
© Wijnanda Duits/BNNVARA
Een kwartier eerder pauzeren voor de iftar leidde tot grote ophef in de Tweede Kamer. Die reactie laat, volgens columnist Chaira Koops, zien hoe snel van religie – zodra het om moslims gaat – een politiek strijdpunt wordt gemaakt.
Ik kon mijn oren niet geloven. Tijdens een commissiedebat op 9 maart vroeg DENK-Kamerlid Doğukan Ergin om de vergadering bij zonsondergang kort te schorsen, zodat islamitische Kamerleden tijdens de ramadan hun vasten konden verbreken, ook wel de iftar genoemd. Het voorstel kreeg een meerderheid. Mind you: de reguliere dinerpauze werd simpelweg een kwartier vervroegd.
Maar als je sommige Kamerleden moet geloven, stond de Nederlandse rechtsstaat hierdoor op instorten.
Met zichtbare minachting sprak een parlementariër over dat er ‘demonstratief geschorst moest worden, zodat meneer dadeltjes kon gaan eten’. Ex-PVV’er Gidi Markuszower vond het zelfs zo ernstig dat hij een apart debat wilde. Blijkbaar vormt de iftar tegenwoordig een existentiële bedreiging voor de democratie.
Ook De Telegraaf sprong meteen op de verontwaardigingstrein. De krant wist al snel een ‘arabist’ te vinden die de schorsing omschreef als ‘onfatsoenlijk en narcistisch gedrag’. Alsof het hier om een staatsgreep ging. Voor extra dramatiek kregen SGP-Kamerleden Diederik van Dijk en André Flach ruimte om te spreken over een ‘nieuw dieptepunt in de toegeeflijkheid aan islamitische dominantie’.
Je zou bijna vergeten waar het werkelijk over gaat.
Wat deze reacties vooral laten zien, is hoe gretig een deel van de politiek elk klein voorval aangrijpt om de islam opnieuw tot probleem te verklaren. Partijen als PVV en JA21 gebruiken dat als bekende politieke strategie: elk religieus gebruik van moslims framen als een bedreiging voor ‘onze’ cultuur.
Terwijl het vertrouwen in de Nederlandse politiek historisch laag is en internationale crises zich opstapelen, maken volksvertegenwoordigers zich drukker om ‘dadeltjes’ dan over oorlogen, economische onzekerheid of de groeiende kloof tussen burger en politiek.
Over christelijke of joodse gebruiken wordt nauwelijks gerept. Zoals Ergin zelf opmerkte, heeft de Kamer rond kerst drie weken reces en wordt er in het parlementsgebouw gewoon Chanoeka gevierd.
Maar zodra een islamitische politicus aandacht vraagt voor het islamitische vasten, staat half politiek Den Haag op zijn achterste benen.
Critici zeggen dat het parlement religieus ‘neutraal’ moet blijven en dat Kamerleden hun geloof in hun ‘eigen tijd’ moeten praktiseren. Anderen vinden dat de pauze onnodig was, omdat de dinerpauze toch al bijna begon, of waarschuwen voor ‘precedentwerking’: als je hier rekening mee houdt, waar trek je dan de grens? Maar eerlijk gezegd houden deze bezwaren weinig stand. Een kwartier eerder pauzeren is geen overgave aan religie, maar een klein gebaar van wederzijds respect in een diverse samenleving.
Wat deze rel uiteindelijk blootlegt, is hoe snel religie een politiek wapen wordt zodra het om moslims gaat.
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!