
Nierdonatie bij leven: Veelgestelde vragen
© @ warat42
In deze FAQ beantwoorden we veelgehoorde vragen over nierdonatie bij leven.
In Nederland staan ongeveer 1084 patiënten op de wachtlijst voor een niertransplantatie.
In principe kan iedereen van achttien jaar of ouder een nier doneren, mits je lichamelijk en geestelijk gezond bent. Een uitgebreid medisch onderzoek bepaalt uiteindelijk of je geschikt bent als donor.
Je kunt je aanmelden als levende donor bij het transplantatiecentrum waar de ontvanger onder behandeling is, of bij een centrum in de buurt als het om anonieme donatie gaat. Wil je na overlijden donor worden, dan kun je je keuze vastleggen in het Donorregister.
Een nier van een levende donor heeft meerdere voordelen. De wachttijd voor de ontvanger is korter, waardoor vaak minder of geen dialyse nodig is. Daardoor start de patiënt fitter aan de operatie. Daarnaast is de kwaliteit van de nier beter, omdat deze direct wordt geplaatst en niet een periode zonder zuurstof heeft gezeten. Gemiddeld gaat een nier van een levende donor ook langer mee.
Je meldt je aan bij het transplantatiecentrum. Daarna volgen medische en psychologische onderzoeken en gesprekken met het transplantatieteam, om te bepalen of je geschikt bent als donor. Dit voorbereidingstraject duurt gemiddeld drie tot vier maanden.
Als alle onderzoeken zijn afgerond en de donatie doorgaat, word je meestal een dag voor de operatie opgenomen. De donor wordt als eerste geopereerd, onder algehele narcose. Direct daarna wordt de nier bij de ontvanger getransplanteerd, die in hetzelfde ziekenhuis ligt.
Bloedgroepen hoeven niet hetzelfde te zijn, maar moeten wel bij elkaar passen:
Bloedgroep O is de universele donor en kan doneren aan A, B, AB en O. Een ontvanger met bloedgroep O kan alleen van O ontvangen.
Bloedgroep AB is de universele ontvanger en kan ontvangen van alle bloedgroepen, maar kan zelf alleen aan AB doneren.
Bloedgroep A kan doneren aan A en AB, en ontvangen van A en O.
Bloedgroep B kan doneren aan B en AB, en ontvangen van B en O.
Als donor en ontvanger niet goed matchen, zijn er soms toch mogelijkheden. Deze vervolgstappen worden niet automatisch uitgevoerd, maar worden besproken met de donor en alleen uitgevoerd als iedereen daarmee instemt.
Bij cross-over-donatie worden koppels met een vergelijkbaar probleem aan elkaar gekoppeld, zodat er via een ruil alsnog transplantaties mogelijk zijn. Ook kan in sommige gevallen een transplantatie plaatsvinden ondanks bloedgroepverschil of antistoffen, maar dit vraagt een intensieve medische behandeling en wordt alleen gedaan als andere opties niet mogelijk zijn.
Artsen onderzoeken uitgebreid of je gezond genoeg bent om een nier te doneren. Er wordt gekeken naar je medische voorgeschiedenis, je huidige gezondheid en of je veilig met één nier kunt leven. Dit gebeurt via gesprekken, lichamelijk onderzoek en aanvullende testen.
De genetische achtergrond speelt een rol in hoe goed een nier past. Als donor en ontvanger genetisch meer overeenkomen, is de kans op afstoting kleiner. Door gebrek aan diversiteit in donorbestanden hebben patiënten met een niet-westerse achtergrond daardoor een kleinere kans op een goede match.
Ja, een volwassen donor kan in principe een nier doneren aan een kind, mits er een goede medische match is en de situatie dit toelaat.
Ja, met één gezonde nier kun je normaal leven. De overgebleven nier neemt de functie grotendeels over, waardoor je meestal geen verschil merkt in je dagelijks leven. Je kunt werken, sporten en reizen zoals voorheen. Wel is een gezonde leefstijl belangrijk en moet je voorzichtig zijn met bepaalde pijnstillers die de nieren kunnen belasten.
Na de operatie blijf je meestal drie tot vijf dagen in het ziekenhuis. Het herstel thuis duurt gemiddeld zes weken tot drie maanden, afhankelijk van de persoon en het herstelverloop. Kantoorwerk wordt gemiddeld na vier tot zes weken weer opgepakt.
Zoals bij elke operatie zijn er risico’s, zoals infecties, bloedingen, trombose of longontsteking. Ernstige complicaties komen zelden voor, maar sommige donoren kunnen nog enige tijd last hebben van vermoeidheid of pijn.
Ook bij een goede match ziet het immuunsysteem de donornier als deels ‘vreemd’. Daardoor kan afstoting optreden. Na de transplantatie krijg je medicijnen om dit risico te verkleinen, maar volledige zekerheid is er niet.
Nee, nierdonatie is in Nederland volledig vrijwillig en er mag geen betaling tegenover staan. Wel worden onkosten die je maakt vergoed.
Als je later nierproblemen krijgt, heb je geen tweede nier als reserve. Daardoor kan dialyse of een transplantatie nodig zijn. Wel krijgen voormalige donoren vaak voorrang op de wachtlijst voor een nier van een overleden donor.
In Nederland worden niertransplantaties uitgevoerd in academische ziekenhuizen: Amsterdam UMC, Maastricht UMC+, Radboudumc in Nijmegen, LUMC in Leiden, Erasmus MC in Rotterdam, UMC Utrecht en UMC Groningen.
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!