleur maar voorzien van een hele ander logo, die van de leeuw met het zwaard in de hand en de zon op de rug. Dit laatste logo is eeuwenoud maar inmiddels symbool geworden voor de aanhangers van de zoon van de laatste Sjah. Het dragen ervan gaat vaak hand in hand met het laten wapperen van de Israëlische en Amerikaanse vlag. Een symbolische steun aan het voortzetten van een oorlog, die volgens deze demonstranten niet tegen de burgers van Iran is gericht maar tegen de tirannie van het regime. Bij deze groep zat onze goede vriendin. De goede vriendin, zelf een overtuigd monarchist, was duidelijk not amused dat onze gemeenschappelijke vriend met die andere groep demonstreerde en de vlag met een ander logo droeg.
Al is er tijdens vredesdemonstraties wel degelijk ook voetvolk van het Iraanse regime te vinden dat met deze vlag zwaait - niet omwille van steun aan Iran, maar vooral voor het betonen van trouw aan het regime – vermoed ik toch dat deze vriendin wel weet dat onze gemeenschappelijke vriend geen regime-aanhanger is. Hij ziet zijn vlag gewoon als de feitelijke vlag van Iran anno nu, en hij is tegen de woeste oorlog van Amerika en Israël tegen zijn land, basta. Maar onze vriendin kan dit gebaar van hem toch niet verdragen en heeft het contact met hem verbroken.
Dit verhaal van de breuk tussen mijn vrienden is helaas eerder regel dan uitzondering dezer dagen, het is exemplarisch voor een grote scheuring binnen de Iraanse diaspora. Sinds het bloedbad dat het regime afgelopen januari onder de demonstranten heeft aangericht is de Iraanse diaspora in een emotionele rollercoaster terechtgekomen. Het is een wanhopig toestand: dankzij beelden die razendsnel voorbijtrekken op sociale media getuige zijn van het leed en de pijn van je familie, vrienden, dierbaren en landgenoten maar zelf zo bar weinig kunnen doen.
Toen ook nog eens de oorlog begon, nam de emotionele duizeligheid van de diaspora exponentieel toe. De vreugde om het uitschakelen van kopstukken van het regime door Amerika en Israël bij de aanvang van de oorlog was gestoeld op het verlangen naar wraak op de eigen genadeloze tiran. Maar de vreugde was van korte duur. Al in de eerste dagen zorgde de oorlog voor burgerslachtoffers (denk alleen al aan kinderslachtoffers bij de meisjesschool in de stad Minab) en met de dag dat de oorlog langer duurt en bloediger dreigt te worden tast deze de mentale weerbaarheid van de Iraanse diaspora nog meer aan. Ook ik en mijn eigen toestand zijn in deze geen uitzondering.
Een hoop verdriet en frustratie kortom, en ook het gevoel van hopeloosheid. Want ja, wat kun je hiervandaan doen voor Iran? Helaas bespeur ik een breed gedeelde neiging onder de Iraanse diaspora om de frustraties dan maar op elkaar af te gaan reageren. Er heerst onderling weinig begrip of tolerantie. Bij onenigheid over wat de diaspora te doen staat en het meningsverschil over de oorlog is men gauw geneigd om van het verdriet en de frustratie vooral (verbale) knuppels te maken om elkaar mondeling of virtueel te lijf te gaan. In de meest beschaafde gevallen, sluit men elkaar “gewoon” uit, het blokkeren en ghosten van oude vrienden is op sociale media aan de orde van de dag. Er zijn broers en zussen, nichten en neven die elkaar heden ten dage om een verschil in politieke standpunten voor rotte vis uitmaken, die elkaar niet meer willen zien of horen.
Er is een grote breuk aan het ontstaan, binnen een diaspora die wereldwijd naar schatting tussen de 5 en 9 miljoen Iraniërs telt, afhankelijk van hoe je telt en of je tweede en derde generatie meerekent. Een gigantische populatie dus. De meesten wonen voornamelijk in het democratische en welvarende Westen. Was deze diaspora niet zo verdeeld en niet vooral (online) bezig om elkaar de tent uit te lokken, dan konden ze een grote steun zijn voor de Iraanse burgerslachtoffers van de tirannie, van het regime én van de woeste oorlog.
