Nisha
Trigger warning: suïcidale gedachten
Nisha (18) deed meerdere pogingen om een einde aan haar leven te maken. Wat ze daarna nodig had, was simpel: iemand die er voor haar is. Met haar speech over hoe de nazorg slachtoffers laat vallen, is ze genomineerd voor de BNNVARA Impact Award 2026.
‘Ik hoorde pas een dag van tevoren dat ik mee mocht doen’, vertelt Nisha. Daarom schreef ze haar speech de nacht ervoor, om half twee ’s nachts. ‘Het stond eigenlijk meteen op papier.’
Ze deelt haar verhaal inmiddels vaker en schrijft vooral vanuit haar gevoel. ‘Zodra ik begin, weet ik precies wat ik wil vertellen.’ Spannend vindt ze het daarom niet om haar verhaal te delen, integendeel: ‘Ik wil het juist met iedereen delen.’
Nisha begon al in groep zes met debatteren en ontdekte al vroeg de kracht van cijfers. ‘Mensen hebben het vaak niet door, maar cijfers geven een verhaal extra ondersteuning’, zegt ze. Daarom verwerkt ze dit bewust in haar speech.
‘Iedere dag doen 135 mensen een poging; vijf slagen daarin, dat zijn 49.000 mensen per jaar. Dit zijn de getallen die gaan over mensen die een poging doen tot zelfdoding. Getallen waar we niet van weg mogen kijken.’ Voor Nisha was het vanzelfsprekend om die cijfers in haar speech te verwerken. Toch is de rest van haar verhaal vooral persoonlijk. ‘Het is mijn verhaal, maar het gaat niet alleen over mij.’ Zoals ze het zelf omschrijft: de cijfers geven context, maar het gevoel draagt de boodschap.
‘Iemand die een poging overleeft, staat de volgende ochtend op in een wereld die liever niet kijkt. Geen gesprek, geen erkenning, niets’, zegt Nisha.
Volgens haar is dat onbegrijpelijk: ‘Een poging is een signaal. Iemand doet dat niet zomaar’, zegt ze zichtbaar gefrustreerd. ‘Op dat moment hoef je als omgeving niet met oplossingen te komen, maar je mag ook niet doen alsof er niets is gebeurd. Het gesprek aangaan, op een respectvolle manier, is het minste wat je kunt doen.’
‘Het begon allemaal met zelfhaat, al op jonge leeftijd’, zegt Nisha. In groep zes werd ze gepest om haar gezichtsbeharing. ‘Als meid met een biculturele achtergrond zat ik er altijd 'tussenin'. Niet helemaal passend in de ene groep, niet helemaal in de andere. Daardoor wist ik zelf ook niet meer waar ik hoorde.' Dat gevoel bleef haar achtervolgen, op de basisschool én later op het vwo.
‘De beauty standards van tegenwoordig helpen ook niet mee’, vertelt ze. Niet sociale media, maar juist mensen in haar omgeving wakkerden haar onzekerheid aan. ‘En eenmaal begonnen met jezelf haten, vind je altijd wel iets nieuws om te haten aan jezelf.’
Thuis was de situatie ook moeilijk. ‘Ik wilde al op mijn dertiende therapie, maar binnen mijn omgeving werd er anders naar mentale problemen gekeken’, vertelt Nisha. ‘Zelfmoordgedachten en mentale klachten werden gezien als een “wittemensenziekte”.' Daardoor was het voor haar moeilijk om open te zijn over wat zij voelde.
De hulpverlening die daarna wél betrokken raakte, bleef vastlopen. ‘Ik was te complex, zeiden ze.’ Maanden gingen voorbij zonder dat er iets veranderde. 'Uiteindelijk begin je die hoop te verliezen. Er gaat toch niks gebeuren. Dus waarom zou ik het nog proberen?'
‘Mijn grootste uitdaging was vaak de communicatie met mijn moeder’, zegt ze. ‘Ik denk dat we elkaar niet altijd goed begrepen. Als mijn struggles eerder waren herkend en besproken, was het waarschijnlijk minder uit de hand gelopen.’
Ook de jeugdzorg liet volgens Nisha kansen liggen. ‘Begeleiders gingen op vakantie en er was niet altijd iemand die het overnam. Er werden wel plannen gemaakt om mij te helpen, maar die plannen werden niet uitgevoerd’, zegt ze. Ook duurde hulpverlening soms erg lang: ‘Niet weken, maar gewoon maanden of zelfs jaren gaan voorbij zonder dat er echt iets verandert.'
Wat ze vooral miste, was continuïteit: iemand die bleef. ‘Het contact vasthouden’, noemt ze dat zelf. Ook ontbrak de erkenning. ‘Daardoor dacht ik een lange tijd dat ik me aanstelde of dat er iets mis was met mij.’ Volgens Nisha hadden aandacht en bevestiging al een groot verschil kunnen maken. Zelfs een simpele vraag als ‘hoe gaat het?’ had veel betekend.
Jarenlang zat Nisha vast in haar eigen gedachten. ‘Je zit zo met die mentaliteit van: ik heb problemen.’ Volgens haar kan therapie helpen, maar moet de motivatie om eruit te komen ook vanuit jezelf ontstaan.
Dansen helpt haar daarbij. ‘Ik denk dat een hobby echt kan helpen als je kampt met mentale problemen. Gewoon iets vinden wat je echt leuk vindt en waar je je volledig op kunt en mag focussen.’ Nisha stopte een tijd met dansen, maar heeft het inmiddels weer opgepakt. ‘Het helpt me ook om meer zelfvertrouwen op te bouwen.’
Nisha schreef de speech in eerste instantie voor jongeren die denken dat hun gevoelens er niet toe doen, omdat ze ‘nog zo jong zijn’. Toch wil ze niet alleen jongeren bereiken, maar iedereen die het gevoel heeft dat hun emoties er niet toe doen. ‘Het is oké om je zo kut te voelen’, zegt ze. ‘Mentale problemen beperken zich niet tot leeftijd. Het kan iedereen overkomen.’ Met haar speech hoopt Nisha daarom iedereen te bereiken die zich hierin herkent.
En ze richt zich op de mensen om hen heen: familie, vrienden, collega's en anderen die niet altijd begrijpen wat er bij iemand speelt. ‘Soms hoef je het niet volledig te begrijpen’, zegt ze. ‘Maar erkennen dat het er is scheelt al zo veel.’ Bovenal wil ze dat de stilte doorbroken wordt. ‘Echte zorg stopt niet na de crisis. Dus ga het gesprek aan, want stilte kost levens.’
Iedereen kent de cijfers, alleen niemand kent de namen. Vandaag doen er in Nederland 135 mensen een poging tot zelfmoord. Vijf slagen hierin. Maar laten we het hebben over de 130 mensen die het overleven en morgen gewoon weer door moeten. 130 mensen per dag, 49.000 mensen per jaar.
Mensen die achterblijven met dezelfde schuldgevoelens, dezelfde verdriet en dezelfde stilte. Tegen hen zeggen wij, wat fijn dat je er nog bent. En daarna? Niets. Zelfmoord is geen plotselinge daad. Het is een proces van stiller worden en van verdwijnen terwijl je er nog staat. Het is je docent die ineens niet meer komt opdagen.
Je beste vriend die je als de lesuren mist. En je moeder die altijd sterk was. Zelf heb ik ook meerdere malen op het punt gestaan om er een eind aan te maken. Op 13-jarige leeftijd ging ik naar Den Haag, want hier was ik nog nooit geweest. Maar ik was van plan om voor de trein te springen. De politie vond mij, ik werd meegenomen naar het bureau en hier heb ik zes uur lang op jeugdhulpverlening gewacht.
Een uurtje later nam mijn moeder me mee naar huis en de dag daarna, de dag daarna ging ik naar school. En op dat punt, waar ik niet per se dood wou, maar ook niet meer wist hoe ik verder moest leven. Waar iedereen iets zag, maar ook iedereen wel dacht dat een ander zou ingrijpen. Precies daar faalt ons systeem. We noemen het preventie, maar we reageren pas als het al te laat is.
We zeggen bel 113 of over zes weken is er plek, maar voor iemand die hier staat, is zes weken geen wachttijd, maar een afwijzing. En elke dag dat wij wachten, zeggen wij, zo erg is het nog niet. Maar voor vijf mensen kan het geen dag wachten. Voor 135 mensen eigenlijk. Want we laten de 130 mensen die een poging doen, het daarna zelf verder oplossen.
Echte zorg stopt niet na de crisis. Zonder nazorg laten we mensen opnieuw vallen. En mijn speech is voor hen. Nu wil ik jullie allemaal vragen het gesprek te durven starten en er voor elkaar te zijn. Want stilte kost levens.
*Praten over zelfmoordgedachten kan via 0900-0113 en de chat op 113.nl
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA Nieuwsbrief!