
Waarom zijn we zo bang?
© Shutter.B
We wonen in een van de allerrijkste en gelukkigste landen ter wereld. Ook onze gezondheidszorg en ons pensioenstelsel behoren tot de beste. En toch zijn we bang en stemt een derde van de Nederlanders op radicaal-rechts. Hoe kan dat?
‘Het is nog nooit met zoveel mensen zo goed gegaan, maar daardoor hebben mensen ook veel te verliezen’, vertelt Jan Willem Duyvendak, afzwaaiend hoogleraar sociologie, bij Vroeg!. ‘Juist als het met heel veel mensen (recent) goed gaat en ze hun leven kunnen leiden zoals ze dat willen, als je dan vertelt dat er een kans is dat dit allemaal gaat verdwijnen, ontstaat er een angst.’ Zijn conclusie: ‘Ik zie vooral heel veel mensen die bang zijn om te vallen.’
We zijn onze emoties steeds serieuzer gaan nemen. ‘Als je het maar voelt, dan is het waar’, zegt Duyvendak. ‘Terwijl je de feiten moet laten spreken.’ Daarnaast zijn we gevoeliger geworden voor ongelijkheid. ‘Dat is een positieve ontwikkeling en ik denk dat het ook heel mooi is als we zo gevoelig zijn voor resterende ongelijkheid. Maar omdat we het zo voelen en ons er zo boos over maken, denken we dat kleine kloven nog nooit zo groot zijn geweest. Daardoor zien we minder goed wat er feitelijk aan de hand is.’
Duyvendak geeft armoede in Nederland als voorbeeld. ‘Veel mensen denken dat armoede in Nederland nog nooit zo groot is geweest en dat de rijen voor de voedselbanken nog nooit zo lang zijn geweest.’ Maar dat klopt niet: de armoede is juist sterk afgenomen. ‘In 1986 groeide dertig procent van de kinderen in Nederland in armoede op. Veertig jaar later groeit drie procent van de kinderen in armoede op. Dus dat is met negentig procent afgenomen en dat is een enorm succes.’
Waar twintig jaar geleden weinig tot geen plek was voor emotie in de politiek, is dat nu volledig veranderd. ‘Het lijkt wel alsof we met elkaar zijn gaan vinden dat als een politicus maar echt boos is, het waar is’, zegt Duyvendak. ‘Als je kijkt naar de opkomst van radicaal-rechts, zie je dat partijen bijna alleen nog maar emotioneel argumenteren en dat emoties in de plaats komen van feitelijke argumenten. En dat geldt niet alleen voor radicaal-rechts: bij alle partijen zie je dat ze veel emotioneler zijn geworden.’
Emoties in de politiek, vaak gevoed door angst, spreken kiezers aan, terwijl feiten naar de achtergrond verschuiven. ‘Het probleem daarvan is dat je over emoties niet kunt discussiëren’, zegt Duyvendak. ‘Politici zeggen dat het niet gaat om hoeveel asielzoekers er feitelijk bij komen. Het kabinet-Schoof zei zelfs: hoe mensen het ervaren. Dat is totale subjectivering en emotionalisering. Ik denk niet dat dit de basis van een debat moet zijn. Als het over de waarheid gaat, moet je de feiten kennen.’
Ook negatief nieuws speelt volgens journalist Simon van Teutem een rol in ons vertekende beeld van de samenleving. Eerder schreef hij voor De Correspondent: ‘Slechte dingen voltrekken zich snel: een bom valt in seconden, een vliegtuig stort neer in minuten, en dat maakt ze nieuwswaardig. Goede dingen gaan langzaam. Kindersterfte of armoede kelderen niet in een weekend. Wat snel gaat en emoties oproept, wordt nieuws. Wat langzaam gaat, zien we alleen terug in statistieken, maar die zien de meeste mensen niet.’
Ook wetenschappers zijn volgens Duyvendak niet immuun voor wat drama. ‘We hebben de neiging om een beetje te overdrijven. Je krijgt je artikel eerder gepubliceerd als je zegt: dit is een heel robuust effect.’ Ook de media springen daar sneller op in. ‘Als je iets een drama noemt, heb je eindeloos de aandacht van iedereen.’
Nee, zegt Duyvendak. Er zijn wel degelijk grote crises, zoals geopolitieke ontwikkelingen en klimaatverandering. ‘Het is volstrekt vanzelfsprekend dat je daar bang voor bent.’
Tegelijkertijd waarschuwt hij ervoor om niet elk probleem een crisis te noemen. ‘Alles wordt een crisis genoemd: we hebben een gezondheidscrisis, een wooncrisis, een onderwijscrisis, alles heet een crisis. Maar dat zijn problemen die opgelost kunnen worden door goed beleid.’ Volgens Duyvendak is het daarom belangrijk om onderscheid te maken. ‘Wat zijn de echte kloven? Wat zijn kloofjes? Wat zijn echte grote crises? En wat zijn problemen die er zijn, maar waar we de politiek voor hebben om ze op te lossen.’
‘Als je goed kijkt naar hoe het met de meeste mensen gaat, is het helemaal niet nodig dat we zo angstig zijn. De meeste kloven die mensen ervaren, zijn veel kleiner dan ze zelf denken.’
We moeten vooral kijken naar de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt, volgens Duyvendak. ‘Uiteindelijk denk ik dat mijn verhaal optimistisch is. Als we echt naar de feiten kijken en naar hoe Nederland zich ontwikkelt, is er heel veel reden voor optimisme. Dat is natuurlijk anders dan bij het klimaat. Maar met veel onderwerpen waar de politiek zich druk over maakt, gaat het eigenlijk best goed.’
Thema's: