
Anders dan je wellicht denkt wordt de loonkloof tussen mannen en vrouwen niet kleiner, maar juist groter. En dat begint al bij de eerste baan.
‘Het probleem is heel complex’, zegt sociaal wetenschapper aan de Universiteit van Utrecht Melissa Vink in Na het Nieuws. Wat meespeelt in het groter worden van de kloof zijn de traditionele verwachtingen die leven in de samenleving. Ook de verwachtingen van de ‘ideale werknemer’ spelen mee. ‘Iemand die ambitieus is, die veel beschikbaar is, risico’s durft te nemen, innovatief durft te zijn.’ En wij hebben veel meer de gedachte dat mannen die eigenschappen hebben. Bij vrouwen hebben we dat minder. ‘Vrouwen worden ingeschat als teamplayers, die zijn heel sociaal, ze durven misschien geen risico’s te nemen. En dat matcht niet met dat ideale plaatje.’
De loonkloof is 11,1 procent. Zowel op Europees niveau als in ons eigen land is de loonkloof gelijk. Een jaar geleden was de loonkloof 12%, dus er is vooruitgang, maar het gaat langzaam en vereist inzet.
Om dit probleem op te lossen wordt er vaak geopperd dat we moeten zorgen dat vrouwen meer gaan werken en beter worden in de loononderhandelingen, maar volgens Vink legt dit onterecht de verantwoordelijkheid volledig bij de vrouw. ‘Volgens mij moeten we kijken naar het hele systeem. (…) Je moet het voor mensen aantrekkelijker maken om beiden fulltime te werken, of voor de man om ook parttime te gaan werken. Want misschien wil Vince ook wel een of twee dagen bij zijn kinderen zijn.’
Het probleem moet volgens Vink dus niet bij de vrouwen worden neergelegd, maar alles afschuiven op de mannen is ook geen goed plan. ‘Het moet echt in het systeem worden opgelost.’
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!