Maar helaas, berichten zoals waar ik mee dit stuk begon, bereiken mij regelmatig en van alle kanten. De monarchisten die in de oorlog een uitweg zien worden door de ander voor idioten of nog erger, landverraders en pionnen van Netanyahu, uitgemaakt. Degenen die vooral voor vrede uitkomen krijgen te horen dat ze fellow travellers van het regime zijm of erger nog: spionnen van het regime.
Ik ben niet naïef. Het bestuderen van de Iraanse episode tijdens en na de revolutie van 1978-1979 tot op het heden is zo'n beetje mijn intellectuele raison d'être. 47 jaar Islamitische Republiek staat in het teken van armpjes drukken met het Westen en Israël in het bijzonder. Deze langdurige krachtmeting, die zich vaak in proxyoorlogen afspeelde maar nu toch op een directe confrontatie uit is gelopen, heeft een geraffineerde patronage. Niet alleen met het zwaard, maar ook met woorden, met retorisch botte en dan weer geraffineerde propaganda en zelfs met hardcore spionage hebben de partijen elkaar bestreden. Ook in de landen waar de diaspora verblijft. In de jaarverslagen van de AIVD staat Iran regelmatig in de top 3 van landen die in Nederland op allerlei manieren clandestiene activiteiten verrichten, tot aan het inhuren van plaatselijke hitmans om de Iraanse oppositie te bedreigen of zelfs om te brengen.
Maar de medaille van dit langlopende conflict heeft ook een andere kant. Er is door het Westen, voornamelijk door Amerikanen en Israëliërs, langdurig en grootschalig geïnvesteerd in het bestrijden van het regime in Iran. Zelfs ons brave Nederland heeft aan deze lange episode van spy game van het Westen vis-à-vis Iran meegedaan. Zie de huiveringwekkende tv-serie 'Niemand die het ziet' die onthult hoe een door de inlichtingendienst AIVD gerekruteerde Nederlander een cruciale rol speelde bij de sabotage van het Iraanse atoomprogramma in Natanz.
Ook de sporen van de propagandaoorlog tussen Iran en Amerika en Israël zie je dagelijks terug: in de berichtgeving en opinieuitingen op sommige dik door Amerika, hetzij Israël gesteunde/gestuurde diaspora-tv’s versus bijvoorbeeld het door Iran gefinancierde Press-TV. Maar ook op de drukbezochte Perzische sociale media, vol van trollen met vingerafdrukken die naar de ene of juist de tegenpartij wijzen.
Dus ja, ook op straatniveau gaat de beïnvloeding door, in wat zich soms afspeelt tijdens demonstraties tegen de oorlog of juist bij demonstraties voor de oorlog met steunbetuigingen aan Amerika en Israël. In hoe de demonstratie georganiseerd is, wat er wordt gezegd en geroepen, schemert soms de onzichtbare hand van de elkaar bestrijdende staten door. Een Iran watcher doorziet dat.
Maar de meerderheid van de Iraanse diaspora die nu in twee kampen verdeeld is, geeft gewoon oprecht om hun land Iran en is geen handlanger, noch van de tiran in Teheran noch van oorlogshitser in Jeruzalem of de populist zonder geweten in Washington.
Iraniërs die nu op de sociale media in loopgraven verdeeld zijn geraakt in twee elkaar bestrijdende kampen hebben veel meer met elkaar gemeen dan op het eerste gezicht lijkt. Wat de meesten in beide kampen, naar mijn sterke overtuiging, delen is een grote liefde voor Iran en verdriet om hun Iraanse broeders en zusters die tussen twee vuren van de eigen tiran en het oorlogszuchtige Amerika en Israël terecht zijn gekomen.
De Iraanse diaspora zou samen veel meer kunnen doen voor hun gepijnigde landgenoten in Iran. Als zij maar het helpen aan getroffen burgers – hetzij door het regime, hetzij door de oorlog- boven het bevechten van elkaars meningen zouden kunnen stellen. Dat zou de belangrijke opdracht van de Iraanse diaspora aan zichzelf moeten zijn: onze verschillen in meningen ondergeschikt maken, ten gunste van onze samenwerking om burgerslachtoffers in Iran van steun te voorzien.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.