Sfeerfoto van BNNVARA

BNNVARA

Voor vrijheid, vooruitgang en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

Hoe maak je Op1 in deze coronatijden?

19 mrt 2020
  •  
leestijd 4 minuten
Schermafbeelding 2020-03-19 om 12.40.39

Hugo Logtenberg en Erik Dijkstra

© Op1

Hoe maak je Op1 – inmiddels zeven dagen per week uitgezonden – als iedereen thuisblijft -vanwege het coronavirus? Drie presentatoren leggen uit.

Erik Dijkstra: ‘De plopkappen kunnen na afloop lekker in de wasmachine.’

Erik Dijkstra: ‘De redactie van Op1 is al niet heel groot, maar er zijn nu wel heel weinig mensen, nu er ook een aantal vanuit huis werkt. We blijven over met een soort harde kern en zitten ver uit elkaar, nemen zelf de lunch mee, dat soort dingen. We letten op elkaar, daar komt het op neer.’
‘We weten waar de talkshow over moet gaan: het corona-virus en proberen een breed scala aan invalshoeken bij dit onderwerp te brengen. Niet te lacherig, niet te ernstig, maar vooral informerend en met inhoud. We wisselen grote thema’s af met kleine persoonlijke verhalen, want de gevolgen gaan iedereen raken. Daarnaast is elke dag een expert, een viroloog, te gast over de actuele staat van het virus. Heel belangrijk.’
Schermafbeelding 2020-03-19 om 12.41.45

Hugo Logtenberg en Erik Dijkstra

© Op1

‘De gasten gaan allemaal door de visagie. Borstels worden na elke keer met alcohol schoongemaakt. Tijdens uitzendingen gebruiken we geen zendermicrofoontjes meer, die kunnen niet goed gereinigd worden, maar die grote tafelmicrofoons die we nog kennen uit de tijd van Sonja Barend. Dat geeft ook wel weer een nostalgisch gevoel. De plopkappen kunnen na afloop lekker in de wasmachine.’
‘We hebben natuurlijk geen publiek en de ruimte tussen de gasten is groter. We zijn ons er erg bewust van dat we met het programma ook een signaalfunctie hebben. Laten zien aan de kijkers dat het goed is om afstand te houden. Zowel in het dagelijks leven als ook op televisie.’
‘Het is goed dat we nu bij de samenstelling van duo-presentaties over de omroepen heen kijken. Het is dus zeker mogelijk dat we dagen gaan wisselen met presentatoren, nu we zeven dagen per week Op1 gaan maken.’

Carrie Ten Napel: ‘Stel dat ik nu iets onder de leden heb en tijdens de talkshow twee artsen en Ab Osterhaus besmet?’

Carrie Ten Napel: ‘Bijna alle redacteuren zijn thuis, alleen mensen die echt aanwezig moeten zijn, komen naar de studio. Een samensteller, de beeldredacteur. Ik mail met redacteuren over gasten, of ik krijg videobelletjes. Best ingewikkeld; normaal zit ik met een redacteur aan tafel om een gast voor te bespreken. We proberen een modus te vinden om het zo goed mogelijk te doen, maar het verandert elke dag.’
‘Omdat ontwikkelingen zich zo snel opvolgen, weten we pas laat wie onze definitieve gasten zijn. Normaal gesproken kunnen we om 16.00 beginnen met de voorbereiding, dat schuift nu allemaal naar achteren. Om 19.00 is er voor het eerste een draaiboek, om 20.00 visagie – ik neem mijn eigen lippenstift en mascara mee – en om 20.45 repetitie, waarin we echt alles doornemen.’
Schermafbeelding 2020-03-19 om 12.34.02

Charles Groenhuijsen en Carrie ten Napel

© Op1

‘Gasten maken zichzelf op, ze krijgen van ons alleen een poedertje. Microfoons worden bedekt met een plastic zakje, dat er vlak voor de uitzending af gaat. We denken na over gescheiden teams op de verschillende uitzenddagen. Zover is het nu nog niet trouwens.’
‘Vóór deze crisis was ik meer bezig om journalistiek een gesprek in te gaan dan nu. We zijn nu bij Op1 veel meer informatievoorzienend; we willen niet nog meer verwarring scheppen. Maar ik wil wel bij mezelf blijven. Als ik een uitsprak verwarrend vind, dan spreek ik dat ook uit.’
 ‘Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijft de kans op besmetting natuurlijk aanwezig. Kunnen we in de nabije toekomst nog een talkshow blijven maken, of houden we alleen nog het Journaal over? De kijkcijfers zijn hoog, ons programma heeft nu een duidelijke functie. Maar stel dat ik nu iets onder de leden heb en tijdens de talkshow twee artsen en Ab Osterhaus besmet?

Thijs van den Brink: ‘Ik vind het nog wel spannend hoe we dit de komende weken blijven doen.’

Thijs van den Brink: ‘Wij maakten een Op1-uitzending na de persconferentie over de steunmaatregelen voor ondernemers en zzp’ers. Dan is het volstrekt duidelijk dat dat hulppakket het belangrijkste onderwerp van de uitzending is. We zoeken de gasten die daarbij passen, zoals minister Wiebes van Economische Zaken. En natuurlijk een viroloog, die willen we op dit moment elke dag horen en zien.’
‘We zijn ons bij zo’n uitzending wel meer dan gebruikelijk bewust van de toon. We willen graag een constructieve rol spelen, daarin hebben we een belangrijke functie. Als alle virologen zeggen dat we geen feestjes moeten geven, of niet naar de kroeg moeten gaan, is het niet handig om daarover een debat te voeren met iemand die dit belachelijk vindt. Toch wil ik wel voluit journalist blijven. We hebben het met Wiebes over het hulppakket, maar hij had ook eerder iets doms gezegd over zzp’ers. Moet je hem daarmee confronteren? We hebben dat gedaan, want veel mensen waren boos. Maar we spreken wel van tevoren af wat de toon moet zijn. We besloten om níet terug te komen op eerdere onhandige uitspraken van Wiebes, zoals ‘een bevinkje’ in Groningen en zijn uitspraken over de culturele sector als hobby. We zijn misschien iets terughoudender, maar wel scherp als dat nodig is.’
Schermafbeelding 2020-03-19 om 12.50.33

Margje Fikse en Tijs van den Brink

© Op1

‘Ik geloof niet dat veel gasten afbellen omdat ze niet durven te komen. Ik weet wel dat we nu zélf gasten afbellen. Een cabaretier met een nieuwe show, of iemand die komt vertellen over een nieuwe tv-serie, is nu wel éven minder relevant. Omdat we nu dagelijks een viroloog hebben, zie ik virologen terug die ik nog ken uit de tijd van Knevel & Van den Brink, toen we de Mexicaanse griep hadden.’
‘Dit zijn de dagen waarop ons werk echt zin heeft. We kunnen echt voorlichting geven, zodat mensen zich verstandig gedragen. We vervullen daarin duidelijk een maatschappelijke taak. Maar dat mag niet ten koste gaan van onze journalistieke scherpte – dat is een moeilijk dansje, maar mooi om te mogen doen. Ik vind het wel spannend hoe we dit de komende weken blijven doen. Nu is er nieuws genoeg, maar wat als er minder gebeurt? Het maatschappelijke leven staat stil, terwijl we nu wel zeven dagen per week een uitzending hebben.’

Meer over:

op1, coronavirus

Meer over dit onderwerp